Kernongeluk in Fukushima geen première

De ontploffing in de kerncentrale van Fukushima is niet het eerste zware kernongeluk. In 1979 kwam er radioactiviteit vrij bij een ongeluk in Harrisburg, in de VS, maar het zwaarste ongeval uit de geschiedenis met een kerncentrale is dat in Tsjernobyl, in 1986. Opvallend toen was dat de autoriteiten zo karig mogelijk waren met informatie.

Het eerste zware ongeluk met een kerncentrale gebeurt op 28 maart 1979 in de centrale van Three Mile Island in Harrisburg, in de Amerikaanse staat Pennsylvania. Door een storing in het koelcircuit van de centrale en een opeenvolging van menselijke fouten loopt de temperatuur in de reactorkern op tot 2.200 graden, waardoor de reactorkern gedeeltelijk smelt. Bij het ongeval worden radioactieve gassen geloosd in de atmosfeer.

Als gevolg van het ongeval wordt de volksgezondheid gedurende 18 jaar nauwlettend in het oog gehouden, maar er worden geen nadelige gevolgen voor de bevolking vastgesteld. Toch blijkt uit rapporten dat de vruchtbaarheid van koeien en paarden in de buurt drastisch is gedaald.

Het duurt 6 jaar voor men het reactorvat kan openen. Daarbij blijkt dat de schade groter is dan aanvankelijk gedacht: een deel van de reactorbrandstof ligt gesmolten op de bodem van het vat. Pas in 1993 is de schoonmaak van het reactorvat afgerond. De kerncentrale zelf zal worden afgebroken.

Hoe ongevaarlijk erg gevaarlijk bleek

Op 26 april 1986 gaat het mis in de kerncentrale van Tsjernobyl, in de toenmalige Sovjet-Unie, ten noorden van de Oekraïense hoofdstad Kiev. Bij een test in reactor 4 van de centrale gebeurt een hele reeks fouten, waardoor de temperatuur in de reactor zo snel stijgt dat de centrale gewoon explodeert. Bij het ongeluk zelf komen 31 mensen om het leven, maar de radioactieve wolk die vrijkomt,  maakt duizenden, mogelijk tienduizenden slachtoffers.

In eerste instantie verzwijgt Moskou het ongeval, maar een dag later al wordt in Zweden een verhoogde radioactiviteit waargenomen. Pas drie dagen na de ramp bericht de Russische staatstelevisie over het ongeluk en de nasleep ervan.

En die nasleep is niet mis. De omgeving van de centrale is tot op vandaag zo goed als onbewoonbaar. De radioactieve wolk die vrijkomt, reikt tot West-Europa. Omdat de fall-out gezondheidsrisico's inhoudt, wordt er een graasverbod ingesteld om besmetting van melk te voorkomen en mag er gedurende een tijdje geen bladgroente worden verkocht.

Omdat Moskou erg karig is met informatie over de ramp, is het in West-Europa moeilijk om de juiste gevolgen in te schatten en gepaste maatregelen te nemen. In eigen land is er zelfs sprake van een doofpotoperatie als weerman Armand Pien op 2 mei verklaart dat er absoluut geen gevaar is, terwijl luttele minuten later blijkt dat heel het land getroffen wordt door de fall-out.

Onder de 600.000 mensen die de hoogste stralingsdosis  hebben opgelopen, vallen volgens de Verenigde Naties 4.175 doden, onder de 6,8 miljoen mensen die een lagere stralingsdosis hebben opgelopen nog eens 5.160. Maar de VN geeft toe dat het om een schatting gaat.

In 2009 komt de milieuorganisatie Greenpeace met een eigen rapport. Daaruit blijkt dat het aantal aan de ramp gerelateerde overlijdens aan kanker rond de 93.000 zou liggen. Het totale aantal dodelijke slachtoffers zou  pieken tot 200.000.

In Tsjernobyl zelf wordt de ontplofte reactor ingepakt in een betonnen sarcofaag. De hele centrale wordt uiteindelijk gesloten in 2000.

De ongevallen in Harrisburg en Tsjernobyl hebben geleid tot een wereldwijde bewustwording over de risico's van kernenergie. Het is pas de laatste jaren dat de autoriteiten in nogal wat landen weer de nucleaire kaart trekken, onder het motto dat kernenergie minder schadelijk zou zijn voor het milieu dan centrales die werken op fossiele brandstof.

Rik Arnoudt