"Etnische zuiveringen in westen van Ivoorkust"

In het westen van Ivoorkust hebben zowel de strijdkrachten van Laurent Gbagbo als de Republikeinse Strijdkrachten van diens rivaal Alassane Ouattara zich schuldig gemaakt aan zware schendingen van de mensenrechten. Dat meldt Human Rights Watch.

Leden van de Republikeinse Strijdkrachten van Alassane Ouattara, de man die de presidentsverkiezingen heeft gewonnen, hebben in ten minste tien dorpen in West-Ivoorkust honderden burgers gedood en ten minste 20 vrouwen verkracht. Verschillende dorpen zijn ook geplunderd en in brand gestoken. Volgens Human Rights Watch was het geweld vooral gericht tegen leden van de Guéré-stam, die wordt beschouwd als pro-Gbagbo. De gewelddaden vonden vooral plaats eind vorige maand, toen de Republikeinse Strijdkrachten begonnen aan hun offensief in het westen.

"Doden en verkrachten is niet de manier waarop de troepen van Ouattara een eind moeten maken aan dit conflict", zegt Daniel Bekele van HRW. "Ouattara moet zijn beloftes waarmaken en een onderzoek instellen naar die misbruiken en de schuldigen vervolgen. Alleen zo kan Ivoorkust deze vreselijke periode weer te boven komen."

Volgens Human Rights Watch hebben ook de troepen van Gbagbo, de zittende president die de macht weigert af te staan, zich schuldig gemaakt aan wreedheden. Zij zouden meer dan 100 Ivorianen uit het noorden en ook burgers van buurlanden hebben gedood voor ze zich terugtrokken uit de regio van Bloléquin en Bédi-Goazon, in het westen. 

HRW heeft ook bewijzen dat beide strijdende partijen enkele honderden Liberiaanse huurlingen hebben gerekruteerd. Het gaat om mannen die hebben deelgenomen aan de bloedige burgeroorlog in Liberia en nu 300 à 500 dollar krijgen om in Ivoorkust te gaan vechten.