“Fukushima is onze grootste kopzorg”

Journalisten Veerle de Vos en Tom Van de Weghe zijn teruggekeerd naar Japan, 2 maanden na de aardbeving en de tsunami die de kerncentrale van Fukushima zwaar heeft getroffen. Om beurten vertellen ze hun ervaringen en bedenkingen in een dagboek op deredactie.be. Vandaag: Tom Van de Weghe.

Het wrak van een gigantische tonijnboot blokkeert de weg naar de haven van Kesennuma. Enkele vissers zitten in de schaduw ervan. Ze staren voor zich uit, richting hun zwartgeblakerde schepen die op het water liggen. Al twee maanden zijn ze werkloos.

Kesennuma was ooit de grootste haven van Japan voor tonijn en zwaardvis. Drie kwart van alle boten die hier lagen, is door de tsunami vernield. De helft van de bedrijven in de visverwerkende industrie is weggespoeld. De schade aan de vissector wordt geraamd op een miljard euro.

In het stadscentrum proberen twee vissers de schroef van hun boot te recupereren, die 500 meter verder ligt dan oorspronkelijk. Beide mannen schat ik een eind voorbij de zestig. “Voor de tsunami was het hier goed.” zegt visser Wataru met een hese stem. “Nu ligt de vismarkt plat. Er kan geen vis meer verwerkt worden. De gekoelde opslagplaatsen zijn verdwenen. Alles ligt plat.”

Met hun boot vingen ze vooral kleine vissen. Kabeljauw en zeepaling, maar ook veel inktvis. “Een nieuwe kopen zal moeilijk worden”, vreest visser Wataru. “Die kost algauw 40 miljoen Japanse yen (350.000 euro) en de overheid keert maar kleine compensaties uit, tot 6 miljoen. Van de verzekering hoor ik niets.”

Radioactieve vis

In de vismijn wat verderop wordt druk gewerkt. Met hogedrukreinigers spuiten arbeiders de modder weg op de vloer, terwijl een kapotte diepvriezer op een vrachtwagen wordt getakeld. Ook Masato Onadera, de baas van de vismijn, steekt de handen uit de mouwen.

“We hopen dat de vismijn tegen augustus weer vis kan verkopen”, vertelt hij. “Maar of we veel vis zullen kunnen verkopen, is een andere vraag. De kernramp in Fukushima is onze grootste kopzorg, want hierdoor kunnen we geen vis meer exporteren.”

Verschillende landen zoals China, Korea en Taiwan, samen goed voor 70% van de afname van Japanse vis, hebben een invoerverbod afgekondigd voor Japanse vis na de lozingen van radioactief water in zee. De schrik voor radioactief besmette vis is groot.

Maar ook de Japanners zelf eten minder vis. De verkoop in Tsjukiji, de grootste vismarkt ter wereld in Tokio, is bijna met de helft teruggevallen sinds de ramp. Nochtans zijn Japanners de grootste visliefhebbers ter wereld. Ze verslinden per persoon bijna 57 kilo per jaar, tegenover een globaal gemiddelde van 17 kilo.

“Het imago van Japanse vis heeft een zware deuk gekregen” geeft de vismijnbaas toe. “Als de overheid ons niet helpt, houden we het hier niet lang meer uit. We hebben dringend extra subsidies nodig.”

Tepco en de doofpot

Ook voor de driedubbele ramp ging het niet goed met de visindustrie in het noorden van Japan. Het was blijkbaar moeilijk opboksen tegen de goedkope import van vis- en schaaldieren uit andere streken in Azie. Om competitief te blijven, werden steeds meer vissers uit de Filipijnen en Indonesië ingeschakeld. Veel Japanse vissers hebben er de brui aan gegeven.

“Voor onze generatie was vissen het enige wat er bestond”, zegt visser Wataru, die al 45 jaar op zee gaat. “Maar de jongere generaties van vandaag doen liever iets anders. Als deze haven niet vlug wordt opgekuist en als de overheid ons niet helpt, dan vrees ik dat het gedaan is.” Hij zijgt neer bij enkele godenbeeldjes die hij uit het puin heeft gehaald, samen met een paar flessen Japanse rijstwijn.

Ook zijn vriend-collega visser Motojiro is ontgoocheld. “We voelen ons in de steek gelaten. Niet alleen door de overheid, maar ook door de Japanse media. We kunnen ons verhaal niet kwijt. Er is geen aandacht voor ons in de pers, en wij weten wel waarom.” Een verwijzing naar energiereus Tepco, de eigenaar van de kerncentrale van Fukushima die als grote sponsor van Japanse tv-zenders druk zou uitoefenen om zo positief mogelijk te berichten over de gevolgen van de kernramp.

“Ach, misschien dat ik er zelf ook maar mee moet stoppen”, zucht visser Wataru. “Ik word hier stilaan te oud voor. Ik ben ook drie familieleden verloren, moet je weten. Wat ik nu ga doen, weet ik niet. Het wordt te veel.” Zijn vriend Motojiro legt een arm om zijn schouder. “Vertel ons verhaal in België, asjeblief!” smeken ze allebei bij het afscheid. Samen gaan ze op de foto.

Tom Van de Weghe