2 op de 3 huwelijken lopen op de klippen

Twee op de drie koppels die in 2009 in België getrouwd zijn, zullen scheiden. Dat blijkt uit een kansberekening van de Federale Overheidsdienst Economie. Er zijn wel regionale verschillen.

De kansbereking van de FOD Economie is gebaseerd op de echtscheidingscijfers van de laatste decennia na op het huidige huwelijksklimaat in ons land. Volgens die berekening zal 64,5 procent van de huwelijken die in 2009 in ons land afgesloten werden, eindigen binnen de 49 jaar.

De kans op een echtscheiding neemt al decennialang toe. In 1960 bedroeg ze amper 6,7 procent om dan gestaag te groeien naar 9,6 procent in 1970, naar 20,6 procent in 1980 en 31,9 procent in 1990. Nog eens 10 jaar later, in 2000, zaten we aan 45,7 procent.

Vooral de wetswijzigingen leidden tot tijdelijke pieken van het aantal echtscheidingen. Zo schoot het aantal echtscheidingen in 1995 en 2008 sterk de hoogte in na de vereenvoudiging van de echtscheidingsprocedure en de hervorming van de echtscheiding, telkens ingevoerd het jaar voordien.

Vlamingen scheiden iets minder dan Walen. In Vlaanderen loopt iets meer dan 1 op de 2 (50,6 procent) huwelijken op de klippen, terwijl dat in Wallonië bijna 2 op de 3 (64,3 procent) is. De kans op echtscheiding berekenen voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest heeft weinig zin: echtscheidingen voor in het buitenland gesloten huwelijken worden in Brussel geregistreerd, waardoor dat cijfer kunstmatig hoog ligt. Het moet gezegd dat het landelijke gemiddelde van 2 op de 3 gebroken huwelijken (64,5 procent) hier ook enigszins door wordt beïnvloed.

De voorspelling van de FOD Economie blijft gelden als het huidige echtscheidingsklimaat in ons land hetzelfde blijft.

De kansbereking