WWF-reuzenpanda beschermt al 50 jaar de natuur

Het wereldnatuurfonds, het WWF, viert dit jaar zijn 50e verjaardag. Vier Engelse vrienden met een liefde voor de natuur besloten in 1961 om in actie te komen en hebben het WWF opgericht, het wereldnatuurfonds. Vijf decennia later zijn 5 miljoen mensen actief in de organisatie op 5 continenten. WWF België viert vandaag feest.

1961. Vier Engelse natuurliefhebbers maken zich zorgen om het behoud van de wereldwijde natuur en besluiten een organisatie op te richten die zich zal bezig houden met projecten om de natuur te beschermen: bioloog Sir Julian Huxley, ornitholoog en zakenman Guy Mountfort, het hoofd van The Nature Conservancy in Engeland Max Nicholson en natuuronderzoeker en schilder Sir Peter Scott.

Om de organisatie meteen een internationaal karakter te geven, vragen ze prins Bernhard, prins der Nederlanden, of hij voorzitter wil zijn. Bernhard hapt meteen toe. Mede-oprichter Peter Scott ontwerpt het logo van de reuzenpanda, dat tot op vandaag symbool staat voor de organisatie. Op 11 september wordt in Zwitserland officieel het WWF opgericht, het World Wildlife Fund.

Kort na de oprichting richten sympathisanten overal in de wereld lokale takken op van het WWF. In de eerste jaren houdt de organisatie zich vooral bezig met het beschermen van diersoorten, maar al snel blijkt dat de dieren niet beschermd kunnen worden als de omgeving waarin ze wonen, geen bescherming krijgt. En dus breidt de opdracht van de organisatie uit en verandert de naam naar World Wide Fund for nature.

WWF in België

De tak in België, genaamd Wereldnatuurfonds, start in 1966 en telt op dit moment inmiddels 81.000 sympathisanten.

WWF België helpt vooral de internationale WWF-projecten in het Congobekken, de zogenoemde "tweede long van de wereld". Door de streek te herbebossen probeert men de natuurlijke reserves in het gebied beter te beschermen. Vorig jaar is zo'n 1.000 hectare herbebost. Ook is WWF België bezig met projecten om nieuwe natuurgebieden aan te leggen en met projecten om de berggorilla en bonobo die in het wild leven, te beschermen.

Ter gelegenheid van de 50e verjaardag opent vandaag een tentoonstelling in het natuurhistorisch museum van Brussel over het werk van de afgelopen decennia, met een vooruitblik op de uitdagingen voor de komende 50 jaar.

De 10 werken van het WWF

1. Bescherming van de grootste wouden

Het grootste regenwoud ter wereld ligt in het Amazonegebied in Latijns-Amerika (foto in tekst). Het is nog voor 80% intact, een verdienste van onder meer het WWF.

60 miljoen hectare is beschermd gebied en wordt door het WWF met speciale zorg behandeld. Ook in Congo, het op een na grootste regenwoud ter wereld, heeft het WWF voor 10% van het gebied een beschermd statuut kunnen verkrijgen.

De focus ligt nu ook op de rijke regenwouden in Sumatra, de enige plaats waar tijgers, olifanten, neushoorns en orang-oetangs samen leven. De regenwouden zijn fel bedreigd door ontbossing.

2. Beheer van wouden

Het WWF stelt dat industrie en natuur hand in hand kunnen gaan als de bosindustrie milieuvriendelijk werkt en probeert om zijn ecologische voetafdruk te verkleinen. Bedrijven die milieuvriendelijk werken, krijgen het FSC-label. Zo'n 8,5% van de internationale houthandel heeft het label.

3. Bescherming tropisch oceaanleven

WWF onderhandelt met landen om de zeegebieden rond hun landen beschermd gebied te maken. Zo heeft Australië nu 11 miljoen hectare beschermd koraalrif, het grootste beschermd oceaangebied ter wereld.

Momenteel richt het WWF zich op de zogenoemde koraaldriehoek, een stuk zeeland tussen Indonesië, Maleisië, Papoea-Nieuw-Guinea, de Filipijnen, de Salomonseilanden en Oost-Timor. Daar leven meer dan 500 koraalsoorten (75% van het wereldtotaal) en bevinden zich de grootste tonijnscholen ter wereld. De zes landen engageren zich om in samenwerking met het WWF het leven in de driehoek te beschermen.

4. Levensvatbare en duurzame visserij

Het WWF heeft het MSC, Marine Stewardship Council, opgericht dat onderzoekt hoe de huidige vissersmethoden beter en milieuvriendelijker kunnen. Zo zijn de haken van 600 tonijnvisboten aangepast om bijvangst van schildpadden te vermijden. Elke 2 jaar is er ook een wedstrijd voor vissers om hen te motiveren zelf na te denken over innovaties van vissersmateriaal.

5. WWF is eerste ngo die samenwerkt met China

Ongeveer 30 jaar geleden kon het WWF enkele samenwerkingsverbanden sluiten met China, een zeer gesloten land. Zo zijn de reuzenpanda en de gebieden waar het dier woont, beschermd. Langs de rivier Yangtze zijn 40 gebieden van in totaal 1,6 miljoen hectare beschermd, net als de verbinding tussen 18 meren en de rivier. Er zijn ook pilootprojecten in Baoding en Sjanghai om de koolstofemissie te verlagen.

6. Bescherming van olifant, walvishaai en berggorilla

Het WWF onderhandelt met overheden om de stroperij op bepaalde diersoorten strafbaar te maken. In Tanzania is een project in de jaren 80 gestart om de stroperij op olifanten te ontmoedigen.

In de zeegebieden rond Donsol, een eiland op de Filipijnen, is jacht op de walvishaai verboden sinds 1998. In Oeganda, Rwanda en de Democratische Republiek Congo werkt het WWF samen met de plaatselijke bevolking om de berggorilla te beschermen tegen stroperij.

7. Bescherming waterrijke gebieden en zuiver water

160 landen hebben het Ramsar-verdrag ondertekend, waarmee de landen zich engageren om waterrijke gebieden te beschermen. Het gaat om 187 miljoen hectare, de grootste zone is gelegen aan de benedenloop van de Donau (1,4 miljoen hectare). Het WWF heeft ook samen met enkele partners nieuwe productiemethoden bedacht waardoor op katoenvelden nu de helft minder water nodig is en de helft minder pesticiden gebruikt worden.

8. Verzet tegen uitsterven van tijger, orang-oetang en Javaanse neushoorn

Door stroperij zijn de bevolkingsaantallen van wilde tijgers (Rusland), orang-oetangs (Indonesië, Maleisië en Brunei) en Javaanse neushoorns (Indonesië) sterk gedaald.

De vacht, tanden en beenderen worden voor veel geld verkocht als geneesmiddelen of op de zwarte markt. Dankzij overeenkomsten met de landen waar de dieren in het wild leven, heeft het WWF weer hoop voor deze bijna uitgestorven diersoorten.

9. Lobbyen bij Kyoto

Dankzij het lobbywerk op nationaal en internationaal niveau hebben de industrielanden zich in 1997 geëngageerd om de uitstoot van broeikasgassen en CO2 te verminderen. Ook in Kopenhagen en bij andere klimaattops is het WWF aanwezig om zijn visie te verdedigen.

10. Earth hour

Elk jaar roept het WWF op om tijdens de laatste zaterdag van maart het licht 1 uur lang uit te doen. Zo daalt het energieverbruik en daalt de uitstoot van CO2. Dit jaar hebben naar schatting 1 miljard mensen deelgenomen aan de globale actie. Ook meer dan 4.500 steden in 128 landen hebben de lichten gedoofd.