Het duistere universum van Maeterlinck

Gisteren is de opera "L'intruse" (De indringer), gebaseerd op het werk van de Belgische Nobelprijswinnaar Maurice Maeterlinck, in première gegaan in Gent. De opera luidt de start van het Maeterlinckjaar in en is de opener van Opera XXI, een tweejaarlijks festival voor hedendaags muziektheater in Gent en Antwerpen.

“L’intruse” is geen bewerking van het gelijknamige stuk van Maeterlinck, maar een eigen creatie van theatermaker Stef Lernous en zijn gezelschap Abattoir Fermée. Lernous schreef het libretto op basis van teksten van Maeterlinck. De Oostenrijks-Vlaamse componist Dirk D’Ase zette het geheel op muziek.

Het stuk ontvouwt zich als een sprookje over een koning die terugkeert van een verre reis op zee. Hij wordt opgewacht door zijn zus, die hem vraagt om weer te vertrekken. Het kasteel is leeg, de koningin gestorven. Maar de koning blijft en hij probeert zijn huis nieuw leven in te blazen met wat hij verzameld heeft tijdens zijn reis. Hij heeft zelfs een prinses meegebracht. Maar uiteindelijk ontaardt het in een nachtmerrie en moet hij zijn trieste lot toch ondergaan.

“Ik hou van het sprookjesachtige, het metafysische, de donkere mysterieuze natuur, de paranoia en schizofrenie in het werk van Maeterlinck”, zegt Lernous. Het duistere universum van Maeterlinck, sluit aan bij de fascinatie van Lernous en zijn theatergezelschap Abattoir Fermé voor de diepmenselijke angsten, verlangens en obsessies die in het alledaagse leven veilig verborgen blijven achter een façade van rationaliteit en ordelijkheid.

"Opera waarvan je ook met je ogen open geniet"

Lernous wou met zijn opera vooral een visueel werkstuk afleveren. “Van de 20 opera’s die ik in mijn leven gezien heb, vond ik de meeste ongelooflijk saai om naar te kijken en een lust om naar te luisteren”, zegt hij. Hij formuleerde voor zichzelf de volgende uitdaging: “Een opera regisseren waarvan je ook met je ogen open geniet”.

Tijdens de voorstelling staan twee zangers op het podium, bariton Omar Ebrahim en mezzo-sopraan Hannah Esther Munitillo. De acteurs van Abattoir Fermé zeggen geen woord, maar bevolken de bevreemdende sprookjeswereld. Ze dragen bij tot de surrealistische beelden die in het stuk worden opgeroepen. Zo is de prinses een naakt schichtig dierlijk wezen met lang zwart haar dat haar gezicht en de voorkant van haar lichaam bedekt. Opeens vermenigvuldigt ze zich en bewegen er zich nog zes gelijkaardige wezens over het toneel.

Het decor ontwikkelt zich tot een mentale ruimte waarin de karakters gevangen lijken te zitten. In het begin is er nog vrolijkheid als er van achter een gordijn een groep feestvierders het podium op komt of als een verhaal over de jacht als schaduwspel wordt uitgebeeld, maar uiteindelijk wordt het decor afgebroken en verzwelgt het in de drab die uit de badkuip en de wc-pot komt gelopen.

Muziek werd in sneltempo klaargestoomd

De muziek voor de opera is gecomponeerd door Dirk D’Ase, die in zijn composities vaak werkt met klanksymboliek. Hij werd op het laatste nippertje bij het project betrokken toen Luc Brewaeys afhaakte en stoomde de partituur in een sneltempo klaar.

De muziek werkt vanuit tegenstellingen. Volgens D’Ase prikkelde het libretto van Lerous zijn verbeelding onmiddellijk: “Alles leek te passen en ik werd er onmiddellijk door aangesproken”, zegt hij. Hij heeft niet geprobeerd om de symboliek van Maeterlinck te vertalen naar muziek, maar om er zijn eigen muzikale symboliek tegenover te stellen.

De opera “L’intruse” is een van de vijf producties die getoond worden op het festival “Opera XXI”. Het festival loopt nog tot 29 mei. “L’intruse” is te zien in Kunstencentrum Vooruit in Gent en in DeSingel in Antwerpen.

Meer info www.vlaamseopera.be

Judit Verstraete