"Strafprocedure aan volledige herziening toe"

In een interview met De Juristenkrant pleit de Gentse procureur-generaal Frank Schins voor een grondige hervorming van het strafprocesrecht. Hij stelt de raadkamer, de kamer van inbeschuldiging-stelling en de onderzoeksrechter in vraag.

"Het wetboek van strafvordering dateert van 1808, het strafwetboek van 1867. Het waren in hun tijd schitterende monumenten, maar nu zijn ze hopeloos verouderd. Alles moet nu veel sneller. We hebben dus nieuwe procedures nodig in functie van nieuwe criminele fenomenen", zegt Schins (foto).

Volgens de procureur-generaal is het onderzoek in strafzaken aan een volledige herziening toe. "Daarbij moeten we ook absoluut de EU-dimensie voor ogen houden en durven te evolueren naar een strafprocessueel model zoals dat bestaat in de overgrote meerderheid van de andere 27 lidstaten."

Hij pleit voor een nieuwe strafprocedure, waarbij het gewicht van het onderzoek niet langer bij de onderzoeksrechter ligt, maar wel bij het Openbaar Ministerie. De kamer van inbeschuldigingstelling en de raadkamer mogen wat hem betreft afgeschaft worden. Schins wordt daarin bijgetreden door andere magistraten, onder wie advocaat-generaal Frank Schuermans.

Schins doet zijn uitspraken als reactie op het mislukken van een aantal grote fraudeprocessen. Het wordt volgens hem steeds moeilijker om grote fraudedossiers binnen een redelijke termijn voor de rechtbank te brengen.

"Onderzoeksrechters behouden"

Karel Van Cauwenberghe, voorzitter van de vereniging van onderzoeksrechters, vindt het merkwaardig dat de discussie over de functie van onderzoekersrechter steeds weer oplaait.

"Er zijn inderdaad een aantal zaken die spijtig genoeg te lang geduurd hebben", reageerde Van Cauwenberghe in "De Ochtend" op Radio 1. "Maar dat heeft niet alleen te maken met het gerechtelijk onderzoek."

Onderzoeksrechters zijn volgens hem van belang voor de onafhankelijkheid van een gerechtelijk onderzoek. Ze zijn ook van in het begin bij een zaak betrokken en behouden zo een totaalbeeld op het onderzoek.

Van Cauwenberghe pleit eerder voor een betere organisatie en structuur van het gerechtelijk landschap om een vlotte doorstroom van zaken te verzekeren. Daarnaast kaart hij aan dat bij de hervormingen van 1998 de figuur van onderzoeksrechter is bevestigd en opgewaardeerd.