180 miljoen euro schade door overstromingen

De overstromingen van de afgelopen dagen hebben al voor 180 miljoen euro schade aangericht. Dat blijkt uit voorlopige gegevens van Rampenschade bij Binnenlandse Zaken. Waals-Brabant, Oost-Vlaanderen en Henegouwen zijn het zwaarst getroffen.

De meeste dossiers zullen door de eigen verzekering worden behandeld, ongeveer 1 procent door het Rampenfonds. Ook wie een dossier heeft ingediend bij het Rampenfonds zal wel even geduld moeten oefenen.

"Zodra het dossier volledig in orde is, wordt een expert ter plaatse gestuurd", zegt Wim Claes van de directie Rampenschade. "Dan wordt het dossier opnieuw overgemaakt aan de provincie, aan de directie Rampenschade en aan Binnenlandse Zaken voor nazicht. Dan wordt er binnen de drie weken uitbetaald."

Overigens zijn er nog maar een beperkt aantal gevallen die bij het Rampenfonds terechtkunnen: landbouwers van wie de gewassen schade hebben geleden, mensen die een leefloon ontvangen, grote bedrijven die geen verzekering "eenvoudig risico" hebben en wagens die op straat - niet in de woning - schade hebben opgelopen.

Het ergst getroffen is de provincie Waals-Brabant met 61 miljoen euro, gevolgd door Oost-Vlaanderen (50 miljoen) en Henegouwen (36 miljoen). Samen zijn die drie provincies goed voor bijna vijf zesde van alle schade.

Daarna volgen Antwerpen (9 miljoen euro), Limburg (7,5 miljoen), Vlaams-Brabant (7 miljoen), Luik (2,3 miljoen), West-Vlaanderen (2,3 miljoen), Brussel (1 miljoen), Namen (385.000 euro) en Luxemburg (62.000).