De ene volksopstand is de andere niet

Waarom steunen de regionale grootmachten in het Midden-Oosten de protesten in het ene land, terwijl ze die in een ander land veroordelen of zelfs mee onderdrukken? En waarom treedt het Westen hard op tegen Libië, maar niet tegen Syrië?

Na de omwentelingen in Tunesië en Egypte brak ook volksprotest uit in onder meer Libië, Bahrein, Syrië en Jemen. Maar ten aanzien van die protesten roept de inconsequente houding van het Westen, maar nog meer van regionale grootmachten als Iran en Saudi-Arabië, vragen op.

Hoog spel op het dambord van het Midden-Oosten

Een eerste opvallend voorbeeld is Saudi-Arabië. In dat land waren er nog zo goed als geen betogingen tegen het regime, als een van de weinige landen in de regio. Maar het Saudische regime zit niet stil. Wie nader kijkt, ziet een paradox.

Saudi-Arabië steunt de eis van de demonstranten in buurland Jemen. Samen met de Samenwerkingsraad voor de Golf (GCC), waarvan Jemen geen deel uitmaakt, dringen de Saudiërs erop aan dat president Ali Abdullah Saleh snel aftreedt. Saleh is een gematigde sjiiet.

Maar in Bahrein is de houding van Saudi-Arabië helemaal anders. Na weken van protesten vroeg het soennitische regime in de kleine eilandstaat de GCC om hulp. Saudi-Arabië stuurde meteen zo'n 500 militairen, net als de Verenigde Arabische Emiraten. Sindsdien zijn de protesten in Bahrein voorbij, het enige land tot nu toe waar de protesten de kop werden ingedrukt. Maar hoewel Bahrein en Saudi-Arabië dat beweren, waren het lang niet alleen sjiieten die in Bahrein op straat kwamen om te protesteren.

Ook Iran heeft een dubbele houding ten aanzien van de opstanden in de regio. Iran sprak zich -na enige tijd- voorzichtig positief uit over de Jasmijnrevolutie in Tunesië en over de politieke omwenteling in Egypte. De opstand in Bahrein werd toegejuicht door president Mahmoud Ahmadinejad. Maar wat betreft Syrië, een dichte bondgenoot van Teheran, volgt Iran de verklaring van het regime: de opstanden zijn een complot van buitenlandse radicale elementen en daarom is het gerechtvaardigd om er hard tegen op te treden.

De dubbele houding van Iran en Saudi-Arabië toont aan dat de golf van volksprotest mogelijk het conflict dieper maakt tussen soennitische en sjiitische regimes in de regio. Daarbij is niet godsdienst op zich de belangrijkste spil, maar oude bondgenootschappen en binnenlandse belangen.

En het Westen?

De reacties van het Westen op de gebeurtenissen in het Midden-Oosten zijn ook niet altijd even consequent.

Frankrijk, Groot-Brittannië en de Verenigde Staten hebben het voortouw genomen voor een militaire interventie in Libië. Zo kon een bloedbad in het rebellenbolwerk Benghazi vermeden worden.

Maar als Saudische tanks en troepen de betogers in Bahrein opnieuw in het gareel doen lopen, blijft het erg stil in Washington, Londen en Brussel. De regimes in Bahrein en in Saudi-Arabië zijn belangrijke bondgenoten van de Verenigde Staten, onder meer door de vijandige houding van die twee landen ten aanzien van Iran.

De situatie in Syrië doet nog meer vragen rijzen over de houding van het Westen. Syrië werd net als Libië lange tijd als "schurkenstaat" beschouwd door de VS. En net als de Libische leider Khaddafi aarzelt de Syrische president niet om bruut geweld te gebruiken tegen de eigen bevolking. Daarbij zijn al honderden mensen omgekomen. Velen vragen zich daarom af waarom er ook niet tegen Syrië wordt opgetreden, waarom het bij diplomatieke sancties blijft.

"Libië is een unieke situatie", vertelt Jay Carney, de woordvoerder van het Witte Huis. "Voor Syrië moeten we kiezen uit een hele reeks van gerichte sancties." Een interventie in Syrië lijkt uitgesloten en daar zijn tal van verklaringen en overwegingen voor.

De Arabische Liga kon leven met een militair optreden tegen Libië, maar Syrië heeft in die Liga veel meer invloed. De ligging van het land speelt ook een rol: Europese landen en de VS zijn er als de dood voor om in te grijpen in het hart van het Midden-Oosten. Ook is er bij de Europese en Amerikaanse bevolking weinig draagvlak voor nog een interventie in een Arabisch land. Dat brengt meteen een andere verklaring mee: in Libië was er gewoon eerder nood aan een interventie.

Desondanks valt te vrezen dat de diplomatieke sancties van de EU en de VS president Assad er niet van zullen weerhouden om de opstand in zijn land erg hard aan te pakken.

Bij een militaire ingreep zou het Westen ook meer dan ooit op ramkoers komen met Iran, de trouwe bondgenoot van Assad. Syrië heeft vele vrienden, maar nog meer vijanden in de regio. Het land is een sleutelfactor in het fragiele machtsevenwicht in het Midden-Oosten. Israël mag dan officieel nog altijd in oorlog zijn met Syrië, president Assad hield de toon over Israël steeds gematigd.

De houding van zowel het Westen als van landen in het Midden-Oosten mag dan erg inconsequent lijken, eigenlijk gaat het gewoon om een voortzetting van de internationale betrekkingen, vijandschappen en bondgenootschappen zoals die er al waren voor de golf van volksprotest over het Midden-Oosten spoelde.

Wouter Carton