Large Hadron Collider breekt een record

De grootste deeltjesversneller ter wereld, de Large Hadron Collider (LHC) van de CERN, heeft vandaag een nieuw wereldrecord op zijn naam gezet. In de LHC zijn deeltjesbundels met een hogere intensiteit dan ooit tevoren met elkaar in botsing gebracht.

Rond middernacht is in de 27 kilometer lange tunnel 100 meter onder de Frans-Zwitserse grens de meest intensieve deeltjesbundel geproduceerd. De bundel bevatte 6 procent meer deeltjes per eenheid dan in het vorige record dat de deeltjesversneller Tevatron van het Fermilab in Chicago in 2010 had gevestigd.

Een hogere intensiteit maakt de weg vrij voor een groter aantal botsingen (van protonen) en derhalve voor meer gegevens. "Een hogere intensiteit betekent meer data, en meer data betekent meer potentieel voor ontdekkingen", aldus Rolf Heuer, de directeur-generaal van de CERN. Sinds de wetenschappers de laatste week de intensiteit van de deeltjesbundels hebben opgevoerd, hebben ze al meer gegevens verzameld dan in de negen maanden dat de LHC in 2010 gedraaid heeft.

De LHC heeft al eerder records verbroken. Op 30 maart 2010 is het voor het eerst gelukt om twee stralen protonen op elkaar te laten botsen met een totale energie van 7 TeV (7 biljoen elektronvolt). Later dat jaar, op 8 november werden loodionen met elkaar in botsing gebracht. Daarbij ontstonden temperaturen boven de 10.000 miljard graden. Die dichtheid en temperatuur waren het hoogst dat ooit met een experiment bereikt is.

Wetenschappers willen met de LHC de laatste puzzelstukjes van de aard van de materie leggen en daarbij ook te weten komen wat er een fractie na de oerknal is gebeurd. In het bijzonder zoeken de vorsers naar het fameuze Higgs-deeltje dat de theorie moet vervolledigen. Als het deeltje wel degelijk bestaat, komt het zeer zelden voor. Er is dus een groot aantal gegevens nodig om zijn bestaan of niet-bestaan onomwonden vast te stellen, legt het CERN uit.