"Militaire aanwezigheid is ook nodig na 2011"

Minister van Defensie Pieter De Crem vindt dat België ook na 2011 nog "een beduidend aantal militairen" in Afghanistan moet houden. Eerder op de dag had ook premier Leterme, op voorzichtigere toon, laten weten dat België zich niet zomaar volledig kan terugtrekken uit Afghanistan.
Minister De Crem op bezoek in Kaboel

Minister van Defensie Pieter De Crem (CD&V)  pleit onomwonden voor een "beduidende militaire aanwezigheid" van ons land in Afghanistan na 2011. "Ons desolidair opstellen, zou slecht zijn voor ons land én voor Afghanistan", oordeelt hij.

Volgens de huidige regeringsafspraken loopt de Belgische rol in Afghanistan eind 2011 af. Een eventuele verlenging is dus sowieso een zaak voor de volgende federale regering. De Crem wil dan ook dat die de kwestie opneemt in het regeerakkoord. Aangezien men "militair gezien" in periodes van een half jaar werkt, kan de NAVO best voor juli 2011 op de hoogte worden gebracht, merkte hij nog op.

"Rol spelen, maar dan minder militair"

Eerder vandaag had ontslagnemend premier Yves Leterme (CD&V) laten verstaan dat België naar zijn oordeel best ook na 2011 actief kan blijven in Afghanistan, "maar dan veel minder militair en eerder civiel". Hij verwees onder meer naar heropbouw, onderwijs en de opleiding van ordetroepen. Leterme zei dat "hij zich niet kan voorstellen dat België zich zou onttrekken aan die collectieve inspanning".

"Ik denk dat onze militaire aanwezigheid - op dit moment geplafonneerd op 625 door de regeringsbeslissing van april - al in de loop van 2011 gereduceerd zal worden", aldus de premier. De beslissing ligt evenwel in handen van de volgende federale regering, erkent Leterme. Maar "als stichtend lid en gastland van de NAVO" zal België zijn verantwoordelijkheid moeten nemen. "We moeten dat aan de Belgische bevolking durven zeggen”, luidt het.

Leterme en De Crem deden hun uitspraken in de marge van een topontmoeting in Lissabon met alle partners van de internationale troepenmacht ISAF in Afghanistan.