"Wat de Grieken schenken,..."

Precies een jaar geleden werd Griekenland gered van het bankroet door een financieel reddingsplan van de eurozone en het Internationaal Muntfonds. Sindsdien zijn ook Ierland en Portugal financieel onderuit gegaan en blijven er twijfels over de stabiliteit van de eurozone.

Op zondag 2 mei 2010 kondigden de ministers van Financiën van de eurozone en het Internationaal Muntfonds (IMF) een reddingsplan van 110 miljard euro aan om Griekenland overeind te houden. Het was paniekvoetbal, want de Griekse crisis dreigde het vertrouwen in de hele eurozone onderuit te halen.

Sinds de Grieken hun drachme in 2002 hadden ingeruild tegen de euro, was de kredietwaardigheid van het land fors toegenomen. Athene had daardoor flink geld kunnen lenen, maar tegelijk werden de overheidsfinanciën uitgehold door de enorme belastingontduiking en toen de financiële crisis van 2007 en 2008 toesloeg, kreeg het land rake klappen.

De crisis waarin Griekenland verkeerde, werd na de verkiezingen van 2009 duidelijk. De nieuwe socialistische regering van premier George Papandreou gaf toen toe dat de statistieken het overheidstekort grondig onderschat hadden. Dat bedroeg toen niet bijna 7% zoals eerder gesteld, maar meer dan 13,6% van het bruto binnenlands product (bbp). De eurolanden zijn verplicht om dat te beperken tot 3%. Bovendien zat Athene op een schuldenberg van 300 miljard euro, zowat 125% van het bbp, waar de eurozone een richtlijn van 60% voorstelt.  

Nu gaan de meeste landen -waaronder België- wel over die limieten, maar de Grieken hadden nu echt wel een financieel Trojaans paard de eurozone binnengehaald. 

Een homerische schuldenberg

In de lente van vorig jaar kondigde de Griekse regering het ene na het andere besparingsplan aan, maar al gauw moest Athene voor hulp aankloppen bij de EU en het IMF. 

De ratingbureaus hadden de kredietwaardigheid van het land verlaagd tot "junk" of rommelstatus. De langetermijnrente verduisterde de Griekse hemel al snel tot meer dan 10%. Athene kon nog wel staatsbons uitgeven, maar tegen die torenhoge rente was dat niet langer haalbaar. Bovendien moest Griekenland in 2010 tot 50 miljard overheidsschuld herfinancieren met nieuwe leningen en de eerste deadline lag op 19 mei. 

Eind april dreigde het bankroet, zeker toen andere eurolanden niet geneigd leken om Athene te helpen. Hun publieke opinie, vooral dan de Duitse, verweet de Grieken onverantwoord gedrag. Omdat Griekenland in de euroschuit zat, was de crisis echter ook een Europees probleem, want de geloofwaardigheid van de euro zelf stond nu op het spel. De financiële en budgettaire afspraken die de euro als munt moesten ondersteunen, bleken onvoldoende controleerbaar en afdwingbaar. Bovendien zaten ook andere zwakke schakels zoals Portugal, Ierland en Spanje in gelijkaardige problemen, zij het minder erg. 

Er was ook een ander dwingend probleem. Nogal wat Europese banken -toch al verzwakt door de financiële crisis van 2007- zaten met Griekse staatsbons opgescheept en als dat behangpapier zou worden, dreigde er in Europa een nieuwe bankencrisis. 

De PIGS in het vizier

Met het hulpplan voor Griekenland kon de eurozone de eerste grote crisis in haar tienjarige bestaan afwenden. Meteen was echter duidelijk dat de schuldencrisis verder ging dan Griekenland.

Zolang andere domino's zoals Portugal, Ierland, Spanje -met Griekenland samen afgekort als PIGS (varkens)- wankelden, zou het vertrouwen in de euro niet terugkeren. Nog in diezelfde maand mei raakten de EU en het IMF het eens over een tijdelijk noodmechanisme van 750 miljard euro. Eind vorig jaar mocht Ierland als eerste gaan aankloppen, onlangs deed Portugal hetzelfde. 

Hoe dan ook voelen veel Europeanen dat ze mee moeten opdraaien voor de blunders van anderen en dat is niet de solidariteit die de EU bijeen moet houden. Of zoals Vergilius in zijn Aeneïs de Trojaanse priester Laocoön in de mond legde: "Ik vrees de Grieken, zelfs als zij geschenken brengen". 

Jos De Greef