"Hobo heijo dori": Alles bijna weer normaal?

Journalisten Veerle de Vos en Tom Van de Weghe zijn teruggekeerd naar Japan, 2 maanden na de aardbeving en de tsunami die de kerncentrale van Fukushima zwaar heeft getroffen. Om beurten vertellen ze hun ervaringen en bedenkingen in een dagboek op deredactie.be. Vandaag: Veerle de Vos.

"hobo heijo dori": het leven is bijna weer normaal in Tokio. De rekken in de winkels zijn gevuld, de treinen rijden weer bijna net zo stipt als dat altijd het geval was. Bijna normaal, want op de luchthaven werken de roltrappen niet en in de winkels wordt maar de helft van alle verlichting aangestoken en staat de airco uit. Allemaal maatregelen om elektriciteit te sparen, nadat de kernreactoren in Fukushima zijn uitgevallen. Ook in ons hotel in Tokio wordt aan de bezoekers gevraagd om zuinig te zijn met elektriciteit. Boeiend detail: de toiletbril wordt nog altijd verwarmd. Prioriteiten zijn prioriteiten.

Japanners houden van normaliteit. Dat zegt Dirk de Ruyver (foto in tekst), Vlaams economisch vertegenwoordiger in Tokio, die al bijna 20 jaar in Japan woont. Vlak na de aardbeving en tsunami deden de inwoners van Tokio heel erg hun best om alles zo normaal mogelijk te laten verlopen. Als ze in Tokio de kalmte zouden bewaren, zou dat er misschien voor zorgen dat ook in het rampgebied de normaliteit weer snel zou terugkeren.

Bovendien zijn Japanners vertrouwd met natuurrampen: aardbevingen en tsunami’s, de kinderen groeien ermee op. En dus was Dirk de Ruyver niet verwonderd dat de Japanners na al dat natuurgeweld niet meteen de armen in de lucht gooiden en om hulp begonnen te roepen. Of erger nog, begonnen te plunderen. Ze wachtten uren- en desnoods dagenlang om benzine te kunnen kopen en stonden geduldig in tientallen meters lange rijen voor de supermarkt. We kunnen dit aan, was de algemene reactie, we zijn een sterk volk, we hebben een ruggengraat.

Japanners hebben ruggengraat

Maar de kernramp die zich enkele dagen later in Fukushima ontwikkelde was iets heel anders. Dat was allesbehalve normaal, vond De Ruyver. Nucleaire straling confronteert de Japanners met akelige herinneringen, en mensen vroegen zich af of de regering wel de volledige omvang van de ramp onthulde. Toch brak er in Tokio op geen enkel moment paniek uit, ook niet toen er in de buurt van de reactor ontstellend hoge radioactieve waarden werden vastgesteld en er een radioactieve wolk op weg was naar de hoofdstad. De buitenlanders vluchtten in grote drommen weg, maar de Japanners bleven. Ze hebben een ruggengraat.

En nu zijn wij ook terug, in het land waar we twee maanden geleden zijn weggevlucht. We willen proberen om het verhaal af te maken, dat we toen hebben laten liggen. Hoe leven de mensen in de buurt van de kerncentrale? Zijn ze bang voor de verhoogde straling of hebben ze alle vertrouwen in de maatregelen van de overheid? En hoe zit het nog verder naar het noorden, waar de tsunami zo verschrikkelijk heeft huisgehouden? Is er al een begin gemaakt met de heropbouw of is het nog altijd puin ruimen?

De afgelopen week zijn duizenden Japanners naar het noorden afgereisd om te helpen met dat puin ruimen en vrijwilligerswerk te doen in de opvangcentra. Het was de Gouden Week in Japan, de jaarlijkse lentevakantie. Jonge Japanners zijn even uit hun comfortabele consumptiepatroon gestapt, om hun minder fortuinlijke landgenoten te helpen. Het zal wellicht nog jaren duren voor alles waar is zoals het was. Maar elk beetje helpt. "Kobi heiji dori". Bijna weer normaal.

Veerle de Vos