"Speciaal fonds" moet Libische rebellen helpen

Er komt een "speciaal fonds" om de Nationale Raad, het politieke orgaan van de Libische rebellen, financieel bij te staan. Dat is aangekondigd bij aanvang van de vergadering van de internationale contactgroep over Libië. Er wordt ook overlegd over methodes om de druk op kolonel Moe'ammar al-Khaddafi op te voeren.
Een groepsfoto van de leden van de contactgroep

Het was de Italiaanse minister van Buitenlandse Zaken Franco Frattini die de oprichting van het fonds aankondigde. "Er is nood aan een sterkere economische ondersteuning", zo zei hij vlak voor aanvang van de vergadering in Rome. De NAVO-coalitie tegen Khaddafi komt met de beslissing tegemoet aan een vraag van de rebellen, die hadden eerder gezegd dat ze dringend een lening van minstens 1 miljard euro nodig hebben.

Het geld moet dienen voor voedsel, medicijnen en basisvoorzieningen. Het is zeker niet de bedoeling om de rebellen te bewapenen, zo benadrukte de Britse minister van buitenlandse zaken William Hague. Groot-Brittannië heeft ook twee Libische diplomaten uit het land gezet. De Libische ambassade in Londen bestaat nu nog uit tien diplomaten.

De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Hillary Clinton (foto) heeft ook laten weten dat de in de VS geblokkeerde tegoeden van het Libische regime aangewend zullen worden om "het Libische volk te helpen". Voorts heeft ze haar collega's opgeroepen om het isolement van Khaddafi te vergroten door zijn gezanten niet meer te ontvangen en door de rebellen te helpen bij het opzetten van een vertegenwoordiging wereldwijd.

De contactgroep bestaat uit landen als de Verenigde Staten, Frankrijk, Groot-Brittannië en vertegenwoordigers van de Arabische Liga en de Afrikaanse Unie. België en Nederland maken gezamenlijk deel uit van de groep. Tot nog toe hebben 4 landen de Libische nationale Raad officieel erkend: Italië, Frankrijk, Gambia en Qatar.

Red Star One voert 1.300 mensen weg uit Misurata

Vanmorgen is een schip met migranten en gewonden uit de belegerde havenstad Misurata aangekomen in Benghazi, het rebellenbolwerk in het oosten van Libië. Het schip, gecharterd door de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM), slaagde erin om 180 ton humanitaire hulp af te leveren in Misurata.

De Red Star One kon vervolgens bijna 1.300 mensen uit de stad evacueren, voornamelijk Afrikaanse vluchtelingen, maar ook gewonde Libische burgers. Dat ging evenwel niet zonder problemen. De troepen van Khaddafi namen het schip meermaals onder vuur. Daarbij kwamen vijf mensen om het leven.

Aan boord bevond zich eveneens een twintigtal buitenlandse journalisten. Het westelijke Misurata wordt al sinds twee maanden belegerd door troepen trouw aan de Libische leider khaddafi.