Porceleinproducent Royal Boch is opnieuw failliet

De Waalse porceleinproducent Royal Boch is voor de tweede keer op drie jaar tijd failliet verklaard. De arbeidsrechtbank van La Louvière eist echter dat de eigenaar de personeelsleden aan het werk houdt.

De handelsrechter was vanochtend opvallend scherp voor Patrick De Maeyer, de Brusselse hoofdeigenaar van Royal Boch. Die wordt verweten dat hij enkel de merknaam en de voorraden wou in handen krijgen.

Voor de 34 overblijvende werknemers van Royal Boch in La Louvière is het faillissement een opluchting. Volgens de bonden waren zij al sinds december niet meer betaald en kunnen ze nu gaan stempelen. Toch hopen ze dat er een nieuwe overnemer gevonden wordt.

Kort na de uitspraak over het faillissement, velde de arbeidsrechtbank van La Louvière dan weer een opmerkelijk oordeel. Zo veroordeelde die rechtbank Patrick De Maeyer om de overgebleven personeelsleden van Royal Boch aan het werk te houden. Concreet: dus hen te betalen, ook al kunnen ze niet werken, want de fabrieksgebouwen zijn onlangs gesloopt.

Een Waalse industriële glorie

De wortels van Royal Boch gaan terug tot 1748 toen de familie Boch  in Lotharingen en Luxemburg porceleinfabrieken opstartte. Omdat er toen nog hoge tolmuren waren in Europa, besliste de familie in 1841 om in La Louvière een fabriek voor de Belgische markt te bouwen.

Tassen en borden van Boch werden een begrip in de Belgische keukens en ver daarbuiten, maar vanaf de jaren 70 ging het bergaf door de concurrentie van lageloonlanden in Zuid-Europa en Azië.

In '85 ging Boch een eerste keer failliet en in 2009 nog eens. Nadien kwam er een opstart toen de Brusselse zakenman Patrick De Maeyer 51% van Boch kocht, de rest is van het Waals Gewest. De fabriek is dan wel gesloopt, de merknaam en de voorraden hebben nog wel grote waarden.