Opschorting in proces verkeerde straling?

Voor de Gentse raadkamer heeft het Openbaar Ministerie zich akkoord verklaard met een mogelijke opschorting voor de verdachten in de zaak over een fout gelopen bestralingstherapie in het UZ Gent. Op 10 juni wordt de zaak voortgezet.

In 2005 en 2006 kregen 17 patiënten met een hersentumor een verkeerde stralingsdosis door mankementen aan een bestralingshelm van het radiotherapiebedrijf Brainlab. Soms werden ook gezonde cellen bestraald en vernietigd terwijl de tumor onaangeraakt bleef. 9 patiënten waren al overleden toen de problemen met de helm in 2006 aan het licht kwamen.

In totaal zijn er 13 verdachten, onder meer het UZ Gent met de voormalige hoofdarts en radiologen, het Duitse Brainlab en zijn CEO en directeur oncologie, de leveranciers van het toestel en andere verantwoordelijken.

Vanmorgen hebben 13 benadeelden of nabestaanden van overleden patiënten zich burgerlijke partij gesteld bij de raadkamer. De raadkamer luisterde vandaag naar hun getuigenissen.

Tijdens de zitting vroeg het Openbaar Ministerie de buitenvervolgingstelling van de voormalige hoofdarts en twee andere artsen. Voor de andere verdachten verklaarde het OM zich akkoord met de opschorting. Dat zou betekenen dat de verdachten niet voor de correctionele rechtbank moeten verschijnen, maar wel aansprakelijk zijn voor de vergoeding van de slachtoffers.

De nabestaanden van de slachtoffers leggen zich daar niet bij neer en willen dat de verantwoordelijken wel voor de strafrechter verschijnen. "We willen dat de feiten niet langer geminimaliseerd worden", zegt Luc Rogiest, van wie de moeder overleed na een bestraling van een verkeerde plaats in de hersenen.

Op 10 juni wordt de zaak voortgezet. Dan komen onder meer de verdediging van Brainlab en enkele geneesheren aan het woord voor de raadkamer.

"Gezonde cellen bestraald"

De moeder van Luc Rogiest "moest net als de andere patiënten een stereotactische bestraling krijgen in het UZ Gent". "Die is gebeurd in april 2006 op aanraden van het  ziekenhuis", zegt Rogiest. "Een jaar na het overlijden van mijn moeder is gebleken dat er naast de metastase (uitzaaiing, red.) was gestraald en dat men bovendien gezond weefsel had bestraald."

"Daardoor heeft men hersendelen in andere motorische zones geraakt en is ze ook gaan verslechteren enkele maanden na de bestraling met deels verlammingsverschijnselen aan het gezicht, de handen en benen, tot wanneer ze er heel slecht aan toe was."

"We hebben geen wraakgevoelens of zo, maar we zijn wel heel bedroefd dat het er zo aan toe is gegaan. Ook omdat men het zo lang heeft verzwegen en niet de nodige informatie daarover heeft gegeven."

"Steeds meer controles op toestellen"

Jo Van Regemorter, stralingsfysicus bij het Universitair Ziekenhuis Antwerpen, stelt dat de stralingstoestellen steeds complexer worden, maar dat er ook steeds meer controles zijn op de toestellen en dat de instelling van de toestellen nauwkeuriger wordt.

"De zeer moderne toestellen kunnen zeer nauwkeurig een stralingsdosis geven op een bepaalde plaats en kunnen ook geen dosis geven vlak daarbij. "De dosisverdeling gebeurt nauwkeuriger, maar dan moet ook de instelling nauwkeuriger gebeuren", zegt Van Regemorter.

"Veel van die nieuwe toestellen hebben een ingebouwde CT-scan zodat er elke dag opnieuw gekeken wordt waar er opnieuw gestraald moet worden en waar niet. Er wordt bekeken of dat overeenkomt met wat er gepland is."

"De bediening van die toestellen gebeurt door verpleegkundigen die daarvoor een speciale opleiding hebben gehad. Zij worden op de dienst zelf opgeleid voor het toestel in gebruik wordt genomen."