Subsidies zonnepanelen lager vanaf zomer 2011

De versnelde afbouw van de subsidies voor zonnepanelen start op 1 juli 2011. Met de subsidieafbouw wil de Vlaamse regering de oversubsidiëring aanpakken.

De Vlaamse regering wilde enkele jaren geleden de bevolking aansporen om meer over te schakelen op groene energie, door onder andere het plaatsen van zonnepanelen te subsidiëren. Het systeem had echter zo'n groot succes dat de kosten ervan te hoog dreigden op te lopen.

De regering besliste daarom om de subsidiëring van zonnepanelen af te bouwen en die afbouw zelfs te versnellen. Aanvankelijk zou dat vanaf 1 april 2011 gebeuren, maar begin december bleek dat de regering meer tijd nodig had en werd al duidelijk dat april als startdatum niet gehaald zou worden. De begindatum voor de versnelde afbouw van de subsidies is nu verschoven naar 1 juli 2011.

Volgens Vlaams minister van Energie Freya Van den Bossche (SP.A, foto) is de versnelde afbouw noodzakelijk om de oversubsidiëring van zonnepanelen aan te pakken. Zonnepanelen worden steeds goedkoper en hebben dus minder steun nodig, is de redenering.

Volgens Van den Bossche moest het steunmechanisme ook aangepast worden, omdat anders de impact op ieders energiefactuur te groot dreigde te worden. De kosten voor financiële ondersteuning van groene stroom worden namelijk vaak doorgerekend aan de verbruikers. Als het steunmechanisme niet aangepast zou worden, zouden alle verbruikers over 10 jaar samen zo'n 600 miljoen euro meer moeten betalen voor hun stroom.

Alleen voor nieuwe installaties

De afbouw van de subsidies heeft uiteraard gevolgen voor de koper van zonnepanelen. Voor particulieren zal het nu 8 à 10 jaar duren vooraleer ze hun investering hebben terugverdiend, in plaats van 5 à 6 jaar. Van den Bossche blijft er niettemin bij dat investeren in zonnepanelen interessant en rendabel is.

Belangrijk om weten is dat wie al zonnepanelen heeft geplaatst, wel de steun blijft ontvangen die vastgelegd is bij de installatie van de panelen. De aanpassingen van de subsidies gelden alleen voor nieuwe installaties.

Voor andere, minder ingeburgerde technologieën zullen de subsidies dan weer omhoog gaan, zoals voor warmtekrachtkoppeling (waarbij tegelijk warmte en elektriciteit worden geproduceerd) en vergisting (verbranding van biogas dat ontstaat door de verwerking van mest).