Van kernramp tot toeristische attractie

Vandaag is het precies een kwarteeuw geleden dat de kerncentrale van Tsjernobyl in Oekraïne ontploft. Door de nucleaire ramp in Japan laait de discussie over de veiligheid van kerncentrales weer op. Toch wagen ook meer en meer toeristen en nieuwsgierigen zich in het radioactieve gebied.

Op 26 april 1986 om 1.30 uur ’s nachts loopt een test in de kerncentrale van Tsjernobyl in Oekraïne slecht af. Door een opeenstapeling van menselijke fouten is er een ontploffing in reactor 4 van de kerncentrale. De hoeveelheid radioactiviteit die vrijkomt, was volgens het Internationaal Atoomagentschap 400 keer hoger dan bij de atoombom van Hiroshima in de Tweede Wereldoorlog.

Eerst verzwijgt Moskou de kernramp. Pas als in Zweden verhoogde radioactiviteit wordt waargenomen, maakt ook de Russische staatstelevisie melding van het ongeval. De ramp wordt er weggemoffeld tussen andere reportages en de grootte van de ramp wordt gerelativeerd.

De 45.000 inwoners van Pripyat, de stad het dichtst bij de kerncentrale, worden uiteindelijk pas op 27 april in de namiddag geëvacueerd. In het totaal worden zo’n 116.000 mensen geëvacueerd. De evacuatiezone had in eerste instantie een radius van 30 kilometer rond de kerncentrale, later werd die lichtjes uitgebreid. In principe is het -ook nu nog- verboden om te wonen in de evacuatiezone, maar toch zijn enkelingen gebleven.

Honderdduizenden mensen waren betrokken bij de reddings- en opruimingsacties van de ramp. Velen van hen zijn ziek geworden of hebben ziektes doorgegeven aan de volgende generatie. Hoewel het moeilijk is om een rechtstreeks verband aan te tonen tussen individuele gevallen en de kernramp is het opvallend dat bepaalde aandoeningen heel vaak voorkomen in de streek.

"Een atoombom boven ons land"

De nucleaire stofwolk blijft niet in de buurt van Tsjernobyl hangen. Door de wind begint fall-out (nucleaire neerslag) aan een reis over West-Europa. De Sovjet-Unie, waartoe Oekraïne dan nog behoort, is zeer karig met informatie, waardoor Europese regeringen moeilijk kunnen inschatten welke maatregelen ze moeten nemen.

Hoewel buurlanden allerlei voorzorgsmaatregelen afkondigen, zegt weerman Armand Pien (zie foto) in zijn weerpraatje dat er geen enkel gevaar is voor de volksgezondheid. “De wolk komt niet in onze richting”, vertelt hij. Door de "radiostilte" uit Rusland weet Pien niet dat het gevaar veel groter is dan gedacht werd. Het gehele verhaal vormt de perfecte voedingsbodem voor grote doofpottheorieën.

Later zegt Pien in Humo dat 26 april 1986 een zwarte dag voor hem was. De gegevens die hij ter beschikking had, waren onvoldoende, en de eigen metingen van het KMI waren nog niet geïnterpreteerd om een exact beeld te geven voor ons land.

Op 2 mei bereikt de wolk ons land. De radioactiviteit boven België is 10.000 keer hoger dan normaal, maar opnieuw wordt daarover niet bericht. Pien vertelt later dat hij geen paniek mocht zaaien onder de bevolking. “We hebben geluk gehad dat het die dag niet geregend heeft. Er hing een atoombom boven ons land.”

Discussie over het aantal slachtoffers

Bij het ongeluk zelf komen 31 mensen om het leven. Maar hoeveel slachtoffers de radioactieve stralingen hebben gemaakt, is niet duidelijk omdat wetenschappers discussiëren over de impact van de stralingen op de volksgezondheid.

In 2006 publiceert de Wereldgezondheidsorganisatie van de Verenigde Naties een rapport waarin staat dat er naar schatting 4.175 slachtoffers zullen vallen onder de 600.000 mensen die blootgesteld waren aan de grootste stralingsdosis.

Milieuorganisatie Greenpeace maakt een heel andere inschatting in haar rapport van 2006. Volgens dat rapport zouden 93.000 mensen sterven ten gevolge van een kanker veroorzaakt door de ramp. Een rapport, besteld door de Europese groenen, spreekt over 30.000 tot 60.000 bijkomende doden als gevolg van kanker veroorzaakt door de ramp in Tsjernobyl.

Het grote verschil komt door een andere interpretatie van de schadelijke effecten bij een kleine stralingsdosis.

Betonnen sarcofaag

De brand die ontstaan was bij de ontploffing, duurt uiteindelijk 9 dagen. Daarna werd reactor 4 ingepakt in een betonnen sarcofaag. Korte tijd later worden de onbeschadigde reactoren van de kerncentrale weer in bedrijf gesteld. Pas in 2000 wordt na internationale druk de laatste reactor van de kerncentrale stilgelegd.

De sarcofaag die reactor 4 van de buitenwereld afschermt, is indertijd haastig gebouwd. Doordat het betonnen omhulsel steunt op een van de muren die zwaar beschadigd werden door de ontploffing, wordt gevreesd dat de sarcofaag zal instorten. Als dat gebeurt, komt er mogelijk opnieuw radioactiviteit vrij. Sinds 1997 zamelt een fonds geld in om een nieuwe sarcofaag te bouwen. Tegen 2013 zou het nieuwe omhulsel af moeten zijn.

Ondanks de blijvende vervuiling rond de kerncentrale, heeft de ramp een vreemd positief effect gehad op de plaatselijke fauna en flora. Sinds de streek rond de kerncentrale in 1986 verlaten werd, heeft de natuur er vrij spel. Wilde paarden, everzwijnen en zelfs lynxen nemen de streek terug in.

De laatste jaren lokt de streek meer en meer toeristen. Een aantal kleine bedrijven geeft al geruime tijd gespecialiseerde rondleidingen in het bestraalde gebied rond de kerncentrale. Die toeristische tours zijn gebonden aan strenge voorwaarden.

Volgens specialisten is de straling er nog altijd veel hoger dan op andere plaatsen, maar is het relatief veilig om er voor een korte tijd te zijn.

De Oekraïense overheid wil het, om educatieve en financiële redenen, voor toeristen makkelijker maken om het gebied te bezoeken. Of hoe een kernramp in slechts 25 jaar kan uitgroeien tot een toeristische attractie.

Fukushima

Ondanks het opbloeiende toerisme in Tsjernobyl zijn de gevaren van kernenergie niet te onderschatten. De recente ramp in Fukushima in Japan heeft ons daar opnieuw op gewezen. Beide rampen staan op het hoogste niveau van de International Nuclear Event Scale (INES). De INES-rampenschaal is een internationale schaal van 0 tot 7. De score 0 is een kleine onregelmatigheid zonder gevolg voor de veiligheid en de score 7 is een grote ramp met wijdverspreide gevolgen voor de omgeving en de volksgezondheid.

De hoogste score op de INES-schaal is niet de enige gelijkenis tussen beide rampen. Zo werd ook bij de kernramp van Fukushima niet altijd even snel gereageerd en hebben de Japanse autoriteiten, zeker in het begin, de schaal van de ramp onderschat.

De oorzaken van beide rampen zijn evenwel moeilijk met elkaar te vergelijken. In Fukushima werden de problemen in de kerncentrale in de eerste plaats veroorzaakt door een aardbeving en een daaropvolgende tsunami en niet door een opeenvolging van menselijke fouten, zoals dat in Tsjernobyl wel het geval was.

De nucleaire lobby probeert al jaren om het negatieve imago van kernenergie van zich af te schudden. Lobbyisten meten de sector zelfs een groen imago aan omdat kernenergie CO2-neutraal is. Daarnaast, zo argumenteren ze, is de energie relatief goedkoop, niet onbelangrijk nu de olieprijzen recordhoogtes halen.

Dat kernenergie evenwel niet zonder gevaar is, bewijzen Fukushima en Tsjernobyl.

De ramp minuut na minuut

Tijdens de nacht van 25 op 26 april 1986 beginnen ingenieurs een experiment in reactor 4 van de kerncentrale van Tsjernobyl. Het plan was om te testen of het koelsysteem bij een stroompanne lang genoeg kon blijven werken, totdat de noodgeneratoren opgestart waren.

Nadat de noodkoelsystemen van de reactorkern uitgeschakeld werden (dit was deel van de test) draaide de reactor nog op halve kracht. Door een bedieningsfout werd de reactor rond 1 uur ‘s nachts onbedoeld vrijwel volledig stilgelegd. Hierdoor viel het warmtevermogen terug tot 30 megawatt (MW). Dat is zowat 5% van het vermogen dat nodig was voor de test. Een half uur lang werd hard gewerkt om het vermogen op te drijven.

Iets na 1 uur stabiliseerde de reactor rond 200 MW, nog steeds slechts een derde van het vermogen dat nodig was voor de test. Toch werd beslist om de test uit te voeren. Om 1.23 uur begon de test. De reactor begon steeds sneller op te warmen. De ingenieurs hadden de chemische reactie niet meer onder controle. In de bedieningskamer werd nog op de noodstop gedrukt, maar het kwaad was al geschied.

De reactor bereikte een vermogen van 30 gigawatt, zowat 10 keer het normale vermogen. De brandstofstaven smolten, de druk steeg en tegen 1.24 uur, amper een minuut na het begin van de test, deden zich 2 ontploffingen voor. Het betonnen dak van de centrale vloog de lucht in en tonnen radioactief materiaal kwam in de atmosfeer terecht.

Pieterjan Huyghebaert

Meest gelezen