Partido Popular wint in Spanje, protest blijft

In Spanje stevent de conservatieve partij Partido Popular af op een grote overwinning bij de regionale en lokale verkiezingen. De kiezer straft zo de regerende socialistische partij PSOE van premier Zapatero af voor de aanhoudende economische crisis. De protesten, die al een week duren, houden nog aan.
Aanhangers van de Partido Popular vieren feest.

De uitslag van deze stembusslag is een belangrijke graadmeter voor de regering van José Luis Rodriguez Zapatero en zijn partij PSOE, ook al gaat het om lokale verkiezingen. Al zeven dagen op rij wordt in de Spaanse steden massaal geprotesteerd tegen het strenge besparingsbeleid van de regering.

Zowat 35 miljoen Spanjaarden konden vandaag hun stem uitbrengen over de aanstelling van ongeveer 8.000 burgemeesters en ruim 68.000 gemeenteraadsleden. In 13 van de 17 autonome Spaanse regio's kon er ook gekozen worden voor de deelstaatparlementen.

De PSOE, die al acht jaar aan de macht is, zou volgens voorlopige resultaten nog 28 procent halen. De Partido Popular stevent af op 36 procent, een forse winst. Vrijwel overal krijgt de PSOE stevige klappen. De socialistische partij zou voor het eerst in 32 jaar ook niet meer de burgemeester van Barcelona mogen leveren.

In maart 2012 zijn er nationale verkiezingen in Spanje. Premier Zapatero liet eerder al verstaan dat hij geen kandidaat is voor een derde mandaat.

"We blijven nog een week protesteren"

Vrijdag en zaterdag hebben tot 30.000 betogers, vooral jongeren, de nacht doorgebracht op het centrale plein Puerta del Sol in Madrid.

Ze negeerden daarbij het betogingsverbod aan de vooravond van de verkiezingen. Het protest tegen het regeringsbeleid duurt nu al zeven dagen.

Vandaag beslisten de jongeren dat ze nog minstens een week doorgaan met de protesten. Het is nog onduidelijk wat hun invloed is geweest op deze verkiezingen. Ze keerden zich fel tegen het regeringsbeleid, maar hebben opgeroepen om ook niet op de Partido Popular te stemmen.

De jongeren hebben het gevoel dat zij het slachtoffer zijn van de crisis, terwijl ze er zelf geen schuld aan hebben. Ze betogen tegen het politieke systeem, tegen de corruptie, de besparingen en vooral tegen de werkloosheid. Bij jongeren onder de 25 jaar loopt de werkloosheid op tot 40 procent.