"Kleuterklassen hoeven niet overvol te zitten"

In een gemiddelde kleuterklas zitten 21 kinderen en schooldirecteurs krijgen genoeg geld om de klassen niet groter te hoeven maken. Als kleuterklassen overvol zitten, dan zou dat aan de directie te wijten zijn. Dat blijkt uit cijfers van het ministerie van Onderwijs. Open VLD en Groen! vinden dat de minister van Onderwijs scholen en ouders tegen elkaar opzet

Vorige week bleek een kleuterklasje in Pittem in West-Vlaanderen 51 kinderen te tellen. Vlaams minister van Onderwijs Pascal Smet (SP.A) reageerde boos op die berichten.

Daarom heeft Smet de administratie van het ministerie van Onderwijs gevraagd om de cijfers over de kleuterklassen online te zetten. De cijfers zijn gebaseerd op de situatie van februari 2011.

Volgens het ministerie hoeven kleuters niet met 50 opeengepakt te zitten bij één juf. Een Vlaamse kleuterklas krijgt genoeg geld om gemiddeld 21 kleuters in één klasje te moeten stoppen. De lestijden worden bepaald op het precieze aantal kleuters en worden aangepast als er in de loop van het jaar kleuters bij komen.

Als er meer kinderen in de klas zitten, dan is dat een bewuste keuze van directie, stelt het ministerie van Onderwijs ook. Bijvoorbeeld omdat de directie de kinderen groepeert per geboortejaar, of omdat ze geen zin hebben om tijdens het schooljaar veel te veranderen.

De schooldirecties vinden het goed dat de cijfers nu openbaar zijn. "Maar het gemiddelde weerspiegelt de realiteit niet altijd. Soms zijn er opsplitsingen waardoor je in de voor- of de namiddag wél grote groepen hebt. Ten tweede is het vaak erg moeilijk om een extra juf te vinden als er in de loop van het jaar enkele lestijden bijkomen", zegt Marc Janssen van het overlegplatform voor directeuren in het basisonderwijs.

In het Vlaamse regeerakkoord staat wel dat de kleuterklassen gemiddeld kleiner moeten dan 21 kinderen. Daarom werkt Smet nu aan een nieuw systeem om de lestijden toe te kennen.

“Smet gooit alle uren op een hoopje”

“Wij denken dat de minister de waarheid verdringt met die cijfers”, aldus Elisabeth Meuleman (Groen!). “Het is als alle reizigers op een bus samentellen. Zowel degene op de daluren als op de piekuren en dan zeggen er zitten gemiddeld zoveel mensen op de bus, dus er zijn geen overvolle bussen.”

Volgens Meuleman heeft Smet alle uren op een hoopje gegooid. “Er wordt geen rekening gehouden met de uren voor lichamelijke opvoeding, godsdienst en voor GOK (gelijke kansen onderwijs).” Er zijn volgens Meuleman echt wel klassen met 25 of meer leerlingen. “Die klas met 50 leerlingen zal een uitschieter geweest zijn, maar het feit is wel dat we met overvolle klassen zitten.”

Het Vlaams verbond van het Katholiek Basisonderwijs (VKBA) valt Meulemans bij. “De gemiddelde klas bestaat niet. Een school met 150 kleuters kan beschikken over 6,7 leerkrachten, maar je kunt geen 6,7 klassen hebben.” Onderwijsorganisatie is volgens het VKBA geen wiskundige bewerking. Het sommetje van Smet “houdt geen rekening met de concrete realiteit.”

Irina De Knop (Open VLD) vindt het een genuanceerd verhaal. “Enerzijds moet je de autonomie van de school bevestigen in dit verhaal, maar anderzijds schuilt er volgens mij een gevaar in de publicatie van de cijfers.” Ze is bang dat ouders opgezet worden tegen de school. “Cijfers geven is goed voor de transparantie, maar dat is geen oplossing.” Er moet volgens De Knop meer gebeuren.

Meest gelezen