Twee maanden leven op enkele vierkante meters

Journalisten Veerle de Vos en Tom Van de Weghe zijn teruggekeerd naar Japan, 2 maanden na de aardbeving en de tsunami die de kerncentrale van Fukushima zwaar heeft getroffen. Om beurten vertellen ze hun ervaringen en bedenkingen in een dagboek op deredactie.be. Vandaag: Tom Van de Weghe.

Stel je ‘s voor. Twee maanden lang op enkele vierkante meters moeten leven. Rondom jou je enige bezittingen, want al de rest ben je kwijt. Je bent nooit alleen. Je hebt nooit privacy. Alles wat je doet en niet doet, wordt in de gaten gehouden door je buurman. Of een van die 1.000 andere ogen die elk moment op jou gericht kunnen zijn.

Ik maak me die bedenking, terwijl ik wandel in de turnzaal van de middelbare school van Takata, te midden van de 500 daklozen die hier een onderkomen hebben gekregen na de tsunami van 11 maart. Ik voel me ongemakkelijk. Alsof ik de living van onbekenden betreed en in hun persoonlijke leefwereld kom snuisteren.

Een groepje bejaarden zit een gezelschapsspelletje te spelen. Een jonge vrouw zet thee. Een oudere dame vouwt haar dekens op. Een man is al liggend een boek aan het lezen. Wat verderop klinkt een huilende baby. Drie jongens giechelen rond een Playstation. Een vader helpt zijn dochter bij het maken van huiswerk.

“Nu is het al beter, we hebben tussenschotten gekregen zodat we wat van elkaar afgezonderd zijn“, vertelt de vader, Saitou Masahiko. “Het is niet perfect, maar al veel beter. We mogen niet klagen.” Saitou verloor zijn huis, maar zijn vrouw en 3 kinderen zijn gered. Sinds een paar weken kan hij weer als postbode aan de slag, zodat hij de turnzaal even kan verlaten en een deeltje van zijn leven voor 11 maart kan heroppikken.

“Er komt wel wat sleur in als je hier al zo lang zit. Ontbijt, groepsgymnastiek, middageten, rusten, avondeten, slapen. Elke dag hetzelfde. Ik kijk uit naar de dag dat we onze noodwoning krijgen en ons huis kunnen heropbouwen.” Maar daarvoor moet Saitou eerst de loterij afwachten. De 100.000 noodwoningen die Japan aan het bouwen is, worden op die manier toegewezen. 30.000 ervan moeten eind deze maand al klaar zijn.

Doe het zelf

Op de speelplaats van de school zijn ze er volop aan bezig. Met klophamers worden palen in de grond geboord. Arbeiders zijn druk in de weer met het versleuren van isolatieplaten.

Japan wil de prefabhuizen hoofdzakelijk zelf bouwen, zonder de hulp van internationale hulporganisaties zoals bij andere grote natuurrampen het geval is. De overheid heeft op deze beslissing kritiek gekregen. De bouw zou niet snel genoeg gaan.

Werfleider Ando Toshihiro heeft weinig zin om met de buitenlandse pers te praten. Maar als ik hem vertel dat er in Belgie mensen zijn die voor Japan geld gestort hebben en willen weten wat er met dat geld gebeurd is, bedenkt hij zich.

“Ons grote probleem is het vinden van geschikte bouwgronden voor deze nooddorpen. Want zoals je ziet, is het terrein hier zeer heuvelachtig. De toevoer van bouwmaterialen is intussen al verbeterd. Het is voor ons een race tegen de klok.”

Japans vernuft

Uitgerekend vandaag mogen hier de eerste daklozen verhuizen van de turnzaal naar hun nieuwe woning. Twee oudjes versleuren de laatste dozen, terwijl hun kleinkinderen binnen en buiten lopen. “We zijn echt blij”, zegt oma Oosaka. “Na al die tijd weken van de ene plek naar de andere plek te moeten verhuizen. Hier zitten we tenminste met onze voeten op de grond. Veel veiliger!” lacht ze.

Hier zullen ze twee jaar wonen. Ze hebben een kleine living, een slaapkamer waar ze met zes zullen slapen, en een eetkamer. Het huisje heeft iets van een grote stacaravan, goed uitgerust met de belangrijkste benodigdheden. Japanse degelijkheid en vernuft tot in de kleinste details. “Maar ik maak me wel zorgen om de koude winters hier”, geeft oma Oosaka toe. “Want ik vrees dat de huisjes niet goed geisoleerd zijn.”

De kinderen hebben intussen de reuzengrote stoffen vissen gevonden die ze ter gelegenheid van Kinderdag vorige week gekregen hebben van de hulpverleners. Ze hangen ze op in hun nieuwe kamer. Bij het afscheid maakt oma Oosaka een diepe buiging met gevouwen handen. “We zijn de hele wereld echt dankbaar voor alle hulp. Ook God, omdat wij nog leven.” We laten een doosje Belgische speculoos achter, verpakt in een tinnen huisje.

Tom Van de Weghe