"Hongaarse grondwet schendt mensenrechten"

De nieuwe Hongaarse grondwet staat haaks op de internationale en Europese standaarden voor mensenrechten. Dat zegt Amnesty International. Onder meer de standpunten over abortus en het homohuwelijk stuiten de ngo tegen de borst.
(Betoging tegen de nieuwe grondwet op 15 april 2011)

Maandag keurde het Hongaarse parlement een nieuwe, omstreden grondwet goed. Dat gebeurde met een tweederdemeerderheid. De nieuwe grondwet kwam er op initiatief van de conservatieve regeringspartij Fidesz van premier Viktor Orban. De socialistische en liberale oppositie bleef tijdens de stemming weg uit het parlement. De extreemrechtse partij Jobbik stemde tegen.

In de nieuwe grondwet staan onder meer verwijzingen naar het christendom en God. De tekst legt ook een basis voor een mogelijk verbod op abortus door te stellen dat het leven van een foetus "beschermd moet worden vanaf het moment van de bevruchting". De mensenrechtenorganisatie Amnesty International vreest dat die passage tot wetten zal leiden die abortus zullen verbieden.

Amnesty International hekelt ook de definitie van het huwelijk in de nieuwe grondwet. Die omschrijft het huwelijk als een vereniging van een man en een vrouw, en alleen in zo'n huwelijk kunnen kinderen geboren worden. Ook hier vreest Amnesty dat er een verbod op het homohuwelijk zit aan te komen.

Verder maakt de ngo zich ook zorgen over het gebrek aan bescherming tegen discriminatie op basis van de seksuele voorkeur en de levenslange gevangenisstraf zonder voorwaardelijke vrijlating.

De mensenrechtenorganisatie roept de Hongaarse president Pal Schmitt op om de grondwet niet te ondertekenen. De president zou er normaal gezien komende maandag zijn handtekening onder moeten zetten. Als hij dat effectief doet, wordt de nieuwe grondwet op 1 januari 2012 van kracht.