"Wij hebben geen monopolie op misbruik"

Aartsbisschop André-Joseph Léonard heeft in de bijzondere Kamercommissie over seksueel misbruik gepleit voor een solidariteitsfonds waar op vrijwillige basis bijdragen kunnen worden gestort voor slachtoffers van seksueel misbruik. Léonard liet daarbij enkele merkwaardige uitspraken optekenen.

Na zijn betoog in de bijzondere Kamercommissie over seksueel misbruik binnen de kerk, heeft aartsbisschop André-Joseph Léonard nog geantwoord op vragen van commissieleden. Daarin werd vooral doorgegaan op de manier waarop de kerk bereid is om de slachtoffers bij te staan.

Ook de eventuele schadevergoedingen kwamen ter sprake. In zijn verklaring had Léonard gezegd dat hij dat een bijzonder complexe materie vond en zich daar niet over wenste uit te spreken. "Het is aan het gerecht om te oordelen of een instituut, welk instituut dan ook, waarvan de verantwoordelijken niet persoonlijk bij de feiten betrokken zijn, daarvoor een schadevergoeding moeten betalen", bleef Léonard op de vlakte. Opvallend, want eerder hadden andere bisschoppen zich wel bereid verklaard om over te gaan tot die "geste".

"De kerk heef een traditie in generositeit en solidariteit, voor de derde wereld, bij natuurrampen, bij epidemieën, maar moet een instelling financieel verantwoordelijk worden gesteld voor feiten die door haar leden worden gepleegd?", vroeg de aartsbisschop zich opnieuw af.

"Solidariteitsfonds voor slachtoffers van misbruik"

Léonard stelde wel de oprichting van een solidariteitsfonds voor. Daarin zouden organisaties, waaronder de kerk, op vrijwillige basis bijdragen kunnen storten voor slachtoffers van seksueel misbruik die geen schadevergoeding van de dader kunnen ontvangen via gerechtelijke weg, hetzij omdat de feiten verjaard zijn, hetzij omdat de dader overleden is.

Voor de aartsbisschop is het belangrijk dat dat fonds zich niet beperkt tot slachtoffers van seksueel misbruik binnen de kerk "maar tot alle slachtoffers van misbruik binnen een gezagsrelatie, dus ook bijvoorbeeld in de medische sfeer of in de sportwereld." Ook is de kerk volgens Léonard niet de enige instelling die kan en moet bijdragen tot zo'n solidariteitsfonds, "want de kerk heeft niet het monopolie over solidariteit en gulheid of kindermisbruik."

Volgens Léonard is het aan de wetgevende macht, het parlement dus, om de krijtlijnen van een dergelijk fonds uit te tekenen, zodat het op lange termijn tussenkomsten kan blijven garanderen.

"Waar gaat dat eindigen?"

Overigens deed Léonard bij veel commissieleden de wenkbrauwen fronsen toen hij opriep tot waakzaamheid in verband met schadevergoedingen. "We moeten ons toch afvragen waar we naartoe gaan en oppassen dat we niet vervallen in een cultuur van schadeclaims, zoals in de Verenigde Staten", aldus Léonard.

De aartsbisschop verwees naar het nieuws dat enkele weken geleden bekend raakte over ouders die een schadevergoeding hadden gekregen omdat ze een gehandicapt kindje ter wereld hadden gebracht. Ook het kindje, dat intussen overleden is, had een schadevergoeding gekregen, "omdat het geboren was".

"Wat als straks schadevergoedingen worden geëist door kinderen die geboren zijn via vruchtbaarheidsbehandelingen, of kinderen die opgevoed worden door twee moeders of twee vaders, als studies zouden aantonen dat dat nefaste gevolgen heeft voor de fysieke of mentale gezondheid van mensen? Waar gaat dat eindigen?"

Léonard hamerde er meermaals op dat hij die mening niet deelt, "maar er zullen mensen zijn die zo gaan redeneren".