Wat doet de prijzen aan de pomp stijgen?

De stijging van de olieprijs maakt benzine en diesel duurder. Ze bereiken inmiddels zelfs de recordprijzen die in 2008 werden gehaald, ook al was een vat ruwe olie toen nog fors duurder. Vanwaar dat verschil?

Voor een volle benzinetank van 45 liter betaalt u nu maximaal zo'n 73 euro en voor diesel bijna 65 euro. In vergelijking met begin vorig jaar betaalt u gemiddeld respectievelijk ongeveer 7 en 13 euro meer. De weggebruikers voelen dus volop de impact van de spanningen in enkele olieproducerende landen. Intussen halen de brandstofprijzen het record van 2008, dus net voor de economische crisis.

Toch zit de prijs van een vat ruwe olie op de internationale markten nog altijd onder het niveau van 2008. De gigantische boom van de wereldeconomie maakte toen dat een vat ruwe olie tot 150 dollar per vat klom. Vandaag is het vooral de grote vraag vanuit opkomende industrielanden zoals China of India die de prijs opdrijft. De onzekerheid in de Arabische wereld verhoogt de druk op de prijzen.

Hoe komt het dat de benzine- en dieselprijzen aan de pomp dan wel tegen het record aanschurken, terwijl ruwe olie in 2008 nog fors duurder was dan nu? Dat is onder meer te verklaren door de accijnzen en btw. De belastingdruk aan de pomp is de laatste jaren immers aanzienlijk toegenomen. Van elke liter benzine gaat ongeveer 55 procent naar de staat, voor diesel is dat 46 procent. Bij een prijsstijging ziet de staat ook haar btw-inkomsten stijgen.

Vroeger kon de overheid de effecten van de prijsstijgingen beperken met het Cliquet-systeem. Als de benzine- en dieselprijzen te veel stegen, ging de accijns wat naar beneden om de gevolgen aan de pomp te minderen. Maar dat systeem is inmiddels afgevoerd.

De overheid wil daarentegen de accijnzen op diesel geleidelijk optrekken. Telkens als de dieselprijs daalt, voelt de consument daar slechts de helft van. De andere helft van de prijsdaling komt terecht in de staatskas in de vorm van hogere accijnzen. Intussen gaan er wel stemmen op om maatregelen te nemen tegen de aanhoudende prijsstijgingen.

Ook de verhouding tussen de dollar en de euro speelt een rol in de energieprijzen. De prijzen aan de pomp worden berekend in euro, maar internationaal wordt olie (net zoals de meeste andere grondstoffen) verhandeld in Amerikaanse dollar. Een dure euro mildert het effect van de stijgende olieprijs, maar een stijgende dollar maakt de olie duurder voor Europa.