Euro zakt verder weg door twijfels

De waarde van de euro is verder gedaald tot 1,33 dollar. Veel waarnemers vrezen dat de Ierse financiële crisis zich zal uitbreiden naar andere landen in de eurozone.

De euro blijft dus verder verzwakken. Vanmiddag stond die net onder de drempel van 1,33 dollar en dat is het laagste peil in twee maanden.

Veel waarnemers vrezen dat de Ierse regering niet in staat is om de beloofde besparingen te realiseren, nu er in Dublin ook een politieke crisis dreigt. Nog erger zou zijn dat de crisis overslaat naar andere eurolanden in moeilijkheden zoals Portugal en Spanje.

Europees president Herman Van Rompuy maakt zich evenwel sterk dat Portugal er veel beter voorstaat dan Griekenland of Ierland. Dat er in dat land vandaag massaal gestaakt wordt tegen de besparingsplannen van de regering, zal evenwel die vrees niet echt wegnemen.

De Duitse bondskanselier Angela Merkel (foto) voert intussen de druk op om meer begrotingsdiscipline van de andere eurolanden af te dwingen. Haar idee om diegenen die hun begroting en schuldenlast laten ontsporen automatisch te sanctioneren, zal het wellicht niet halen, maar Berlijn zal het daar niet bij laten, zeker nu er Duitse euro's nodig zijn om Ierland overeind te houden.

De Duitse publieke opinie -die toch al heimwee heeft naar de goede oude Deutschmark- wordt het intussen beu om steeds opnieuw de "prutsers" in de eurozone uit het moeras te helpen.

De euro onder druk

Na een decennium van succes staat de euro nu voor een echte test: die tijdens een economische crisis. Veel lidstaten hebben daardoor de afspraken inzake begroting en schulden aan hun laars gelapt, ondanks toezicht van de Europese Centrale Bank (ECB) en andere instellingen.

Probleem is dat het door de grote verscheidenheid tussen de eurolanden voor die ECB niet echt makkelijk is om een monetair beleid te voeren dat gunstig is voor alle landen. Een deel van die Ierse "boom", drijvend op goedkoop geld, is daar een gevolg van.

Het is overigens niet de eerste keer dat in Europa een monetaire unie onder druk komt. In het midden van de 19e eeuw was er al een Latijnse Monetaire Unie met Frankrijk, België, Zwitserland, Italië, Griekenland en Bulgarije. Die draaide rond vaste pariteiten tegenover de Franse frank (foto) en was vooral politiek geïnspireerd vanuit Parijs. Zonder toezicht van instellingen zoals de ECB weerstond die unie de tand des tijds niet. Officieel werd de LMU in 1926 opgeheven, maar in feite was die al lang verdwenen.