Honderden kraaien boven het puin

Journalisten Veerle de Vos en Tom Van de Weghe zijn teruggekeerd naar Japan, 2 maanden na de aardbeving en de tsunami die de kerncentrale van Fukushima zwaar heeft getroffen. Om beurten vertellen ze hun ervaringen en bedenkingen in een dagboek op deredactie.be. Vandaag: Veerle de Vos.

Twee dagen geleden waren het meeuwen, nu zijn het kraaien. Met honderden tegelijk vliegen ze boven de enorme hopen puin. We zijn nu helemaal in het noorden van het getroffen gebied, in Otsuchi. De afgelopen 400 jaar is de stad 9 keer getroffen door een tsunami. Maar deze laatste heeft Otsuchi veranderd in een spookstad.

Nadat de enorme vloedgolf de hele stad had weggespoeld, braken overal branden uit. Twee dagen lang brandden de ruïnes tussen het wegtrekkende water. Nu staan ze zwart geblakerd tussen de rest van het puin.

Alle gemeentediensten zitten nu in containers, hoger op de helling. Buiten staan lange rijen mensen. Ik kan me inbeelden in wat voor administratieve knoop de mensen hier zitten: identiteitskaarten, rijbewijzen, aktes, diploma’s, alles weg. We spreken met de vice-burgemeester Tobai Masaki. De burgemeester en 33 medewerkers zijn omgekomen.

“We weten nog niet of we Otsuchi ook dit keer zullen heropbouwen, zegt meneer Masaki. Op dit ogenblik zijn we bezig met noodhulp en opvang van slachtoffers. Die vraag zullen we moeten bestuderen samen met de regionale en nationale overheid.”

Terwijl we een satellietverbinding leggen met Brussel voor een live gesprek in De Ochtend, zien we in de rij plots een buitenlander staan. Brian Barnes was op 11 maart in Otsuchi voor de NGO Dolphin Rescue.

Hij stond op de pier toen de aarde wild begon te schokken. Brian en zijn Japanse vrienden hadden twee opties: meteen de steile heuvel naast de kust op of door de stad naar het binnenland rijden. Ze kozen voor de eerste optie. “De tsunami kwam niet als een grote golf”, zegt hij “Maar in geen tijd vulde een massa water de hele baai”.

De beelden die Brian schoot, gingen de hele wereld rond. Die nacht bracht hij door op de heuvel boven de ondergestroomde, brandende stad. Beneden hoorden ze een vrouw roepen om hulp. Tijdens de nacht werden haar hulpkreten zwakker en ’s ochtends was het helemaal stil. Toen het licht werd liepen ze over de heuvels naar de hoofdweg, waarlangs ze anders gevlucht zouden zijn. De weg stond vol gestrande autowrakken.

“Elke nacht schrik ik nog wakker”, zegt Brian. “Ik beleef die verschrikkelijke nacht telkens opnieuw. Brian Barnes is terug in Japan om een hulpactie op te zetten. “Mensen in de VS denken dat Japan geen financiële hulp nodig heeft. Maar het zijn de gewone mensen hier die alles verloren zijn.”

Toch zijn er ook hier, in Otsuchi al tekenen van een nieuw begin. De wegen zijn vrijgemaakt, alle elektriciteitspalen zijn vernieuwd, er stopt zelfs opnieuw een bus in het verwoeste centrum. Naast de bushalte staat een stokoud vrouwtje te wachten. Zoals veel Japanse oudjes is ze helemaal kromgetrokken. “Vier tsunami’s heb ik mee gemaakt in mijn leven zegt ze. Telkens is de stad terug opgebouwd. Maar dit was natuurlijk de allerergste. Ik weet niet of we hier nog opnieuw moeten komen wonen.” Even later vertrekt ze met de bus.

Een grootmoeder en haar kleindochter stappen uit. Ze wandelen naar de plek waar vroeger hun huis stond. Alleen de funderingen liggen er nog. “We komen om de andere dag naar hier” zegt mevrouw. “Om te kijken of we nog iets bruikbaars vinden tussen het puin. Maar het meeste wat we vinden is aangespoeld uit andere woningen”. De vrouw toont ons war haar rozenlaar vroeger stond. De kleindochter veegt wat stof weg, alsof de vloer van haar vroegere huis nog altijd een echte vloer is. “Ik wil hier meteen terugkomen wonen”, zegt mevrouw. “Meteen. Als de overheid maar zorgt voor meer veiligheid.”

We blijven nog even hangen tussen de zwartgeblakerde ruines van Otsuchi, om nog wat beelden te schieten voor het Journaal. De zon zakt weg, en het wordt fris. De kraaien vliegen laag boven ons om dan neer te strijken op wat nog overeind staat. Negen keer zijn de mensen hier weggejaagd door het water. Telkens zijn ze teruggekomen. Komt er nog een tiende keer of heeft de natuur hier definitief gewonnen?

Veerle de Vos