Het Internationaal Muntfonds en zijn directeur

Sinds 1944 waakt het Internationaal Muntfonds samen met de zusterorganisatie Wereldbank over het internationale financiële systeem. Het IMF omvat nu bijna alle landen, maar de VS en Europa hebben wel een stevige vinger in de pap.

In juli 1944 -nog tijdens de oorlog- sloten 44 geallieerde landen in Bretton Woods in de Amerikaanse staat New Hampshire (links) een historisch financieel akkoord. Er kwam een nieuw financieel en monetair systeem dat een herhaling van de chaos en de depressie van de jaren 30 moest voorkomen. 

Om toezicht uit te oefenen op dat nieuwe globale systeem werden twee intergouvernementele organisaties opgericht: de Wereldbank, die zich zou richten op heropbouw en ontwikkeling, en het Internationaal Muntfonds, dat het financiële en monetaire systeem zou beheren.

Aanvankelijk een initiatief van westerse geallieerden groeiden zowel de Wereldbank als het IMF snel uit tot wereldwijde organisaties die nauwe banden onderhielden met de Verenigde Naties. Na de uitbreiding van de vrije markteconomieën en de val van het communisme in Oost-Europa en de Sovjet-Unie sloten bijna alle grote landen zich bij hen aan. 

Globaal vanuit Atlantisch perspectief

Vandaag telt het IMF 187 lidstaten, bijna alle landen ter wereld dus. Het fonds waakt over de globale financiële ontwikkelingen, maakt jaarlijks een economisch verslag over de gang van zaken in de lidstaten en heeft een noodfonds van internationale valuta om lidstaten die in betalingscrises terechtkomen. Recent speelde het IMF samen met de EU een hoofdrol bij de redding van Griekenland, Ierland en Portugal. 

De invloed van lidstaten in het IMF wordt afgemeten aan de inbreng van valuta in dat noodfonds van "speciale trekkingsrechten". Wie meer inbrengt, heeft dus meer stemmen en meer te zeggen.

Ondanks de globalisering behouden de Verenigde Staten de grootste invloed (17% van de stemmen), voor Japan en Duitsland (elk 6%), Groot-Brittannië en Frankrijk (elk 5%). De hele EU samen weegt voor 32%. Samen bezitten de VS en de EU dus net niet de helft van de stemmen en de zetel van het IMF staat dan ook niet toevallig in Washington.

In theorie ligt de macht bij de Raad van Gouverneurs, waarbij elke lidstaat een vertegenwoordiger heeft. Die raad komt jaarlijks een keer bijeen. Het dagelijks bestuur is in handen van een Raad van Directeuren van 24 leden. De vijf grootste lidstaten (hierboven) zijn daarin altijd vertegenwoordigd, net als China, Rusland en Saudi-Arabië. De overige 16 directeuren worden per regionaal blok verkozen door de andere lidstaten. 

Hoe word ik IMF-topman?

Aan de top van het IMF staat de Managing Director. Sinds de start werd de Wereldbank altijd bestuurd door een Amerikaan en het IMF altijd door een Europeaan. De eerste IMF-topman was overigens de Belg Camille Gutt (1946-1952, links), de man van de fameuze financiële operatie op het einde van de oorlog. 

In 2007 werd het principe aanvaard dat de directeur niet altijd een Europeaan moet zijn, maar in de praktijk werd toen toch de Fransman Dominique Strauss-Kahn verkozen. Die wordt nu tijdelijk vervangen door zijn (altijd Amerikaanse) adjunct John Lipsky, maar het is duidelijk dat er een nieuwe verkiezing aankomt.

De procedure is als volgt: elk land in de 24-koppige Raad van Uitvoerende Directeuren kan een kandidaat voorstellen tot een bepaalde deadline. Daarna zal die Raad een beslissing nemen "op basis van het meest geschikte kandidaat".  Om verkozen te worden, moet je 85% van de stemmen achter je krijgen. Dat is dus niet het aantal lidstaten noch vertegenwoordigers in het bestuur, wel volgens het gewogen stemrecht naargelang de bijdragen in de fondsen van het IMF. 

Het valt af te wachten of er nu opnieuw een Europeaan aan het roer komt of dat de deur nu opengaat voor andere regio's. Wellicht wordt het geen Fransman, want dat land heeft al drie van de negen toplui geleverd. De nieuwe topman krijgt een mandaat van vijf jaar dat hernieuwbaar is.

Jos De Greef