Bob Marley: de man die de reggae groot maakte

"Only the good die young." En daarom leeft Billy Joel nog en is Bob Marley al 30 jaar dood. Vandaag zou hij een reggae-opa zijn en voor één keer klopt het cliché: zijn muziek is springlevend. Een beschouwing van Louis van Dievel.

Ik heb een wat lange aanloop nodig. Het was juli 1974. Ik bracht de zomer door in Heide-Kalmthout. Op een feestje (er waren er veel, die zomer) legde iemand "461 Ocean Boulevard "op, de comebackelpee van Eric Clapton. De man had een resem verslavingen overwonnen en dit was het visitekaartje van de nieuwe Clapton.

En hoewel die elpee vol modieuze en melodieuze blues stond (en klassiekers als "Motherless children" en "Let it grow" bevatte), zal Claptons "461 Ocean Boulevard" altijd worden herinnerd als de plaat van de Bob Marley-cover “I shot the sheriff". De blanke man had de reggae ontdekt. En acceptabel gemaakt. We dansten als houten klazen op muziek die nieuw was voor ons.

Natuurlijk had “Israelites” van Desmond Dekker al in 1969 de hitparade veroverd en kenden we de skank, de Jamaican off-beat, uit “People funny boy” (1968) Lee Scratch Perry, de peetvader van de reggae, maar het waren The Wailers die reggae van curiosum naar een populaire, internationale muziekstijl promoveerden. The Wailers, dat waren vooral Bob Marley , Bunny (Livingston) Wailer en Peter Tosh.

Halfbloed

Marley was de zoon van een uit Engeland afkomstige marinekapitein, Norval Sinclair Marley, en een 18-jarige Jamaicaanse schone, Cedella Booker. De relatie tussen die twee was geen avontuurtje, ze waren netjes gehuwd. Maar de kapitein was altijd op zee en zoonlief Robert Nesta (alias Bob) Marley kreeg zijn vader weinig te zien. De kapitein stierf toen Bob 10 jaar oud was. Zijn gemengde afkomst maakte hem zowel bij de blanken als bij de zwarte Jamaicanen een buitenstaander, een ongewenste halfbloed.

Rastafari

In 1964 al richtte hij met zijn 2 vaste kompanen een groepje op, dat uiteindelijk The Wailing Wailers ging heten. Twee jaar later trouwt Marley met Rita Anderson en gaat in de buurt van zijn moeder wonen, in de Amerikaanse staat Delaware. Hij werkt er in het lab van Dupont en aan de lopende band van Chrysler.

In 1968 is hij opnieuw in Jamaica en “bekeert” zich – onder invloed van zijn vrouw Rita - tot de rastafari-beweging, meer een levensbeschouwing dan een geloof, met wortels in zwart Afrika. Leven naar de wetten van het Oude Testament, verering van de Ethiopische keizer Haile Selassie, terugkeer naar de Afrikaanse roots, vegetarisme en het roken van marihuana bij wijze van geestesverruiming zijn allemaal elementen uit de beweging, waaruit iedere rastaman het zijne haalt. Er is geen heilig boek met wetten en voorschriften. Maar een rastaman (M/V) draagt dreadlocks, aan dat uiterlijke teken valt niet te tornen. Zo ook Bob Marley.

Eindelijk succes

The Wailing Wailers maken platen in Jamaica, maar succes blijft uit. Tot ze in 1972 in Engeland Chris Blackwell tegen het lijf lopen, de eigenaar van Island Records. Hij investeert in de band. De eerste elpee bij Island ("Catch a fire") is maar een matig succes. Maar in 1973 komt de doorbraak met "I shot the Sheriff’ uit de elpee "Burnin’".

Het succes verdeelt de groep: Peter Tosh en Bunny verlaten de band. De naam verandert in Bob Marley and the Wailers. Zijn vrouw Rita komt de band versterken. "No woman, no cry" wordt de eerste internationale hit. De reggaemania overspoelt Europa en de Verenigde Staten. Marley and the Wailers maken de ene hit na de andere. Hoe dat live klonk, kunt u bijvoorbeeld beluisteren op "Live at the Roxy" uit 1976. In dat jaar wordt er overigens een aanslag op hem gepleegd, in zijn huis. Hij raakt gewond en besluit een tijdje in Londen te gaan wonen.

Niet vrijblijvend

De muziek van Marley is niet vrijblijvend, ook al heeft hij tal van melige liedjes geschreven ("One love", om er een te noemen, of "Is this love?"). Marley zingt tegen honger en armoe ("Them belly full"), tegen de politie die de rasta’s haat ("Rebel music"), voor de burgerrechten ("Get up, stand up)". Al is de boodschap vaak naïef. Maar rasta’s geloven in de goedheid van de mens.

Voor de rasta’s wordt hij een soort heilige wanneer hij de ring van de overleden keizer Haile Selassie ontvangt. Op Jamaica brengt hij politieke vijanden samen op het podium. Hij wordt onderscheiden door de Verenigde Naties. Het is love and peace alom, ook al zijn de jaren 60 al lang voorbij.

Kanker

In 1977 wordt Bob Marley ziek. Huidkanker aan een teen. Een amputatie zou zijn leven kunnen redden, maar Marley weigert. Het is in strijd met zijn overtuiging. De kanker verspreidt zich over zijn hele lichaam. In 1980 valt hij bij het joggen bewusteloos: een hersentumor. De dokters geven hem nog maar enkele weken te leven. En toch blijft Marley muziek maken. Zijn allerlaatste concert speelt hij op 23 september 1980 in het Amerikaanse Pittsburgh. Op Youtube vindt u geen beeld maar wel de muziek van dat laatste, hemelse optreden. Hij sterft een goed half jaar later in Miami, onderweg naar zijn geboorteland Jamaica.

Zoals dat gaat na de dood van muzieklegendes, wordt tot de laatste vals gespeelde noot op plaat of cd gezet. De naam doet verkopen, ook al is het materiaal soms inferieur. Maar er zijn ook goede verzamelaars : "Legend" bijvoorbeeld, of "One Love: the very best of Bob Marley".

Zijn reggae als norm

36 jaar slechts werd Bob Marley. En toch was dat lang genoeg om van zijn reggae de norm te maken binnen de muziekstijl, om de reggaemuziek internationaal op te tillen. Door Marley gingen ook blanken zich aan de reggae wagen. Eric Clapton. Mick Jagger. Chris Rea. De ene poging klinkt al wat overtuigender dan de andere.

Over kinderen gesproken. Marley had er 12, verspreid over diverse relaties. Onder hen Ziggy Marley, met wie ik halfweg de jaren 80 nog een potje heb gevoetbald, backstage op Rock Torhout. Ze waren te laat gearriveerd en mochten die dag van de strenge meneer Schueremans niet meer optreden. De dag erna, in Werchter, speelden ze de sterren uit de hemel.

Louis van Dievel