Klacht tegen Nederlandstalige onderwijs Brussel

De Franstalige Gemeenschap heeft een klacht ingediend bij het Grondwettelijk Hof over het Nederlandstalige onderwijs in Brussel. Dat schrijft De Standaard. Minister Smet van Onderwijs noemt de klacht "bizar en betreurenswaardig".

De Franstalige Gemeenschap voelt zich benadeeld door een regel in het Vlaamse onderwijsdecreet. Het gaat om een regel die bepaalt welke kinderen school mogen lopen in de Nederlandstalige scholen in Brussel.

De broers en zussen van leerlingen krijgen voorrang. 55 procent van de andere plaatsen gaat naar kinderen met een Nederlandstalige ouder. Door die maatregelen voelt de Franstalige Gemeenschap zich benadeeld.

De Franstalige Gemeenschap wil dat het Nederlandstalige onderwijs meer allochtonen en anderstaligen opneemt, iets wat volgens hen te weinig gebeurt door de maatregelen in het decreet.

"Dit getuigt van minachting voor het Nederlandstalige onderwijs in de hoofdstad", reageert Kris Van Dijck, N-VA-fractieleider in het Vlaams parlement. Hij hoopt dat de Franstalige Gemeenschap de klacht zal intrekken en roept "de verschillende betrokkenen" op om "het capaciteitsprobleem in het Brusselse onderwijs te helpen oplossen".

"Bizarre klacht"

Vlaams minister van Onderwijs Pascal Smet (SP.A) noemt de klacht "betreurenswaardig en bizar".

In een mededeling zegt de minister dat sinds het Gelijke onderwijskansendecreet van 2002 er in het Brussels Nederlandstalig onderwijs een voorrang bestaat voor Nederlandstalige kinderen. Het Lokaal Overlegplatform legde het voorrangspercentage vast op 45 procent. In hetzelfde decreet van 2002 werd beslist dat ouders via een "verklaring op eer" konden bewijzen dat ze thuis Nederlands spraken. Het Nederlandstalig onderwijs is in Brussel erg gegeerd. Het heeft immers een veel betere naam dan het Franstalig onderwijs. Daarom werd er gefraudeerd met de "verklaringen op eer", aldus Smet.

Het Vlaams Parlement besliste daarom op het einde van het vorig schooljaar om geen voorrang meer te geven aan mensen die verklaarden thuis Nederlands te spreken maar wel voorrang te geven aan mensen die het Nederlands machtig zijn. Bewijzen dat men Nederlands kent, kan op veel manieren bijvoorbeeld via een eenvoudige test bij het Huis van het Nederlands.

Er zijn natuurlijk veel meer mensen die het Nederlands machtig zijn, dan er mensen zijn die het thuis spreken. Zo zijn er in Brussel taalgemengde gezinnen waar één van de beide ouders Nederlands als moedertaal heeft, maar waar er thuis geen Nederlands wordt gesproken. Daarom is in dezelfde herziening van de regelgeving het voorrangspercentage opgetrokken van 45 procent naar 55 procent, gaat de minister voort.

Uiteraard zijn er geen 55 procent kinderen in Brussel waarvan minstens één ouder het Nederlands min of meer machtig is, slechts een derde van de kinderen in het Nederlandstalig onderwijs heeft één of twee Nederlandskundige ouders. Het optrekken van het voorrangspercentage laat enkel toe dat in sommige scholen Nederlandstalige ouders hun kinderen samen kunnen inschrijven om te vermijden dat ze de enige Nederlandstaligen in de school zijn, zegt Smet.

Kortom, vervolgt Smet, in het Nederlandstalig onderwijs in Brussel spreekt maximaal een derde van de leerlingen thuis (af en toe) Nederlands. In het Franstalig onderwijs in Brussel spreekt minstens 7 op 10 leerlingen thuis Frans. Verhoudingsgewijs neemt het Nederlandstalig onderwijs twee keer zoveel anderstaligen op als het Franstalig onderwijs. Zeggen dat de Vlaamse Gemeenschap haar verantwoordelijkheid ontwijkt is dus bij de haren getrokken.

Pascal Smet betreurt de klacht van de Franstalige Gemeenschap en noemt ze zelfs bizar: "Door de capaciteitsuitbreiding creëren we heel wat extra plaatsen voor anderstalige kinderen in onze Nederlandstalige scholen in Brussel. Het aantal Nederlandstalige kindjes neemt immers niet toe. Ik vind het dan ook niet gepast dat men de zaken nu voorstelt als zouden wij met deze maatregel anderstalige kindjes als groep benadelen, want het tegendeel is waar. Het voorrangsbeleid bestaat intussen al 9 jaar. We hebben dat vorig jaar verfijnd om misbruik tegen te gaan. Ik vind het bizar dat de Franstalige Gemeenschap daar nu op deze manier tegen reageert."