Clinton: "Vliegverbod is een zaak van de VN"

De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Hillary Clinton zegt dat een vliegverbod boven Libië alleen door de Verenigde Naties beslist kan worden. Een actie geleid door de Verenigde Staten, welke dan ook, ziet ze niet zitten.

Al enkele dagen wordt er druk diplomatiek overleg gepleegd over de situatie in Libië en hoe die aangepakt moet worden, maar niet iedereen is voor een zogenoemde nofly-zone, laat staan voor een militaire interventie in het land. Gisteren werd al duidelijk dat Rusland en China daar geen voorstander van zijn. Beide landen hebben vetorecht in de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties.

De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Hillary Clinton kijkt niettemin in de eerste plaats naar de Verenigde Naties om een beslissing te nemen over een vliegverbod.

"We willen dat de internationale gemeenschap zo'n verbod zou steunen", zei Clinton aan Sky News. "Ik denk dat het heel belangrijk is dat dit geen actie wordt die geleid wordt door de Verenigde Staten, de NAVO of Europa, het moet een internationale actie zijn." Volgens Clinton moet het duidelijk zijn dat de vraag voor een verbod van het Libische volk zelf komt. Het zijn vooral Frankrijk en Groot-Brittannië die momenteel aan de kar trekken binnen de Verenigde Naties om een resolutie op te stellen die een vliegverbod inhoudt.

De Libische Nationale Raad, die de oppositie in het land vertegenwoordigt, is er in elk geval van overtuigd dat een vliegverbod Khaddafi op de knieën zou dwingen. "We zullen onze overwinning vervolmaken als er een vliegverbod komt. En als Khaddafi bovendien belet wordt om nog huurlingen te rekruteren, dan zou dat binnen enkele uren zijn einde betekenen", zei een woordvoerder van de raad. Maar voor een echte militaire interventie is de raad geen vragende partij. "Deze revolutie moet vooral Libisch blijven", lieten twee vertegenwoordigers van de raad gisteren verstaan tijdens een bezoek aan het Europees Parlement.

Eerste VN-voedselhulp in Libië

Intussen hebben de Verenigde Naties voor het eerst sinds de opstand een lading voedselhulp Libië binnengebracht. Een konvooi vrachtwagens leverde 70 ton energieke dadelkoeken af in de oostelijke havenstad Benghazi.

Tot nog toe had het Wereldvoedselprogramma van de Verenigde Naties zich beperkt tot hulp aan de vluchtelingen in de buurlanden Tunesië en Egypte.

Vorige week moest een schip van de VN met tarwemeel aan boord rechtsomkeer maken voor de haven van Benghazi, omdat het te gevaarlijk was om aan te meren. Dat schip zou intussen opnieuw op weg zijn richting Benghazi.

Volgens de VN hebben meer dan een miljoen mensen die het land uitvluchten of nog in Libië zijn, humanitaire hulp nodig.