Het MAS, de kat met negen levens

Een verre droom, meer was het niet toen schepen van Cultuur Eric Antonis (CD&V) in 1990 het idee opperde voor een nieuw museum. De bouw van het Guggenheimmuseum had Bilbao opnieuw op de wereldkaart gezet en als dat kon voor de Spaanse stad, waarom dan niet voor Antwerpen?

Een museum zou bovendien meteen ook een geweldige boost zijn voor Het Eilandje, een wijk die in die jaren alleen nog een vage herinnering was aan het bloeiende havengebied van weleer. Wie het in die tijd had over Het Eilandje, praatte over een stadskanker vol leegstaande gebouwen, ongure cafés en grafitti. Niets deed nog denken aan het glorierijke verleden.

Het was Napoleon die eind 18e eeuw uit strategische en militaire overwegingen de dokken had laten graven. Omdat de schepen steeds groter werden, kwamen er extra dokken en steeds grotere handelspanden. De rastervormige inplanting van die gebouwen, eilandjes tussen het water, gaven meteen ook de naam aan de wijk.

Maar nog voor het einde van de 19e eeuw schoof het havengebied verder op naar het noorden. De band tussen de haven en de stad werd steeds kleiner en het eens zo bloeiende havengebied kwijnde steeds meer weg. En hoewel de wijk zich perfect leende voor stadsherwaardering, duurde het nog tot de jaren 90 voor de eerste plannen op tafel lagen.

Barcelona achterna

De stad laat er in die jaren geen gras over groeien en schrijft een wedstrijd uit. Manuel de Sola Morales, de architect die later ook de Keyserlei zou hertekenen (kleine foto), komt als winnaar uit de bus. Hij had Barcelona opnieuw naar het water gebracht, en lijkt dus de ideale stadsplanner om een nieuwe toekomst uit te tekenen voor Het Eilandje. Maar uit budgettaire overwegingen worden de plannen in 1994 van de tafel geveegd.

Twee jaar later neemt de stad contact op met René Daniëls en diens Buro 5 uit Maastricht. Zij krijgen de projectleiding in handen voor de ontwikkeling van het stadsdeel en krijgen slechts één belangrijke opdracht mee. De haalbaarheid is prioritair, zowel qua uitvoering als financiering. Daniëls werkt een masterplan uit dat nog duidelijk de handtekening draagt van De Sola Morales.

Een culturele as van noord naar zuid moet de verschillende wijken van de stad dichter bij elkaar brengen. De ruimte tussen het Bonapartedok en het Willemdok, krijgt een scharnierfunctie.

“Die plaats moet een ontmoetingsplaats worden tussen noord en zuid, west en oost, haven en stad, inwoners, bezoekers en toeristen”, klinkt het in de beleidsplannen. De stad schrijft meteen ook een architectuurwedstrijd uit voor een "landmark" die al die functies moet verenigen.

De toren van het volk

Uiteindelijk krijgt de stad 55 verschillende plannen binnen. Vijf bureaus krijgen na een eerste selectie de kans om hun project verder uit te werken en een jury, met daarin onder meer Vlaams bouwmeester bOb van Reeth, selecteert uiteindelijk het ontwerp van het Rotterdamse bureau Neutelings Riedijk.

Het vierkante gebouw, met een grondvlak van 35 meter op 35 en 10 verdiepingen hoog, wordt de aantrekkingspool waar het stadsbestuur zo naar snakt.

De Nederlander Willem Jan Neutelings, die sinds 1968 in Antwerpen woont, kent de wijk goed. “Ik had het idee van een stapelhuis, het soort huis dat je hier al 100 jaar aantreft”, verduidelijkt hij zijn keuze. Neutelings stapelt tien “dozen” boven elkaar. Via roltrappen wandelen bezoekers zo van de ene naar de andere collectie. De spiraalvormige grote ramen doen ook meteen dienst als vitrine voor de collectie. Vooral die flexibiliteit krijgt goeie punten van de jury.

Het ontwerp van Neutelings is ook het enige in de hoogte. Antwerpen zou er met het MAS dus een 4e toren bij krijgen. “De kathedraal is de toren van de kerk, de Boerentoren van het geld, de politietoren van het gezag en het MAS van iedereen”, zegt Neutelings.

"Eén miljard frank is niet veel"

Neutelings is erg optimistisch in 2000. De projectfase had tot dan toe al 10 jaar geduurd, maar de uitwerking zou veel sneller kunnen gaan. “2005 is een realistische termijn”, vertelt Neutelings dat jaar met modder aan de schoenen tegen de verzamelde pers. “De voorbereidingsfase duurt 1 à 2 jaar, daarna bouwen we 2 à 3 jaar en dan tellen we nog een half jaar voor de inrichting en afwerking.”

Ook financieel lijkt alles in orde. “Eén miljard Belgische frank (25 miljoen euro) is niet veel. Zeker niet als je weet dat het er over 100 jaar nog staat.”

Neutelings kan alvast niet wachten. Hij fietst geregeld langs de Hanzestedeplaats en beeldt zich alvast in wat het MAS zal doen met de ruimte.

“Het is natuurlijk een spectaculair gebouw met een zekere prentkaart- en icoonwaarde. Het Bilbao-effect is ook interessant. Met één gebouw een attractiepool maken van je stad. Het zou mooi zijn als we dat in 2005 kunnen zeggen.”

De Nederlander ziet immers ook dat privéinvesteerders de toekomstplannen voor Het Eilandje op de voet volgen. Oude handelspanden worden opgekocht door projectontwikkelaars en de dure lofts en hippe horecazaken schieten als paddestoelen uit de grond. Nederlanders betalen met gemak voor de lofts, vooral omdat soortgelijke projecten in Rotterdam of Amsterdam onbetaalbaar zijn. Ook Neutelings zelf koopt in die periode zijn eigen stekje vlak bij zijn toekomstige ontwerp.

Maar niet iedereen is blij. De lokale pater Theo ziet met lede ogen aan hoe de armere bevolking van Het Eilandje wordt verjaagd. “De kansarmen moeten hier weg, maar waar moeten ze heen? Naar het kerkhof misschien?”

Bouwen en goeie timing gaan nooit hand in hand

Met de timing van het MAS zelf loopt het al snel mis. En net de financiering, waar het stadsbestuur zo op had gehamerd, blijkt de struikelsteen. In 2002 raakt het stadsbestuur het wel eens over een gespreide financiering over 4 jaar, maar de bouwvergunning laat op zich wachten.

In 2003 stelt het architectenbureau daarom zelf voor om het budget toch eens te herbekijken. De staalprijzen zijn enorm gestegen en het voorziene budget lijkt ontoereikend. “Misschien houden we het MAS beter minimalistisch”, laat schepen Antonis zich ontvallen.

Ook met de Vlaamse inbreng, goed voor 21 miljoen euro, loopt het fout. De ministers hadden het bedrag in 2001 toegezegd, maar voor de sterk hertimmerde regeringsploeg ligt investeren in 2003 veel moeilijker. De cadeaus zijn uitgedeeld en Cultuur is dan zelden een prioriteit.

Uiteindelijk moeten nog privé-investeerders worden gezocht om het gestegen budget rond te krijgen. Umicore, KBC, het Havenbedrijf en SD Worx nemen een deel van de gestegen kosten op zich.

Tijdens de officiële voorstelling van het project in 2004 wordt ook een systeem van particuliere sponsoring voorgesteld. Privépersonen, verenigingen en sportclubs kunnen voor 1.000 euro een zilveren handje kopen. Drieduizend van die handjes zullen later één van de gevels van het MAS sieren. Vlaanderen krijgt tot slot ook de belofte dat de stad zal opdraaien voor eventuele meerkosten.

Iedereen wil op de foto

Op 14 september 2006 is het drummen bij de officiële eerstesteenlegging. Dat het schepencollege bijna voltallig aanwezig is, lijkt logisch. Maar daarnaast verdringen ook drie ministers zich voor de camera's.

De bouw van het MAS, dat tot dan nooit meer was dan een virtueel museum, kan eindelijk starten. “Het museum is als een kat met negen levens die vandaag eindelijk op haar pootjes terechtkomt”, zegt burgemeester Patrick Janssens (SP.A).

Tweehonderd betonnen palen worden 15 meter diep in de grond geboord. "Aan een ritme van één verdieping per maand, moet de ruwbouw binnen een jaar klaar zijn", zegt Neutelings. Het concept is op dat moment al lichtjes bijgeschaafd. De materiaalkeuze voor de gevel wordt een stuk goedkoper en de architect moet ook vrede nemen met een stalen dwarsbalk die zichtbaar aanwezig zal zijn in de museumzalen.

Het MAS rijst in de daaropvolgende maanden op uit het niets, maar zoals het een echte Antwerpenaar betaamt, is er ook veel kritiek. De ornamenten die de architect zowel aan de binnen- als buitenkant van het MAS gebruikt, worden niet door iedereen gesmaakt.

“Sinds 1985 is de architectuur in Vlaanderen superdepressief. Kijk naar de weekendbijlages van de kranten met die strakke saaie badkamers. Alles is zwart en grijs. Het is volstrekt onduidelijk waarom je overal in de wereld bloemen ziet verschijnen en pluchen comfort terwijl Vlaanderen zich blijft vasthouden aan het minimalisme”, weerlegt de architect de kritiek.

Gift van Paul Janssen in permanente expo

Met het einde van de ruwbouw in zicht verschuift de aandacht steeds meer naar het interieur. Carl Depauw (kleine foto), de conservator van het Rubenshuis, is in 2005 al aangezocht om de collectie van het MAS te gaan beheren.

Het MAS put uit de collecties van de musea van Volkskunde, Scheepvaart en Etnografie, maar daar een eenduidig verhaal uit puren is geen sinecure.

B-architecten krijgt de opdracht om de binnenruimtes uit te werken en van het MAS een modern museum te maken. Zij ontwikkelen ook de 4 thema’s waarrond de tentoonstellingen zullen worden opgebouwd.

De eerste twee collecties tonen het ontstaan en de groei van de stad Antwerpen en van de haven. In de derde collectie staan leven en dood centraal. In die collectie bevindt zich ook een belangrijke collectie pre-Colombiaanse kunst, een donatie van Paul en Dora Janssen. De laatste permanente collectie gaat over macht en vertelt zowel over de rol van Antwerpen in het koloniale verleden als over WO II.

"Een maske doen"

Het budget wordt in de laatste periode nog eens naar boven bijgesteld tot 58 miljoen euro. De stad beslist immers om ook het dakterras publiek te maken, zelfs buiten de openingsuren van het museum. “Een maske doen, moet een begrip worden in Antwerpen”, klinkt het bij bugemeester Janssens.

Even doemt het spook van de Lange Wapper nog op. De brugpijlers zouden middenin Het Eilandje worden neergeplant en een aantal Bekende Antwerpenaren, onder wie Neutelings, verzet zich hevig tegen de plannen.

“Een brug zo dicht bij een woonkern zou het leven van die wijk voor minstens een eeuw bepalen.” De plannen belanden na het veelbesproken referendum uiteindelijk in de prullenmand, tot grote opluchting van de architect.

Intussen heeft het museum een van de mooiste deurmatten van de wereld. Aan de voet van het MAS legt Luc Tuymans een gigantische grijze mozaïek van 40 meter bij 40, zijn grootste kunstwerk tot nog toe (kleine foto).

Het personeel heeft in die laatste maanden handen te kort om de honderdduizenden museumstukken te verhuizen, maar de laatste deadline wordt wel gehaald.

De meiboom die op 3 november 2009 op het dak van het MAS werd geplant na de ruwbouwwerken is intussen al lang dood, het MAS zelf is levendiger dan ooit. 21 jaar na de droom van Antonis is het alleen nog aftellen tot 13 mei. Dan opent het MAS de deuren voor een ongeduldig publiek.