Strijd Airbus-Boeing blijft onbeslist

De Duitse, Spaanse en Britse steun voor het opstarten van het Airbus A380-programma was geen verkapte exportsubsidie voor de Europese vliegtuigfabrikant. Dat zegt de wereld- handelsorganisatie WTO.

Aan de andere kant was de jarenlange staatssteun van de Europese Unie, Frankrijk, Duitsland, Spanje en het Verenigd Koninkrijk aan Airbus niet eerlijk tegenover de Amerikaanse concurrent Boeing.

Met de uitspraak wordt een nieuw hoofdstuk geschreven in de jarenlange juridische strijd over de subsidies die de grootste twee vliegtuigbouwers ter wereld van overheidswege ontvingen. Het oordeel werd uitgesproken door een beroepsinstantie van de WTO. Opvallend is dat zowel in Europa als in de Verenigde Staten tevreden gereageerd wordt op de uitspraak.

"Het belangrijkste argument van de VS, namelijk dat Airbus verboden exportsubsidies ontving, is volledig verworpen", reageert Europees commissaris voor Handel Karel De Gucht opgelucht. "Andere Amerikaanse beweringen, die onder meer betrekking hebben op onderzoek en ontwikkeling en infrastructuur, werden ofwel verworpen, ofwel slechts gedeeltelijk aanvaard."

In de VS is het United States Trade Representative (USTR), het regeringsorgaan dat het handelsbeleid stuurt, eveneens tevreden, maar dan wel om andere redenen.

"Dit vonnis bevestigt dat de Europese Unie en vier lidstaten decennialang massale hoeveelheden marktverstorende hulp hebben verleend", zegt Tim Reif van het USTR. Volgens hem erkent het WTO-vonnis dat Airbus zijn A380, 's werelds grootste commerciële vliegtuig, mede dankzij subsidies heeft kunnen bouwen.

De VS gaat de WTO nu vragen om duidelijk te maken welke stappen de EU nu moet ondernemen.