Aanpassing financiering katholieke kerk dichterbij

De Raad van State heeft in een advies de deur opengezet om de financiering van erediensten en levensbeschouwingen anders te verdelen. Volgens de Raad van State moet de grondwet daarvoor niet worden aangepast.

Elk jaar wordt zo'n 91 miljoen euro verdeeld onder de verschillende erkende erediensten. Met dat geld betaalt de federale staat elk jaar de wedden en de pensioenen van de bedienaren van die diensten. De katholieke kerk ontvangt ongeveer 71 miljoen euro. De rest van het geld wordt verdeeld onder de andere erediensten, zoals de vrijzinnig-humanistische, de islamitische en de protestantse.

De verdeling van dat geld is verankerd in de grondwet, met name in artikel 181, dat van 1831 dateert. Tot nog toe werd gedacht dat een aanpassing van die verdeling niet kon zonder aan artikel 181 te raken, maar de Raad van State heeft daar nu anders over geoordeeld en zet daardoor de deur open naar een aanpassing van het verdelingsmechanisme.

Volgens de Raad van State is er wel een grondwettelijke verplichting om die weddes en pensioenen te betalen, maar die verplichting is niet onbeperkt. "Aan de ene kant kun je de weddes bepalen, maar aan de andere kant kun je ook het aantal personen dat daarvoor in aanmerking komt, bepalen", legt Kamerlid Gwendolyn Rutten (Open VLD, foto) uit in "De ochtend". Rutten zit in de werkgroep die zich al een tijd over een mogelijke aanpassing van de verdeelsleutel voor de erediensten buigt. "Als je het aantal personen kunt veranderen en beperken, dan kun je ook bepalen wie wat krijgt", zegt Rutten.

Volgens Rutten "voelt iedereen instinctief aan" dat de huidige verdeelsleutel - 80 procent naar de katholieke kerk - "niet meer klopt met de realiteit van vandaag". "Als wetgever is het dan je taak om op zoek te gaan naar een objectief criterium om die middelen te verdelen."

In de werkgroep zitten momenteel alleen de paarsgroene partijen, maar het debat wordt volgens Rutten gedragen over alle partijgrenzen heen, "ook bij de N-VA, ook bij CD&V". "Alleen over de manier waarop we naar zo'n objectief criterium zullen gaan, daar verschillen we wel nog van mening."