Hoe kunnen musea en verzamelaars samenwerken?

De samenwerking tussen musea en privéverzamelaars staat momenteel hoog op de agenda. Mu.ZEE in Oostende riep de betrokkenen twee dagen bij elkaar. Oplossingen en voorstellen werden er amper geformuleerd, maar de conclusies zijn wel een goede basis om op het niveau van de overheid de discussie aan te zwengelen.

Veel aandacht ging er naar de verzamelaar zelf. Dikwijls ontstaat zijn collectie uit een "eeuwigdurend" enthousiasme voor de kunst, waarbij hij bijna geen rekening houdt met de coherentie van zijn collectie en een strategie op lange termijn.

Hij koopt en verkoopt wanneer het hem uitkomt en beschouwt zijn collectie niet meteen als erfgoed dat voor bewaring in aanmerking komt. Aan verzamelaars Wilfried en Yannick Cooreman vroeg Directeur-Conservator van Mu.ZEE Phillip Van den Bossche welke samenwerking zij verkiezen?

"Wij willen onze verzameling in handen geven van mensen met kennis van zaken die de werken een cultuurhistorische context kunnen geven. En dan komen wij uit bij de musea en bij curatoren", aldus Wilfried Cooreman die met grote bezorgdheid verder ging, ”dat de echte rijken zoals de Indiërs, Amerikanen en Russen de kunstwereld bepalen. Zij zullen op termijn tweederangs kunstenaars en werken die niet de moeite waard zijn, op de markt brengen."

Laten we de iconen verlaten

Het betoog van criticus en essayist Paul Depondt sloot daar wondermooi op aan. Hij waarschuwde voor de opvatting dat een kunstwerk een icoon of trofee is. Musea en verzamelaars vertrekken dikwijls van een canongedachte: "Het museum of de collectioneur moet die of die werken bezitten of hij speelt niet langer mee in de eerste divisie. De dwanggedachte dat men een Tuymans moet hebben! Laten wij de iconen verlaten!"

Erno Vroonen, curatorial advisor Groeninghe Collectief Brugge, wees op de sociale status die verbonden is aan een verzameling: "Wat je toont, is niet zo belangrijk maar wel het prijskaartje dat eraan hangt. Niemand spreekt over die prijs, maar de incrowd kent de som wel."

En dus laat de rijke privéverzamelaar zich hypen, hij kan het werk cultuurhistorisch niet situeren en hij probeert jonge kunstenaars snel te kopen om ze nog sneller te verkopen. Waarop Phillip Van den Bossche droogjes opmerkte: "96% van de hedendaagse kunst zal nooit in waarde stijgen!"

Een taboe doorbroken

"We staan even stil om de consequenties te overzien. Want wat hier wordt gesteld, betekent een definitieve afrekening met het romantische idee dat iemand van nature kunstenaar kan zijn, en dat uitsluitend authenticiteit, originaliteit en het vakmanschap van zijn kunst dit bewijzen. Kortom, de mythe die zoemt rondom genieën als Van Gogh en Picasso. Voor de hedendaagse kunstenaar geldt dus het omgekeerde: niet zijn kunst zelf, maar zijn erkenning als kunstenaar bewijst dat hij kunst maakt. Deze erkenning krijgt hij als zijn werk op het heersende discours aansluit." Een scherp fragment uit een eerder dit jaar gepubliceerd pamflet van de Nederlandse kunstcritica Anna Tilroe.

Bij de koffie en de wijn opperden verschillende jonge artiesten dat er te weinig aandacht werd besteed aan de rol die de kunstenaar speelt binnen deze problematiek. Maar niet geklaagd, tijdens de afsluitende borrel zagen we alleen maar enthousiaste en gelukkige mensen.

"Er wordt een groot taboe doorbroken", aldus artistiek directeur Philippe Van Cauteren van het S.M.A.K. "Vroeger gingen we ervan uit dat een privéverzamelaar geen of te weinige expertise bezat en te speculatief een collectie ging opbouwen. Hij werd daarom gezien als een vijand van het museum waar de artistieke en de wetenschappelijke kennis wel aanwezig zijn. En wij als museumdirecteurs moeten blijven verzamelen, niet om alles in huis te hebben, maar wel om vanuit een visie een ensemble samen te stellen."

Het S.M.A.K. werkt daar hard aan. Niet langer wordt horizontaal aangekocht maar wel verticaal of in de diepte waardoor werken van een kunstenaar gespreid in de tijd worden verworven. Dit is uitermate interessant voor de cultuurhistorische studie en daarom – zo onderstreepte Philippe Van Cauteren – kopen ze ook een werk aan uit een minder creatieve periode van de betrokken kunstenaar.

Uit het symposium blijkt ook hoe onze musea van hedendaagse of actuele kunst sommige taken niet meer aankunnen. De achterstand bij inventarisatie, beschrijving en onderzoek is groot en het S.M.A.K. bijvoorbeeld heeft nog steeds geen definitieve catalogus van alle werken die zich in het depot bevinden.

Concrete stappen

Directeur-Conservator van Mu.ZEE Phillip Van den Bossche was bijzonder in zijn nopjes met de mogelijkheden die werden aangereikt tijdens de tweedaagse forumgesprekken:

"Ik bemerkte een openheid om een werkgroep te maken waar alle actoren zoals private verzamelaars, musea, en alle overheden in kunnen zetelen. Wij moeten praten over onder meer fiscaliteit en we moeten zorgen dat het vertrouwen tussen private en publieke instellingen groeit."

We bellen hierover met Prof. Dr Frederik Swennen (Universiteit Antwerpen) die de eerste dag dikwijls tussen kwam en de gesprekken stuurde: "Vandaag zijn er al vele kleine ingrepen mogelijk, zoals op het vlak van de fiscaliteit en de beheersovereenkomsten tussen overheid en privé. Ik pleit bijvoorbeeld voor het renteloos aankopen van kunst. Probleem is dat deze maatregelen op verschillende niveaus zoals federaal en gewestelijk moeten worden genomen. De bereidheid tot praten is er, maar er is geen coördinerende instantie."

"En we moeten werk maken van een digitale, virtuele bank van de hedendaagse kunstwerken die zich zowel in musea als in privéverzamelingen bevinden.”

Frederik Swennen vindt het geen taak van de musea om te dienen als depot voor privéverzamelaars. Zo vertelde het echtpaar Cooreman, die een forse zij het enigszins eclectische collectie hebben opgebouwd die vorig jaar nog werd getoond in het Museum D’Hondt-Dhaenens, dat de samenwerking met sommige musea heel stroef verloopt.

"Klopt", voegt Frederik Swennen daaraan toe,"maar private verzamelaars gaan er te gemakkelijk vanuit dat hun aankopen een museale waarde hebben. Het M hka in Antwerpen ziet een samenwerking met de private sector minder zitten. Het museum hanteert een heel eigen insteek: een strikte museale keuze en het museum is geen depot voor collectioneurs. Het Middelheim, S.M.A.K. en Mu.ZEE daarentegen hebben sterke banden met verzamelaars."

"En ook de overheid heeft niet altijd goede ervaringen met privéverzamelaars. Dikwijls schenken zij een collectie en/of een archief en gaan dan eisen stellen. En dan krijg je financiële rampen zoals het Raveelmuseum. Ik ben geen voorstander om een museum uit te bouwen rond één kunstenaar of één collectie. Wat wil ik wel? Een stichting waarin alle privé verzamelingen zitten en het is de stichting die onderzoekt naar welk ruimte en dat kan een museum zijn, sommige stukken gaan en in welke universiteit of onderzoekscentrum een archief wetenschappelijk wordt geanalyseerd.”

Tijdens de tweedaagse werd het plan op tafel gelegd van een kadaster van alle werken uit alle privécollecties. De scherpe vragen bleven niet uit: wie moet dat organiseren? Wie zal de gegevens beheren? Wie mag deze toch vertrouwelijke gegevens gebruiken? En – de cruciale vraag – kunnen privéverzamelaars een dergelijk kadaster vertrouwen?

Deze twee dagen hebben ons alvast geleerd dat de samenwerking tussen de publieke sector en de private verzamelaars de komende jaren een thema is dat sterk in de belangstelling zal komen, vooral omdat de aankoopprijzen van bepaalde kunstwerken te hoog zijn voor één instelling of privé-persoon, of zoals een deelnemer het kernachtig uitdrukte:

"Als we morgen een Tuymans willen kopen dan zullen privé en publieke sector samen de cheque moeten uitschrijven."

Kunst is economie, en toen Damien Hirst de vraag kreeg of hij een kunstenaar of een ondernemer is, koos hij resoluut voor de ondernemer. De kunstenaar als marketeer tegen wil en dank waarbij het kunstwerk dreigt niet langer op de eerste plaats te komen.

Yves Jansen