"Artistieke vernieuwing stimuleren"

Vlaams minister van Cultuur Joke Schauvliege (CD&V) zal in de volgende subsidieronde meer de klemtoon leggen op projectsubsidies. Ze zal het aandeel van het totaalbudget dat voor projecten bestemd is, optrekken van 3 naar 10 procent. Dat maakte ze bekend in het Vlaams Parlement, waar ze de kunstensector toesprak.

Tijdens die bijeenkomst met de kunstensector maakte de minister bekend welke criteria ze zal hanteren bij de volgende subsidieronde, die op 1 januari 2013 van start gaat. Met die krijtlijnen kunnen de kunst- en cultuurorganisaties komend najaar rekening houden bij het opstellen van hun subsidiedossiers.

Schauvliege beklemtoonde vooral dat ze het budget wil heroriënteren van meerjarige naar projectgebonden middelen. Ze wil zo flexibiliteit en artistieke vernieuwing stimuleren. "Projecten zijn geen opstap naar meerjarige financiering of een troostprijs", zei ze. "Integendeel, het zijn steeds vaker voorkomende tijdelijke allianties die kort op de bal spelen en geen nood hebben aan een permanente structuur, maar wel aan een volwaardige financiering."

De sector krijgt opnieuw even veel geld als de voorbije 5 jaar, zo'n 140 miljoen, maar het geld wordt dus anders verdeeld.

De minister wil ook komaf maken met de kritiek van de sector op de beoordelingscommissies. "Af en toe doen er ogenschijnlijk onthullende verhalen de ronde over schimmige politieke inmenging in subsidiedossiers. Die verhalen zijn niet alleen tendentieus, maar ook fout. Wie mijn beslissingen bekijkt, zal zien dat ik niet de gewoonte heb om van goed gefundeerde adviezen en prioriteiten af te wijken."

Ze is ervan overtuigd dat de subsidietoekenning in de toekomst nog transparanter zal gebeuren. "De beoordelingscommissies per sector, de overkoepelende adviescommissie en de sector zullen samen een visietekst opstellen waarin ook staat hoe de nieuwe adviesronde zal worden aangepakt", voegde Schauvliege daar in "Vandaag" op Radio 1 nog aan toe. "Er zal ook een charter ondertekend worden. Dit is nieuw en dit zal garanties bieden aan de sector dat alles op een professionele manier gebeurt. Ik als minister heb me ook geëngageerd om rekening te houden met de adviezen van de beoordelingscommissies en de adviescommissie."

"Kunstensubsidies zijn geen infuus"

Schauvliege luisterde ook naar de verzuchtingen van de culturele sector. De kunstenorganisaties stelden samen een charter op waarin ze een aantal voorstellen formuleerden om het culturele landschap te hertekenen.

Ze legden de minister ook een onderzoek voor naar de financieringsstroom in de kunstenwereld. Uit de studie blijkt dat kunst- en cultuurorganisaties meer geld binnenhalen dan ze aan subsidies krijgen en dan ze moeten genereren volgens het kunstendecreet.

Het onderzoek is uitgevoerd door het Vlaams Theater Instituut (VTi), BAM, Muziekcentrum Vlaanderen en Vlaams Architectuurinstituut in samenwerking met het Agentschap Kunsten en Erfgoed. Volgens de studie leveren de subsidies van de Vlaamse overheid maar 39 procent van de inkomsten van de culturele organisaties, terwijl gemiddeld 41 procent uit de markt wordt gehaald. Dat zijn inkomsten uit de ticketverkoop, uitkoopsommen, horeca-opbrengsten en de inbreng van sponsors.

De overige 20 procent komt van andere subsidies, zoals van gemeenten en provincies. De Vlaamse subsidies zijn wel bepalend om bij die andere overheidsinstanties en op de privémarkt extra inkomsten te vinden.

Voor elke euro subsidie creëren kunstenaars anderhalve euro eigen omzet, wordt becijferd in de studie, die zo het beeld ontkracht dat de culturele sector vooral teert op de overheid. "De analyse toont duidelijk aan dat de ondersteuning geen infuus is, maar een hefboom met een grote economische impact", luidt de analyse van het VTi.

Coalitiepartner SP.A mist nieuwe visie

De Vlaamse coalitiepartner SP.A mist een nieuwe visie in het cultuurbeleid. De SP.A zelf pleit voor het vrijmaken van extra middelen voor cultuur zodra er budgettaire ruimte vrijkomt. "Het handhaven van de middelen zoals beslist door de Vlaamse regering in juni 2009, is het minimumscenario", zegt parlementslid Yamila Idrissi.