"We zijn in shock: onze kinderen spelen hier"

Journalisten Veerle de Vos en Tom Van de Weghe zijn teruggekeerd naar Japan, 2 maanden na de aardbeving en de tsunami die de kerncentrale van Fukushima zwaar heeft getroffen. Om beurten vertellen ze hun ervaringen en bedenkingen in een dagboek op deredactie.be. Vandaag: Tom Van de Weghe vertelt van minuut tot minuut zijn relaas.

8.30 uur: Onze minibus zit vol met een 20-tal koffers. We vertrekken vanuit Tokio richting Fukushima, een rit van een drietal uur. Op een dosismeter die we naast het dashboard in de wagen geinstalleerd hebben, meten we een radioactieve straling van 0,05 microsievert per uur.

10.02 uur : We zitten al anderhalf uur op de Tohoku-expressweg naar het rampgebied. De straling neemt toe. De dosismeter geeft 0,17 microsievert per uur aan.

11.05 uur: We zijn op 70 km van de kerncentrales van Fukushima. De weg vertoont hier en daar barsten als gevolg van de aardbeving. Er verschijnt 1,05 microsievert per uur op de dosismeter.

11.45 uur: We komen aan in Fukushima-stad, nog een heel eind weg van de kerncentrales zelfs. Hier meten we minder straling, 0,80 microsievert per uur. Het leven lijkt ongestoord verder te gaan. We hebben een afspraak met enkele ouders die zich verenigd hebben om een vuist te maken tegen de overheid. “De overheid is te laks”, vinden ze. Ze protesteren tegen de recente beslissing van de overheid die bepaalt dat de jaarlijkse dosis tot 20 millisievert veilig is voor kinderen. Dat is evenveel als de jaarlijks toegelaten dosis voor arbeiders in een Duitse kerncentrale.

12.10 uur: De ouders nemen ons mee naar de speelplaats van een middelbare school. Ze willen dat de overheid het zand op de speelplaats weggraaft omdat dat zwaar verontreinigd zou zijn door radioactieve stofdeeltjes. “Als zij het niet doen, zullen wij het doen”. Met de geigerteller doen we een steekproef aan een regenpijp: we meten meer dan de 1.500 tellen per seconde, wat ontzettend veel is. De dosismeter springt naar 70 microsievert per uur. De ouders staan zelf versteld van de hoge waarden : “We zijn in shock. Onze kinderen spelen hier.”

12.45 uur: Een van de moeders begint te huilen. Ze toont ons het gemeenteblad dat onlangs in Fukushima verspreid werd. Hierin legt een nucleair deskundige uit dat de inwoners zich geen zorgen hoeven te maken. “Allemaal propaganda van de overheid. Vertel alsjeblief aan de rest van de wereld wat hier aan de hand is.”

14.31 uur: We rijden verder richting de kerncentrales. Op 60 km afstand is er nog steeds veel verkeer op de weg. Boeren bewerken hun akkers. De Japanse kerselaars staan in bloei. 10 km verderop verandert alles. De grote leegte neemt toe. We meten tot 1,5 microsievert per uur, 30 keer zoveel als normaal gemeten wordt.

14.50 uur: Nog 40 km te gaan. De meettoestellen geven de eerste alarmsignalen. Op de monitor 3,5 microsievert per uur. De verkeerslichten werken niet meer. Enkele bergen huisafval wachten tevergeefs op de verbrandingsoven.

15u23 : We komen aan in het bergdorpje Tsushima. Idyllischer kan het niet in Japan. Lentebloesems, stromend riviertje, een huistempel. Maar niemand op straat, behalve een achtergelaten kat. Dit is nog geen verplichte evacuatiezone. Toch hebben de meeste mensen vanwege de hoge stralingswaarden hun huizen verlaten en hun toevlucht gezocht een eind verderop. Hier meten we 6,29 microsievert per uur.

15.47 uur: Een boer komt nieuwsgierig van zijn erf gewandeld om te kijken wie op bezoek is. Hij is als laatste achtergebleven van zijn gezin. “Ik wil mijn koeien niet in de steek laten. Ze zijn mijn leven” zegt hij. Elke dag melkt hij zijn koeien, maar de melk moet hij weggooien omdat ze niet meer voor consumptie geschikt is. “De overheid doet gewoon niets meer voor ons, want ze hebben deze plek al opgegeven.” zegt hij teleurgesteld. “Schadevergoeding? Geen idee of ik die ooit zal krijgen.” Over enkele weken moet ook de laatste boer verplicht vertrekken omdat het hier te gevaarlijk is. Met of zonder koeien.

16.25 uur: Enkele straathonden lopen ons blaffend tegemoet. Ze worden achternagezeten door vrijwilligers van de vzw "Red de huisdieren". Maar de honden laten zich niet snel pakken. “We hebben al zo’n 250 achtergelaten beestjes naar het asiel gebracht, maar er zijn er nog minstens 3.000 in de verboden zone”, vertelt een vrijwilligster. “Ze worden stilaan mensenschuw en dreigen te verhongeren." Vanmorgen hebben ze een hondje begraven.

16.52 uur: We stuiten op een wegversperring van de politie. Hier begint de verboden zone. Verder geraken we niet zonder toestemming van hogerhand volgens een agent met mondmasker. “Normaal begint het verplichte evacuatiegebied op 20 km van de centrale. Maar dit gebied op 28 km is een "hotspot" waar de straling hoger is door de windrichting. Vandaar dat de verboden zone hier al begint.” De komende weken wordt de zone nog verder opgeschoven. Op de meter verschijnt nu 8,1 microsievert per uur.

17.25 uur: Radioactieve straling reist niet in cirkels. Dat blijkt meteen nadat we de wegversperring verlaten. De cijfers op de meetapparatuur gaan plots de hoogte in, tot 13 microsievert per uur. We trekken beschermende kledij aan en doen een meting met de geigerteller in een groententuintje met wat spinazie. De teller slaat uit naar bijna 800 tellen per seconde. Dat wijst op zware radioactieve vervuiling van de grond. Om dit op te kuisen zijn wellicht ettelijke jaren nodig.

20.09 uur: Terug in Fukushima stad. De straling is intussen weer weggevallen tot 1 microsievert per uur. Een half dagje in en uit het stralingsgebied blijkt volgens een veiligheidstabel voor ons nog altijd minder schadelijk dan de straling die we oplopen tijdens een gemiddelde trans-Atlantische vlucht. Voor de mensen die hier wonen en dus elke dag "vliegen" ligt dat anders. De gevolgen zijn op lange termijn veel minder onschadelijk.

Tom Van de Weghe