Links verliest zwaar bij verkiezingen in Spanje

In Spanje heeft de regerende socialistische partij PSOE een verpletterende nederlaag geleden bij de regionale en lokale verkiezingen. Zelfs bastions zoals Barcelona en Sevilla komen nu in handen van de rechtse oppositie.

In Spanje werd gekozen voor nieuwe gemeenteraden en een nieuw parlement voor 13 van de 17 autonome regio's. Alles samen valt de linkse PSOE van premier José Luis Zapatero (boven rechts) terug tot 27,8% van de stemmen tegenover 37,5% voor de rechtse Partido Popular links.

De PSOE verliest massaal in haar eigen bastions. Zo gaat de regio Castilië-La Mancha voor het eerst sinds de invoering van de democratie eind jaren 70 over in handen van de rechtse oppositie.De PSOE verliest ook de grote steden Barcelona (waar ze al sinds '79 aan de macht was) en Sevilla.

De verkiezingen vonden plaats tegen de achtergrond van een grote economische en financiële crisis in Spanje. Die is weliswaar niet zo groot als in Griekenland en Ierland, maar toch ligt de werkloosheid in Spanje op 21%. Dat is het hoogste percentage van gelijk welk industrieland. Bij de jongeren onder de 25 jaar is zelfs bijna een op de twee werkloos.

Protesten blijven voortduren

Veel van die jongeren zijn overigens al enkele dagen aan het demonstreren, naar het voorbeeld van Tunesië en Egypte. Zaterdag hebben 30.000 jongeren de nacht doorgebracht op het plein Puerta del Sol in Madrid.

Gisteren hebben die jongeren beslist om hun actie nog een week lang voort te zetten. Ze zijn vooral woest op de besparingsplannen van de linkse regering, maar zeggen ook dat de rechtse oppositie hen niet vertegenwoordigt.

Analisten zeggen evenwel dat het te vroeg is om de impact van het protest op de verkiezingen in te schatten. De jongeren waren vooral boos op de socialistische regering, maar dat verklaart niet waarom de rechtse oppositie het dan wel goed doet in de verkiezingen.