Jean Brusselmans in Mu.ZEE in Oostende

Na Georges Van Tongerloo en James Ensor presenteert Mu.ZEE de thematisch verhelderende expositie rond Jean Brusselmans. Daarmee zet Mu.ZEE in Oostende zijn prille traditie voort om elk jaar een kunstenaar te tonen die in zijn oeuvre grenzen heeft verlegd waardoor hij vandaag nog relevant en inspirerend is voor hedendaagse kunstenaars.

Vanuit zijn atelier op de eerste verdieping van zijn huis in het toen nog landelijke Dilbeek schilderde Brusselmans zijn eigen wereld. Maar hij kwam ook graag naar de kust, naar Oostende en Zeebrugge, waar hij met plezier zijn ezel neerpootte om aan marines te werken met zijn zo karakteristieke blauwe lucht met witte wolkjes en de priemende zonnestralen (foto in tekst onder).

Beide curatoren, Mu.ZEE-directeur Phillip Van den Bossche en kunstenaar Koenraad Dedobbeleer, legden de nadruk op de werken uit de jaren 30 de periode waarin Jean Brusselmans’ stijl en compositie op hun hoogtepunt waren. Die periode wordt aangevuld met enkele doeken, aquarellen en tekeningen uit de jaren 20 en 40.

Het is een klassieke tentoonstelling geworden die niet de chronologie van de carrière volgt maar wel de diverse onderwerpen die hij in zijn werken heeft aangeraakt: portretten, naakten, landschappen, stillevens en marines. En daarom beoogt deze expositie ook geen overzicht van zijn oeuvre te geven.

De droge haring

Afkomstig uit een armoedig en anarchistisch nest ging Jean Brusselmans (1884-1953) al op zijn14e  werken als leerling-steendrukker. Daarnaast volgde hij les aan de academie van Brussel. Op zijn 18e gaf hij de brui aan werk en opleiding: hij wilde voltijds kunstschilder zijn. Op zijn eentje bestudeerde en kopieerde hij oude meesters.

Vijf jaar later huurde hij samen met Rik Wouters een atelier. Daar ontmoette hij ook de latere Brabantse fauvisten of de zogenaamde "wilden" die met felle, nauwelijks gemengde kleuren werkten zoals Ramah (pseudoniem voor Henri François Raemaeker) en Edgar Tytgat.

In 1924 ging hij samen met zijn vrouw – tevens ook zijn enig model - wonen in het toen nog landelijke Dilbeek aan de rand van het Pajottenland, hij werd er zoals hij het zelf uitdrukte "le peintre du Kouden Haard", "de schilder van "de koude haard" daarmee zijn huis bedoelend. Succes bij leven kende hij niet, het was armoe troef en het verhaal wil dat zijn geliefde vrouw Marie-Léonie in 1943 tijdens de vreselijkste oorlogswinter van honger en koude omkwam.

Saillant detail: dikwijls schilderde Jean Brusselmans een haring of een deel ervan, daarmee gaf hij te kennen dat er weinig eten op tafel kwam. En toch kreeg hij erkenning: hij werd ridder in de Leopoldsorde, de grootste musea van het land organiseerden exposities, en eindelijk na de oorlog lonkte een heel bescheiden commercieel succes.

Ontzettend rijk metier

Directeur en curator Phillip Van den Bossche confronteren we met een tekst uit een catalogus van Paul Haesaerts – een van de meeste prominente Belgische kunstkenners en auteurs – en die schreef dat Jean Brusselmans een uitgesproken manier van kijken had. Alleen de echte grote kunstenaars zoals Chagall, Mondigliani, Ensor en Permeke bezaten ook de uitzonderlijke gave van waarnemen, kijken en interpreteren.

Van den Bossche is blij met deze uitspraak: “Ik hoop dat het publiek dat zal opmerken. Brusselmans is een uitzonderlijk talent waarrond wij een goeie, ouderwetse tentoonstelling hebben gebouwd. De grote ontdekking is het ontzettend metier dat hij bezat. In één schilderij zie je verschillende stijlen: de appel en de vaas zijn geschilderd volgens de regels van de 19e eeuw terwijl het behangpapier bijna een abstract karakter heeft.”

Kunstenaar en mede-curator Koenraad Dedobbeleer vervolgt: ”Brusselmans werd afgedaan als een minderwaardige schilder. Deze boude bewering spreken wij formeel tegen: Brusselmans is groot omdat hij ons toont hoe hij schildert. We staan nu bij "Dame op de canapé" uit 1937 (foto in tekst). We zien de vrouw van Brusselmans die zich sierlijk uitstrekt op de brede bank. De jurk is pointillistisch, de spiegel is een doek in een doek, en de sofa verraadt een behoorlijke snuif pop-art. Dat is toch fantastisch: drie stijlen harmonieus samengebracht in één werk.”

En later wijst curator Phillip Van den Bossche ons op deeltjes uit doeken die zo konden geschilderd zijn door de hedendaagse kunstenaars Walter Swennen of Raoul De Keyser.
Karel Geirlandt (1919-1989) die aan de wieg stond van het Gentse Museum van Hedendaagse Kunst, het latere S.M.A.K., vatte het ooit kernachtig samen: : “Jean Brusselmans herschept en synthetiseert de werkelijkheid tot essentiële krachtige en heldere vormen.”

De kracht van de herhaling

Jean Brusselmans is de schilder van altijd hetzelfde, maar nooit hetzelfde. Van sommige taferelen maakte hij meerdere "exemplaren" gespreid over de tijd. Een belangrijk voorbeeld hiervan is "Het bad van de vagebonden" (1936), geschilderd aan de gewelfde voetgangersbrug in Anderlecht, met op de achtergrond, het Justitiepaleis, het Stadhuis en de Kathedraal van Sint-Michiel en Sint-Goedele.

Uiteraard waren die 3 monumenten niet zichtbaar maar Brusselmans (foto in tekst) creëerde zijn eigen wereld waarin alles mogelijk was zoals ook de naakte mannen (net lijken houten poppen) die zich in het smalle kanaal vermaken. Op de expositie hangt ook "De brug" uit 1949, hetzelfde tafereel zonder de naaktzwemmers, maar met sterk verhevigde kleuren. Hetzelfde maar toch anders.

Drie werken met als thema de mansardekamer hangen er, respectievelijk uit 1938, 1939 en 1950. Bij het recentste werk "Le diable par la queue" wat in het Frans zoveel betekent als het moeilijk hebben om de eindjes aan elkaar te knopen, laat hij delen onbeschilderd. Dat deed Brusselmans wel meer, hij geeft de indruk dat het doek onaf is, maar dat is schijn.

De herhaling is te zien bij de winterlandschappen, marines en de naakten. Brusselmans bijt zich vast in de herhaling omdat hij niet naar de werkelijkheid wilde werken, maar de reële afbeelding alleen nodig had in functie van zijn schilderen, met andere woorden de actie van het schilderen is belangrijker dan wat er wordt afgebeeld.

De penseelvoering is daarom ook zo wisselend: zachtjes aanzettend tot pasteus of kliederig dikke verfstrepen, tot brutaal waarbij hij het paletmes gebruikte. De werkelijkheid is een aanleiding (een uitvlucht?) om te schilderen en daarom zijn zijn werken bijna altijd tweedimensionaal, de diepte of de derde dimensie interesseerde hem minder – soms is een aanzet zichtbaar bijvoorbeeld bij een mandje fruit – maar doorgaans blijft de schildering of tekening vlak.

Ook dezelfde voorwerpen komen steeds terug: schelp, oliepot, haring en het schaakbord waarmee hij expliciet verwees naar de geometrie van zijn werken.

Een stelling van Jean Brusselmans: “Wat telt, is de innerlijke kleur van een schilderij, die er de hele betekenis van openbaart. Die kleur is niet alleen het resultaat van inspiratie maar ook van een denkproces. Kunst bestaat erin licht te geven aan allerlei dingen, ook aan de meest ondenkbare en armoedige.”

Meer onderzoek nodig

Ruim 600 werken maakte Brusselmans. Vijftig schilderijen toont Mu.ZEE aangevuld met tekeningen en personalia. In september gaan hedendaagse kunstenaars in confrontatie met Jean Brusselmans. Vandaag zijn er al 4 te zien waaronder Broodthaers.

De informatie voor de bezoeker is voortreffelijk: een helder samengesteld gidsje beschrijft elk schilderij en is aangevuld met de grote en kleine weetjes uit het leven van de schilder. Een catalogus is er vanaf juni.

Deze tentoonstelling maakt – nogmaals – duidelijk dat er dringend werk moet gemaakt worden van een vernieuwde studie van deze Brusselse schilder die niet meteen kan ondergebracht worden bij een of ander -isme. Zelf had hij lak aan termen als het Franse impressionisme en het Germaanse expressionisme. Neen, een Brusselmans is een Brusselmans. Misschien moet Mu.ZEE een onderzoeks- en studiecentrum creëren rond deze wat ten onrechte vergeten, grote Belgische kunstenaar.

Yves Jansen

"Jean Brusselmans" tot 4 september 2011
Mu.ZEE in Oostende
www.muzee.be