President Assad heft de noodtoestand op

In Syrië heeft president Bashar al-Assad de noodtoestand opgeheven. Die was al sinds 1963 van kracht. De noodwet gaf de veiligheidsdiensten vrij spel om opposanten van het regime aan te pakken.

Het opheffen van de noodtoestand was een van de belangrijkste eisen van de manifestanten die de laatste weken in alsmaar grotere getale op straat komen.

In Homs, de op twee na grootste stad van het land, kwamen vannacht opnieuw duizenden mensen bijeen op een plein. Ze eisten het ontslag van al-Assad.

Vanmorgen hebben de veiligheidsdiensten de manifestatie uit mekaar gedreven.  Volgens ooggetuigen hebben ze daarbij opnieuw op de betogers geschoten. Daarbij zou minstens een dode zijn gevallen.

De opstand in Syrië begon in de zuidelijke stad Deraa en sloeg pas na enkele weken over naar andere steden, zoals Banias. Vaak pakken het leger en de ordediensten de manifestanten hard aan. Volgens de oppositie zijn er sinds het begin van het protest al 200 doden gevallen.

In Homs, zo'n 160 kilometer ten noorden van de hoofdstad Damascus, zijn in het weekend 11 doden gevallen. Gisteren trok een rouwende menigte de straten op. Gisteravond trokken duizenden betogers naar het Al-Saa-plein, dat ze omdoopten tot het Tahrirplein, naar het iconische plein in de Egyptische hoofdstad Caïro. De ordediensten zouden opnieuw traangas hebben ingezet en er zijn schoten gehoord.

Het ministerie van Binnenlandse Zaken zegt in een mededeling dat Syrië geen geweld gebruikt tegen betogers. Volgens het bewind gaat het om "gewapende salafistische militanten". Het salafisme is een radicale strekking binnen de islam.

Nu de noodtoestand is opgeheven, en de ordediensten in principe geen vrijgeleide meer hebben om opposanten van het regime aan te pakken zoals het hen belieft, is de vraag of het geweld zal afnemen.