IJslanders stemmen over vergoeding Icesave

In IJsland wordt er vandaag een referendum gehouden over het beruchte Icesave-akkoord. Dat bepaalt of IJsland schadevergoeding moet betalen voor de Britse en Nederlandse spaarders die geld verloren hebben bij de IJslandse bank Icesave.

Het akkoord over de terugbetaling van gelden aan Groot-Brittannië en Nederland is al goedgekeurd door het parlement in Reykjavik, maar omdat president Olafur Ragnar Grimsson (foto onder in tekst) weigerde het te ondertekenen, moest er in  IJsland eerst een referendum worden gehouden. 

Bij een vorig referendum vorig jaar veegde 93% van de IJslandse kiezers een eerder akkoord over een terugbetaling van tafel. Volgens de peilingen zou er nu een kleine meerderheid zijn voor het akkoord, maar het zal in Reykajvik, Londen en Den Haag toch nog nagelbijten worden.

De kwestie ligt erg gevoelig in IJsland, een land met een lange democratische traditie, maar dat zwaar getroffen is door de financiële crisis van 2007 en 2008. Het land kon toen enkel overeind worden gehouden met een pakket noodkredieten van 4,75 miljard dollar door het Internationaal Muntfonds en enkele landen, maar daar stonden wel strenge voorwaarden tegenover. Veel IJslanders voelen dat aan als buitenlandse voogdij.

Icesave bevroor geld van spaarders

In de tien jaren voor de crisis had de IJslandse economie een forse groei gekend. Jaarlijks bedroeg die meer dan 4%. Een groot deel daarvan was het gevolg van de expansie van financiële instellingen. Omdat IJsland een klein land is met 313.000 inwoners was die groei enkel mogelijk door expansie in het buitenland en werd die grotendeels gefinancierd door schulden op te hopen.  

Toen de financiële crisis in 2007 losbrak, werd al snel gespeculeerd tegen de overgewaardeerde IJslandse krona die ineenstortte, net als de beurs van Reykjavik. 

De IJslandse banken zoals Icesave en Kaupthing waren intussen met een agressieve reclame geld en spaarders elders gaan ronselen. Ze beloofden Britse, Nederlandse, Belgische en Luxemburgse spaarders erg hoge intresten en velen gingen daar gretig op in, maar de banken konden die rente niet blijven betalen.

In september en oktober gingen de grote banken Glitnir, Kaupthing en Landsbanki (de moedergroep van Icesave) over de kop. De IJslandse staat nam hen over, maar dat loste de problemen niet op, want Reykjavik had zelf geen geld of krediet meer om de put te dichten.  

Na een jaar spanning werden de Belgische spaarders van Kaupthing gered via de overname door Landouwkrediet/Keytrade.

Voor Icesave lag het anders. In totaal hadden 108.000 Nederlanders zowat 1,6 miljard euro belegd bij Icesave. Onder hen waren particulieren, maar ook lokale overheden zoals gemeenten en provincies. Meer dan 300.000 Britten hadden 4,5 miljard pond sterling geparkeerd bij die bank. Die tegoeden werden bevroren en de schaduw van een financiële aswolk doemde vanuit IJsland op boven Europa. 

Londen en Den Haag willen geld terug

In eerste instantie konden die spaarders dan rekenen op een IJslandse depositogarantie, maar die bleek beperkt tot zowat 20.000 euro. De Nederlandse particuliere spaarders konden tot 100.000 euro terugkrijgen. Wat daarboven ging, waren ze kwijt, en de garantie gold ook niet voor de Nederlandse gemeenten en provincies die zo veel geld verloren.

Hoe dan ook wilden de Britse en Nederlandse regeringen ten minste een deel van de garanties waarmee ze de spaarders vergoedden, terugzien van IJsland. Daar wrong het schoentje, want IJsland zelf zat in zak en as en steun aan buitenlandse spaarders was en is er niet erg populair.

Londen en Den Haag konden echter wel zware druk uitoefenen op het kleine IJsland en met veel vallen en opstaan, ligt er nu toch een akkoord op tafel over een vergoeding van 3,9 miljard euro, waarvan 1,3 miljard aan Nederland en 2,6 miljard euro aan  Groot-Brittannië. IJsland moet dat terugbetalen tussen 2016 en 2046 met een rente van 3%. 

Het is nu aan de IJslanders om al dan niet ja te zeggen. Indien het neen wordt, begint het verhaal weer van voren opnieuw.