Partijen voor verstrenging vervroegde vrijlating

De meeste Vlaamse partijen zijn voor een verstrenging van de wet op de voorwaardelijke invrijheidstelling, de vroegere wet-Lejeune. Die bepaalt dat een veroordeelde na het uitzitten van een derde van zijn straf voorwaardelijk vrij kan komen.

In de nasleep van de zaak-Dutroux werd de wet-Lejeune in 1998 vervangen door een nieuwe wet die een betere controle van het systeem toelaat. Sindsdien is het niet meer de minister van Justitie die beslist over een voorwaardelijke vrijlating, maar een strafuitvoeringsrechtbank.

De meeste partijen vinden nu dat het vrijkomen na een derde van de straf uitgezeten te hebben, niet meer kan.

Zo pleit Open VLD voor het optrekken van de termijn tot twee derde van de straf, zegt Carina Van Cauter: "Ik denk dat de rechter ten gronde moet bepalen welk gedeelte van de straf moet worden uitgevoerd, en dat moet in ieder geval minstens twee derde van de straf bedragen".

CD&V wil vooral recidivisten aanpakken, zegt Servais Verherstraeten: "In geval van herhaling, ongeacht of het correctioneel of assisen is, vinden wij dat het twee derde van de straf moet zijn".

Ook N-VA wil de voorwaardelijke vrijlating inperken, zegt Sophie De Wit: "Ik denk dat een verstrenging van de wet aan de orde kan zijn en dat we dat grondig moeten bekijken en bestuderen".

Renaat Landuyt van de SP.A ten slotte is voor een omkering van de wet-Lejeune. "Ik pleit voor een duidelijke straf die uitgevoerd wordt. Je moet de wet-Lejeune omkeren zodat én het publiek én de betrokkene veel beter weten dan vandaag waar zij aan toe zijn".

Volgens het Vlaams Belang moet de strafrechter de duur van de straf bepalen, desnoods tot de laatste dag opsluiting.