Lefgozer met lak aan conventies

De Belgische stripauteur Brecht Evens (24) heeft op het internationale stripfestival in Angoulême een prestigieuze prijs gewonnen. Louis van Dievel schreef in 2010 in Ons Erfdeel deze bijdrage over de auteur.

Het gaat striptekenaar Brecht Evens (°1986) voor de wind, en dat is een understatement. Begin 2009 deelnemer aan de tentoonstelling Ceci n’est pas la BD flamande, op het walhalla van de strip en de striptekenaar, het festival van Angoulême. Eind 2009 winnaar van de Stripvos, de prijs van de Onafhankelijke Vlaamse Stripgilde. Halverwege 2010 bevallen van Ergens waar je niet wil zijn, een grensverleggende strip, die geprezen wordt in binnen- en buitenland. Vertalingen in het Engels, Duits, Spaans en Frans (en niet bij obscure uitgeverijtjes maar onder meer bij Drawn & Quarterly en Actes Sud). In 2010 laureaat van de eerste Willy Vandersteenprijs (5.000 euro en een eigen tentoonstelling in Vlaanderen en Nederland).

Ergens waar je niet wil zijn, is het verhaal van Gert en van Robbie. En van Lulu. Gert is een geboren loser. Als hij een feestje geeft, gaan zijn vrienden – nou ja, vrienden uit plichtsbesef op de uitnodiging in, en ook wel omdat ze hopen dat Robbie er zal zijn, iets wat Gert heeft laten uitschijnen. Iedereen wil Robbies vriend zijn, Robbie is een idool, een mythe. Robbie is de man op wie ze hun verlangens projecteren. Robbie is de figuur die ze zouden willen zijn, die ze willen ontmoeten. Maar op het feestje van Gert verschijnt hij niet. Gert heeft vals gespeeld. De sfeer is er bedrukt. De gasten hebben allemaal een excuus om vroeg te vertrekken. Dezelfde avond wordt het kneusje Naomi door een vriendin omgetoverd in de sexy Lulu . Ze draagt een diadeem met kattenoortjes. Ze gaan dansen in Disco Harem, de plek waar je de meeste kans hebt om Robbie aan te treffen, als aanvoerder van de party people. Niet de vriendin , maar Lulu komt in het bed van Robbie terecht. Er volgt een naar Vlaamse normen stomende en expliciete seksscène. En Gert, de saaie Gert, stort een dag later zijn ziel uit bij Robbie, opnieuw in Disco Harem. Robbie luistert, geduldig zelfs, neemt Gert mee in zijn glitter- en sprookjeswereld en toont hem hoe het leven zou kunnen zijn. Als je maar durft. Maar Gert durft zich niet te bevrijden uit zijn keurslijf, durft niet te springen. Eens een loser, altijd een loser.

Dat is alles wat er gebeurt in Ergens waar je niet wil zijn. De titel slaat op het gevoel dat je hebt wanneer je je allesbehalve feestelijk voelt, terwijl je toch midden in een menigte uitbundige feestneuzen staat. Het gevoel dat er elders, vlakbij, iets veel boeienders gaande is. Ergens waar je niet wil zijn is een sprookje, een wreed sprookje, met Brecht Evens als boeiende verteller. In de strip hangt ook een soort Alice in Wonderland-sfeer, met vreemde liften, geheime deuren naar een andere wereld, raadselachtige plantentuinen, bizarre sprookjesfiguren. Het magisch realisme is nooit ver weg.
De manier waarop Evens je in zijn droomwereld meetrekt, maakt het stripverhaal of is het een grafische roman? tot een klein meesterwerk. Evens gooit alle wetten en regels van het klassieke stripverhaal overboord, de regels van bladspiegel en découpage. Hij tekent niet, hij schildert zijn figuren met brede penseelhalen, niet buiten de lijntjes, want lijntjes (laat staan een Klare Lijn) zijn er niet. Soms ontbreekt bladzijden lang iedere tekst, omdat de ‘beelden’ genoeg zeggen, of voor zich spreken. Brecht Evens geeft niet om logica, of eenheid van plaats, tijd en handeling. Hij vindt het niet erg dat zijn schilderwerk op de eerste bladzijden van het album nog onzeker, minder trefzeker is dan aan het eind, waar hij het penseel duidelijk vaster in de hand houdt. De gezichten van zijn personages zijn vaak niet meer dan vlekken die vager worden wanneer de figuur in zijn of haar schulp kruipt. Brecht Evens strooit wild en mild kleuren in het rond. Vale tinten als het over Gert gaat, uitbundig rood (vooral) en groen en blauw als de strip zich in de disco afspeelt. Soms zijn de kleuren hard en kil, soms lijken ze gemaakt van zuurstokken.

Maar kan Brecht Evens met zijn stijl een groot publiek bereiken? Dat valt nog af te wachten. Hoewel. Alles wat hij tot nog toe aanvatte, werd een succes. In 2005 , toen hij amper negentien was, won hij een wedstrijd van de eerder genoemde Onafhankelijke Vlaamse Stripgilde, met het tekstloze stripverhaal Boodschap uit de ruimte. De prijs was een druk van zijn album op drieduizend exemplaren, uitgegeven door Van Halewyck. Boodschap uit de ruimte was een vrolijke pastiche op de media: hoe ze in overdrive gaan en de grote middelen inzetten wanneer een ruimteschip landt en een ruimtewezen op stap gaat, achtervolgd door camera’s, hoogwaardigheidsbekleders en reporters. Bavo Claes speelt er een cameo in.
Als visitekaartje kon dat album tellen. Zijn eerste ‘echte strip met tekst’, Vincent, volgde een jaar later. Dat was meteen de laatste keer dat Evens zich aan de wetmatigheden van de strip zou houden. Nachtdieren uit 2007, een somber en angstaanjagend sprookje, was qua techniek en sfeer een soort aanloop naar de reuzenstap die Evens met Ergens waar je niet wil zijn zou zetten. De stap naar een volstrekt eigen stijl. Het is verbazingwekkend hoe zo’n jonge kerel invloeden opneemt maar niet kopieert. Of wat hij maakt verkoopbaar is, daar maalt de tekenaar niet om. Hij gaat nog als een flierefluiter door het leven. Tot nog toe kon hij rekenen op de steun van het Vlaams Fonds voor de Letteren, iets waarover binnen stripland overigens niet weinig wordt gebakkeleid tussen de jongere en de oudere generatie tekenaars, en waarbij gemene verwijten als “steuntrekkertje” vallen. Het is een feit dat Evens zonder de steun van het Fonds geen uitgever en dus geen publiek of internationale belangstelling gevonden zou hebben, en als zo veel jonge tekenaars op het internet voor zijn vrienden zou zijn blijven werken. In de marge.

Wie op de website van Brecht Evens gaat kijken, krijgt meteen een voorproefje van het nieuwe werk dat op komst is, onder de werktitel The Making Of. Opnieuw wordt er geschilderd en niet getekend, is het sprookjeselement alom present en wordt er niet op kleur bespaard, maar hier en daar valt al een lijntje, een contour te bespeuren. Dat laatste uit balsturigheid, wellicht.
 

Lefgozer met lak aan conventies. Striptekenaar Brecht Evens
(Louis van Dievel) Ons Erfdeel - 2010, nr 4, 116-118