Hulpkas voor Europese schuldenstaten

Het voorbije jaar hebben Griekenland, Ierland en Portugal moeten schooien bij de andere eurolanden en het Internationaal Muntfonds om financieel boven water te blijven. De eurozone heeft daartoe noodfondsen moeten oprichten.

Begin mei 2010 kreeg het zwalpende Griekenland een financiële hulplijn van 110 miljard euro toegeworpen van de andere eurolanden (80 miljard) en het Internationaal Muntfonds (30 miljard).

Concreet dragen de andere eurolanden in verhouding tot hun aandeel in de Europese Centrale Bank hun steentje bij. Duitsland -dat erg boos was over de Griekse crisis en lange tijd dwars lag om Athene te helpen- brengt 22,4 miljard euro in, meteen het grootste bedrag. 

Het gaat om noodleningen met een rente van 5% en met een maximale looptijd van drie jaar. Met het gros daarvan moet Athene de volgende jaren zijn schuldenlast kunnen herschikken, want op de kapitaalmarkt was dat zonder steun onmogelijk geworden omdat de rente op Griekse staatsbons tot ver boven de 10% was gestegen. Met een ander deel van het geld moeten de Griekse banken overeind gehouden worden. 

Er zijn overigens strikte voorwaarden verbonden aan de hulp en buitenlandse controle. Zo maken experten van de EU en het IMF om de drie maanden een verslag op van de vorderingen in Griekenland. Als die niet voldoende blijken, kan de hulp opgeschort worden. 

"De zwaarste crisis in 60 jaar"

In ruil heeft de Griekse regering een grondige sanering van de overheidsfinanciën moeten beloven. Eind 2014 zou het begrotingstekort onder de 3% moeten liggen, volgens de EU.  Daartoe moet er minstens 30 miljard euro bespaard worden.  

Vooral de ambtenaren voelen dat in hun loonzakje, ook omdat de uitstap naar vervroegde pensionering in Griekenland erg moeilijk wordt gemaakt. Ook de 13e en 14e maand van de ambtenaren is geschiedenis geworden. Tegelijk worden de belastingen fors opgetrokken, vooral dan op brandstof, tabak en alcohol. De btw is van 21 naar 23% gebracht en de regering belooft eindelijk werk te maken van de aanpak van de grootscheepse belastingfraude.

Ironisch genoeg moet de socialistische regering nu ook het grootste privatiseringsproject ooit in het land doorvoeren om geld in kas te krijgen. Onder meer belangen in energiebedrijven en de staatstelecomgroep OTE en regionale luchthavens gaan van de hand. 

De besparingen hebben de Griekse economie intussen in een forse recessie gestort en de werkloosheid is gestegen tot boven de 15%. Dat ging niet zonder slag of stoot. Vorig jaar werd Griekenland geteisterd door massale betogingen, die vaak ontaardden in geweld. Toen drie bedienden omkwamen, nadat brand gesticht was in een bank, ging een schok door het land. Premier George Papandreou heeft echter geen keuze. "Het land zit in de zwaarste crisis sinds de burgeroorlog van 60 jaar geleden", zei hij onlangs. 

Een buffer tegen de domino's

Meteen na het Griekse hulpplan, was echter duidelijk dat de schuldencrisis ook andere eurolanden in moeilijkheden bracht. Het ging met name om Portugal, Spanje, Ierland en zelfs Italië werd genoemd. 

Enkele weken na het bezweren van de Griekse tragedie in mei vorig jaar werd dan ook een noodmechanisme van 750 miljard euro opgericht om nieuwe crises in de eurozone te voorkomen.

De eurolanden gaven voor 220 miljard euro, intussen opgetrokken tot 440 miljard euro, garanties aan het nieuwe European Financial Stability Facility (EFSF). Gezegend met die garanties kan het EFSF tegen een gunstige rating goedkoop geld lenen op de kapitaalmarkt en daarna uitlenen aan landen in moeilijkheden. Daarnaast houdt de Europese Commissie nog eens 60 miljard en het IMF nog eens 250 miljard euro klaar voor eventualiteiten.

Van tijdelijk naar permanent noodfonds

Het noodmechanisme bleek geen overbodige luxe. In november vorig jaar sleurden de Ierse banken dat land mee en moest Ierland voor 85 miljard euro buitenlandse hulp aanvaarden, ook in ruil voor erg drastische besparingen. Onlangs moest Portugal na een regeringscrisis de noodklok van het EFSF luiden, mogelijk voor ongeveer 80 miljard euro.

De euro maakt nu de eerste grote test in zijn tienjarig bestaan door en onder meer Nobelprijswinnaar Joseph Stiglitz en Nuriel Roubini (die de recente bankencrisis voorspelde) sluiten een mislukking van de monetaire unie niet meer uit. Tot nu zijn enkel kleinere eurolanden tegen de vlakte gegaan. Mochten Spanje of zelfs Italië volgen, dan heeft Europa pas echt een probleem.

De eurozone vecht echter terug. Op de EU-top eind maart is beslist om het EFSF in 2013 te vervangen door een permanent noodfonds, het European Stability Mechanism. De inzet is erg hoog, want het gaat om uw en mijn geld en om financiële stabiliteit op ons continent. Op de EU-top van 26 oktober is dan weer beslist om de capaciteit van het noodfonds te verhogen tot 1.000 miljard euro door het EFSF toe te laten op te treden als verzekeraar van staatsbons.

Jos De Greef