"The company men" is "corporate slasher"

In zijn debuutfilm "The company men" schetst scenarist en regisseur John Wells een beeld van wat er fout kan gaan bij een meedogenloze herstructurering van een bedrijf. Het werk van een professionele downsizer heeft een nefaste invloed op het leven van de mensen die ontslagen worden bij de firma GTX.

Bobby Walker (rol van Ben Affleck) heeft een royaal betaalde job als salesmanager bij GTX, een firma die ooit schepen bouwde, maar inmiddels is uitgegroeid tot een enorm transportbedrijf. Als hij op een dag op kantoor arriveert, blaakt hij zoals gewoonlijk van zelfvertrouwen, onder meer omdat hij zijn handicap bij het golfspel heeft verbeterd. Of zoiets.

Bobby is zo vol van zichzelf dat het even duurt vooraleer hij merkt dat niemand geïnteresseerd is in zijn sportieve prestaties. De reden wordt snel duidelijk: bij GTX, waar men blijkbaar ook de impact van de economische recessie voelt, is men begonnen met een zogenaamde "corporate downsizing"-operatie.

Er wordt op massale schaal ontslagen en ook Bobby behoort tot de slachtoffers. "The company men" is de debuutfilm van scenaristregisseur John Wells, onder meer bekend van "The West Wing" en "ER". Hij weeft hier eigenlijk twee verhaallijnen mooi door elkaar.

Enerzijds wordt getoond wat het op individueel vlak betekent om zonder job en inkomen te vallen, wat met andere woorden zowel de emotionele als de materiële consequenties zijn. In die context is het uiteindelijk niet zó relevant dat Bobby het nogal erg vindt dat hij zijn Porsche moet verkopen. De gemiddelde kijker zal daar niet bepaald van ondersteboven zijn, maar belangrijker is wat dat jobverlies voor het zelfbeeld van Bobby betekent.

"We give our lives to our jobs"

De slogan waarmee de film gelanceerd wordt, is trouwens: "In America, we give our lives to our jobs. It's time to take them back". Anderzijds schetst "The company men" een beeld van de huidige bedrijfscultuur waarbij firma's nauwelijks of niet omkijken naar hun personeel, maar alleen oog hebben voor de aandeelhouders. "We work for the stockholders now", zegt de CEO op een bepaald moment. En die man moet natuurlijk zelf ook zijn eigen bonus in het oog houden.

"The company men" vormt eigenlijk een mooi tweeluik met de satire "Up in the air", de Oscargenomineerde film van scenaristregisseur Jason Reitman, waarin George Clooney de rol speelt van Ryan Bingham.

Bingham is een man die bijzonder veel tijd in een vliegtuig doorbrengt - vandaar ook de titel - omdat hij als professionele downsizer - ook wel "termination engineer" genoemd - de VS doorkruist om in allerlei bedrijven in naam van het management mensen te gaan ontslaan.

"Ik weet niet hoe verspreid die praktijk van professionele downsizing eigenlijk is, maar het wordt wel degelijk toegepast", vertelde Reitman indertijd. "Mijn vrouw is ooit door zo iemand ontslagen. Ik weet eerlijk gezegd niet wat het ergste is: ontslagen worden door iemand die je niet kent, maar die voor de gelegenheid doet alsof hij jou en je situatie wel goed begrijpt. Of ontslagen worden door iemand die je al tien of twintig jaar kent en die zich dan plots als een vreemde gedraagt."

Zowel "The company men" als "Up in the air" kunnen dus omschreven worden als zogenaamde "corporate slasher movies". Die term kan, maar in dit geval wel letterlijk, gebruikt worden voor de sociale thriller "Le couperet" van regisseur Costa-Gavras uit 2005, die zich daarvoor baseerde op de roman "The ax" van de Amerikaanse schrijver Donald E. Westlake.

De meedogenloze hakbijl

"Le couperet" vertelt het verhaal van Bruno Davert (rol van José Garcia), een van de slachtoffers van de symbolische hakbijl uit de titel. Als jonge veertiger en hooggekwalificeerde ingenieur werkt hij al vijftien jaar tot ieders tevredenheid in een papierbedrijf.

Plots blijkt het bedrijf aan delokalisatie toe en Bruno staat op straat. In eerste instantie denkt hij met zijn expertise en staat van dienst snel een nieuwe kaderfunctie te zullen vinden. Maar drie jaar later is Bruno nog altijd werkloos. Dan slaan bij hem de stoppen door.

Zijn zoektocht naar werk neemt de proporties aan van een persoonlijke oorlog. Hij wapent zich, letterlijk, en gaat op zoek naar zijn rechtstreekse concurrenten met de bedoeling ze uit te schakelen.

De transpositie van die Amerikaanse roman naar een Europese film was niet altijd eenvoudig. "In het boek gebeurden de moorden bijna op een vicieuze manier", vertelde Costa-Gavras daar toen over.

"Maar ik heb van het hoofdpersonage iemand gemaakt die echt niet weet hoe hij iemand moet vermoorden. Elke keer doen er zich allerlei problemen voor. In vroegere tijden waren de patroons de vijanden. Maar ze zijn erin geslaagd hun imago zo abstract te maken dat de strijd zich als het ware naar beneden verplaatst heeft, tussen de mensen die werken. Bruno zegt het zelf in de film: de vijand is diegene die zijn werk afneemt. Om zelf te overleven moet de andere dood."

Jan Temmerman