Osama bin Laden: de grootste vijand van de VS

Osama bin Laden (54) is de oprichter van de terreurorganisatie Al Qaeda. De Verenigde Staten beschouwen hem als de hoofdverantwoordelijke voor de aanslagen van 11 september 2001.

Osama bin Laden, bij iedereen bekend als het meesterbrein van de radicaalislamitische terreur, was 54 jaar. Hij stamt uit een rijke Saudische familie met wortels in Jemen. Tijdens zijn studies in Saudi-Arabië kwam hij in contact met extremisten die hem op de weg van het islamitisch fundamentalisme zetten als antwoord op wat hij de "westerse decadentie" noemde.

In de jaren 80 voerde hij de daad bij het woord en was hij een van de vele Arabische vrijwilligers die mee met de Mujaheddin in Afghanistan gingen vechten tegen de Sovjetinvasie, onder meer met financiële en logistieke steun van de Saudi's en het Westen. In dat milieu radicaliseerde Bin Laden nog meer. Samen met de Egyptische terrorist Ayman Al Zawahiri, vormde hij toen Al Qaeda (de basis), een netwerk van moslimextremisten van over heel de wereld. 

De Golfoorlog van 1991 was een keerpunt. Bin Laden beschouwde de secularist Saddam Hoessein als een afvallige, maar kon het niet verkroppen dat Amerikaanse troepen in de strijd tegen Irak toen gelegerd werden op Saudisch grondgebied, het stamland van de islam.  

Strijd tegen het Westen

Bin Laden richtte nu zijn pijlen op de VS en op de Saudische monarchie, die hem in '94 zijn nationaliteit ontnam. Bin Laden vond een onderkomen in Soedan en daarna in Afghanistan. De opkomst van het radicale talibanregime daar verschafte hem een schuilplaats, ver weg van de VS-invloed.

Bin Laden rechtvaardigde zijn terreur in een fatwa in '98, waarin hij opriep tot een oorlog tegen het Westen en tot het doden van Amerikanen, hun bondgenoten en Joden tot er "enkel nog geloof in Allah" overblijft. Totale oorlog dus, want ook burgers waren volgens hem legitieme doelwitten. Bin Laden was evenwel geen religieus leider en had niet de autoriteit om fatwa's uit te vaardigen.

Het bleef niet bij woorden: in '93 ontplofte een vrachtwagen vol explosieven in een parking onder het World Trade Center in New York, maar dat stortte toen niet in. Die aanslag was overigens het werk van de Egyptische Gamaa Islamiyya, in samenwerking met  Al Qaeda. In '96 kwamen 19 VS-militairen om bij een aanslag op hun basis in Khobar in Saudi-Arabië. Twee jaar later stierven 224 mensen bij bomaanslagen tegen VS-ambassades in Kenia en Tanzania en in 2000 ramde een zelfmoordterrorist zich met een bootje in het marineschip USS Cole in Jemen. Toen kwamen 17 VS-militairen om.

9/11 veranderde de wereld

Echte bekendheid kreeg Al Qaeda evenwel met de aanslagen op 11 september 2001. Toen boorden twee gekaapte passagiersvliegtuigen zich in de torens van het World Trade Center in New York, dat instortte. Een ander toestel crashte in het Pentagon in Washington en nog een ander stortte in Pennsylvania neer toen de passagiers zich verzetten. Balans: ruim 3.000 doden.

Er ging een schok door Amerika en de wereld, die af leek te stevenen op een nieuw groot conflict tussen het Westen en de islam. Tenminste, zo stelde Bin Laden het zelf voor, want Al Qaeda doodde veel meer moslims dan westerlingen, en niet alleen bij aanslagen.

Een van hen was Ahmad Shah Massud, de Afghaanse verzetsleider tegen de taliban, die enkele dagen tevoren was vermoord door Al Qaeda. Op die manier verzekerde Bin Laden zich van de steun van zijn taliban-beschermheren.

De VS sloegen terug met een "war on terror", die eind 2001 het talibanregime in Afghanistan ten val bracht, mede dankzij de troepen van Massud. Al Qaeda kreeg harde klappen, maar was niet uitgeteld en we leerden leven met de voortdurende dreiging van aanslagen: die van 2002 in een discotheek in Bali in Indonesië (202 doden), maart 2004 in de metro in Madrid (191 doden), juli 2005 in de metro's in Londen (56 doden) en tussendoor in toeristische plaatsen in Egypte en Tunesië. 

De ster van Bin Laden taant

Gaandeweg brokkelde de populariteit van Bin Laden bij radicale moslims af, toen er steeds meer doden vielen, onder meer door geweld van "Al Qaeda in Irak", waar zowel soennieten als sjiieten in het vizier kwamen.

Het aantal video- en audioboodschappen waarmee Bin Laden de media "gebruikte", droogde ook stilaan op, net als de financiële middelen van de terreurgroep. De kern van Al Qaeda leek weg te deemsteren en plaats te maken voor nieuwe terreurgroepen op regionale basis, in Jemen en in Noord-Afrika. De efficiëntie leek ook weg te deemsteren.

Ideologisch was het volksprotest in de Arabische wereld en Iran misschien wel de doodsteek. Er was blijkbaar een ander en aantrekkelijker alternatief voor de corrupte dictaturen in het Midden-Oosten dan Al Qaeda, namelijk een op het Westen gebaseerd democratisch model. Mogelijk symboliseert het verdwijnen van Osama Bin Laden dan ook het begin van een nieuw Midden-Oosten.

Jos De Greef