Comfort gebruiker centraal in toekomst van media

In Brussel hebben zo'n 350 mensen uit de media deelgenomen aan de 2e Staten-Generaal van de Media. De focus lag op samenwerking in de sector en op de nieuwe manieren waarop gebruikers met media omgaan. Minister van Media Ingrid Lieten (SP.A) kondigde aan dat ze begin 2012 het Media Innovatie Centrum (MIC) zal oprichten.

De middag ging van start met speeches van Jo Caudron en Gerd Leonhard. Caudron van DearMedia plaatste de uiteenzetting van de Duitse mediafuturist Gerd Leonhard in een Vlaams perspectief.

In essentie ging het over het gedrag van de mediagebruiker dat de afgelopen jaren enorm veranderd is door de opkomst van sociale media zoals Twitter, Facebook en YouTube. Tijdens de speeches en de 4 debatsessies werd er ook gezocht naar antwoorden op de vraag hoe de spelers in de media met het veranderende gedrag van de gebruiker moeten omgaan.

Volgens Leonhard (foto in tekst) zijn de kernwoorden van het huidige mediagebruik: "social, local en mobile". Mediagebruikers kiezen zelf waar, wanneer en hoe ze naar iets kijken en ze geven ook commentaar op wat ze zien via Facebook of Twitter. Hij ziet sociale netwerken dan ook als "broadcasters". Via Twitter en Facebook "zenden wij allemaal onszelf uit".

Consument heeft meer controle gekregen

Jo Caudron (foto in tekst) van DearMedia (een consultancybureau dat gespecialiseerd is in onlinestrategiebepaling en nieuwemedia-innovatie) ging hier dieper op in. Volgens hem heeft de consument meer controle gekregen over de media. "Eerst was dat met de afstandsbediening, nu is dat met de smartphone", zei hij.

Ook verduidelijkte hij dat mensen nu zelf beslissen wanneer ze kijken (time shifting), waar ze kijken (place shifting). En om te beslissen waar ze naar kijken, laten ze zich door hun netwerk inspireren (authority shifting). Dit heeft als negatief gevolg voor de adverteerders dat mensen die uitgesteld kijken (wat vaak gebeurt bij fictie) de reclame doorspoelen.

Caudron verwacht dat mensen dit in de toekomst nog meer gaan doen. Hij noemt dat het "bijna lineair kijken". Hij waarschuwde er daarnaast voor dat contentleveranciers vaker de stap van de zender gaan overslaan. De kijker gaat zelf op zoek naar wat hij wil zien en wacht niet noodzakelijk tot bepaalde reeksen door de openbare omroep of door de commerciële zenders worden uitgezonden.

Het belang van kwaliteitsvolle, Vlaamse producties

Tijdens de debatsessie "Het Vlaamse medialandschap als ecosysteem" werd er dan ook dieper ingegaan op dit probleem. Hoe sterk zullen de contentleveranciers (zoals bv. Studio 100) worden en hoe gaan de Vlaamse distributeurs en de traditionele zenders hier op inspelen?

In het -lichtjes overbevolkte- panel (9 leden) zaten onder anderen Sandra De Preter (VRT), Peter Quaghebeur (VMMa), Duco Sickinghe (Telenet), Philip Neyt (Belgacom) en Steven Allcock (Studio 100).

Vooral Quaghebeur en De Preter beklemtoonden het belang van Vlaamse producties. "We maken in Vlaanderen al sterke programma's. Als we die kwalitatieve en relevante content kunnen blijven aanbieden, kunnen we onze sterke positie behouden", zei De Preter.

Er werd door verschillende panelleden ook op gewezen dat het erg belangrijk is om naar nieuwe manieren te zoeken om reclame te integreren. "Die koek wordt alsmaar kleiner", zei Patrick Lacroix van Mediargus en van de Vlaamse Dagbladpers. "Maar laten we hier iets van leren, laten we samen proberen om de koek weer groter te maken." Daarnaast moeten de troeven van het "bijna lineaire"-verhaal ook uitgespeeld worden zodat mensen er voor willen betalen. Verschillende panelleden dachten dat mensen wel zouden willen betalen voor onder meer Studio 100-programma's en Vlaamse fictie.

Samenwerking was trouwens het codewoord tijdens het debat, want de verschillende spelers aan tafel lijken te beseffen dat ze alleen zullen kunnen standhouden als ze de krachten bundelen.

Studio 100 gaf aan nog niet meteen van plan te zijn om de kijkers rechtstreeks te proberen te bereiken met zijn programma's. "Die verleiding kan er zijn, maar het zal zeer beperkt zijn. We zouden wel gek zijn om ons los te koppelen van zenders. Je bereik haal je momenteel in Vlaanderen nog altijd via de generalistische zenders."

Toch beseffen alle partners dat er de komende jaren aan een platform moet gewerkt worden om de strijd met Amerikaanse initiatieven zoals Google en Apple TV aan te gaan. De distributeurs Telenet en Belgacom zeiden dat ze hun technologie ook zullen moeten standaardiseren zodat de mediabedrijven erop kunnen inspelen.

Lieten kondigt oprichting Media Innovatie Centrum aan

Tijdens de 2e Staten-Generaal van de Media heeft minister van Media Ingrid Lieten aangekondigd dat ze begin 2012 het Media Innovatie Centrum (MIC) zal oprichten, dat innovatieve samenwerkingsprojecten in de media moet stimuleren. Ze zal er jaarlijks een budget van 10 miljoen euro voor uittrekken.

"Wat ik als minister van Media kan doen, is bedrijven die willen samenwerken een inspirerende omgeving aanbieden waar deskundigheid aanwezig is, onderzoek mogelijk wordt en proefprojecten kunnen uitgetest worden."

Binnen het Interdisciplinair Instituut voor Breedband Technologie (IBBT) wordt MIC een plek waar expertise, innovatief onderzoek, experiment, kennisdeling en internationalisering centraal staan.

"Naar een breed sociaal pact door en met de sector"

De minister verwees ook nog naar de rondetafel over de arbeidsomstandigheden die midden juni plaatsvindt. Lieten zal dan de resultaten toelichten van het VUB-onderzoek over werkomstandigheden en het talentmanagement in de media.

"Ik wil samen met de werkgevers, werknemers en vakbonden bekijken wat de volgende stappen kunnen zijn. Samen werken aan correcte werkomstandigheden, aan talentmanagement en dus investeren in creatief talent, is een noodzakelijke investering waar iedereen beter van wordt. We moeten naar een breed sociaal pact door en met de sector."

Verschillende medewerkers uit de sector hadden immers aangegeven dat ze vonden dat er tijdens deze 2e Staten-Generaal van de Media te veel aandacht was voor de bedrijven en te weinig voor de gewone medewerkers.

Ellen Maerevoet