50 jaar geleden lag België bijna helemaal plat

Op 20 december 1960 begon de Grote Staking. Vijf weken lang daverde België op zijn grondvesten door de staking tegen de Eenheidswet van de regering van Gaston Eyskens, die tot doel had de economie er weer bovenop te helpen. Het protest was ook separatistisch getint, maar dan wel aan Waalse zijde.

"Het federalisme is noodzakelijk om de structuurhervormingen van de staat door te voeren". Het lijkt wel een eis van de Vlaams-nationalistische N-VA, maar niets is minder waar: het zijn woorden uit de mond van André Renard, de Luikse socialistische vakbondsleider die een belangrijke rol speelde tijdens de Grote Staking tegen de beruchte Eenheidswet van de toenmalige regering-Eyskens van christendemocraten en liberalen.

Na een kortstondige economische heropleving, na de Tweede Wereldoorlog, was de Belgische economie in de jaren 50 in een sukkelstraatje beland. Dat had alles te maken met een gebrek aan dynamiek en een verouderde industrie. Vooral in Wallonië deden de staalindustrie en de steenkoolmijnen het verre van goed, wat leidde tot banenverlies en een grote structurele werkloosheid, en daar kwam in de periode 1958-1959 nog eens een economische crisis bovenop.

In 1960 waren er in ons land 158.097 werklozen - weliswaar heel wat minder dan de 224.752 van in 1954 -, maar het ging wel hoofdzakelijk over werklozen voor wie er niet onmiddellijk een oplossing bestond. De vakbonden, vooral dan de socialistische vakbond ABVV-FGTB, streefden echter naar een volledige tewerkstelling en een verbetering van het algemene levenspeil.

Eyskens, kop van Jut

In 1960 lanceert de regering van vader Eyskens (midden op foto hieronder) de Eenheidswet, of de wet voor economische expansie, sociale vooruitgang en financieel herstel. De regering doet een hele reeks voorstellen om het land weer op de sporen te krijgen na de steenkolencrisis en de onafhankelijkheid van Congo.

Zo komt er een verhoging van de belastingen om de staatskas te spekken, maar er wordt ook fors bespaard op defensie, onderwijs, werkloosheidsuitkeringen en pensioenen. Het gaat om een compromis: de liberalen stemmen in met een hogere fiscale druk op voorwaarde dat er wordt gesnoeid in de overheidsuitgaven.

De voorstellen van de regering-Eyskens stuiten op felle weerstand, vooral dan bij de socialistische vakbond. De Grote Staking begint bij de openbare diensten, maar breidt snel uit naar de privé-sector, zowel in Vlaanderen als in Wallonië.

De regering lijkt wel verlamd. Op het hoogtepunt van de staking, twee weken later, hebben zo'n miljoen werknemers het werk neergelegd. Vooral in Wallonië, waar de gevolgen van de economische crisis het grootst zijn, wordt het erg hard gespeeld: stakerscomité's organseren er bijvoorbeeld het transport en geen vrachtwagen kan er rijden zonder syndicale toestemming. In Vlaanderen, waar de christelijk vakbond ACV sterker staat, wordt er minder hard actie gevoerd.

Tijden van Waals separatisme

In het Luikse industriebekken voert vakbondsleider André Renard het hoge woord. Renard is een hevig voorstander van federalisme, dat hij beschouwt als een middel om de hervormingen door te voeren om de slabakkende Waalse economie er weer bovenop te helpen. Hij vindt dat Wallonië een eigen economische beleid moet kunnen voeren dat tegemoet komt aan de eigen Waalse noden.

Niet iedereen binnen de socialistische vakbond deelt die mening. Uiteindelijk stapt Renard zelfs uit de vakbond en richt hij de Mouvement Populaire Wallon (MPW) op. Hij vreest dat de economische vooruitgang van Vlaanderen en de de ontvoogding van de Vlaamse gemeenschap  zal leiden tot een dominante positie van Vlaanderen in België.

Na de dood van Renard in 1962 sterft ook het renardisme een stille dood.

De laatste grote syndicale strijd?

De stakingsbeweging wordt intussen alsmaar grimmiger: er komen rellen, sabotagedaden en regelrechte gevechten met de ordediensten. Kardinaal Van Roey, aartsbisschop van Mechelen en Brussel, roept de vakbonden op om hun militanten in toom te houden en het werk te hervatten. In januari 1961 vallen er vier doden bij gewelddadige confrontaties tussen rijkswacht en stakers in Brussel en Luik: een triest hoogtepunt. Na 35 dagen wordt de staking opgeheven. Alles samen worden zijn zo'n 2.000 arbeiders opgepakt, van wie er uiteindelijk een 1.000-tal wordt veroordeeld.

Sommigen noemen de Grote Staking de laatste grote proletarische opstand in ons land. Veel heeft ze echter niet opgeleverd, want de Eenheidswet werd op 13 januari 1961 goedgekeurd in Kamer en Senaat. Toch had ze de regering-Eyskens danig verzwakt, waarop die een maand later struikelde over de uitvoeringsbesluiten van de nieuwe wet.

Volgens socioloog Luc Huyse zijn de sociale gevolgen miniem - de Eenheidswet belandt niet in de prullenmand en er zijn geen negatieve gevolgen voor het sociaal overleg -, maar legt  de Grote Staking vooral een communautaire breuklijn tussen noord en zuid bloot, maar dan wel een op sociaal-economisch vlak. Vlaanderen en Wallonië blijken eens te meer te verschillen in de visie op maatschappij, staat, economie en sociale machtsverhoudingen.

Dat laatste wordt tot op vandaag geïllustreerd door de aanhoudende politie crisis die ons land doormaakt, hoewel de separaristen vandaag ten noorden van de taalgrens blijken te wonen.

Rik Arnoudt