Timosjenko in staat van beschuldiging gesteld

In Oekraïne heeft het gerecht oud-premier Joelia Timosjenko in staat van beschuldiging gesteld wegens misbruik van overheidsfinanciën in de periode dat ze regeringsleider was. Dat heeft het parket meegedeeld.

Timosjenko zou 280 miljoen dollar voor andere doeleinden hebben gebruikt dan begroot. Het geld diende om "schone lucht" te kopen ter compensatie van de milieuvervuiling door de Oekraïense industrie, als onderdeel van het klimaatprotocol van Kyoto.

De voormalige premier geeft toe dat ze het geld deels heeft gebruikt om in volle recessie pensioenen uit te betalen, maar ze zegt ook dat het geld nadien teruggestort is en toch voor milieudoeleinden gebruikt is.

Timosjenko zegt dat het gerechtelijke onderzoek tegen haar er komt onder druk van president Viktor Janoekovitsj. Janoekovitsj wordt beschouwd als een bondgenoot van Moskou, terwijl Timosjenko en oud-president Viktor Joesjtsjenko in 2004 de leiders van de zogenoemde Oranjerevolutie waren. Beiden zouden Oekraïne toen een meer Westerse koers doen varen maar raakten het oneens, en hun economisch beleid was evenmin een groot succes.

Het is overigens niet de eerste keer dat Timosjenko wordt beticht van corruptie en financieel gesjoemel. In 2001 werd ze aangeklaagd wegens zelfverrijking en smokkel van gas toen ze in de jaren 90 een gasbedrijf leidde.