Op de straatstenen in Spanje: een verslag

Nu al een week lang worden de belangrijkste marktpleinen in Spanje bezet door een bontgekleurde massa betogers van alle leeftijden en afkomstig uit alle bevolkingslagen, met één gemeenschappelijk doel voor ogen: dit moet veranderen, de manier waarop de politiek de gewone mens behandelt alsof het om louter marktgoederen gaat. Een van de betogers, de Vlaming Hans De Coninck, getuigt.

Drie maanden geleden begonnen de eerste aankondigingen van een grote manifestatie te circuleren op Facebook en Twitter. Motto: Democracie Real Ya, ofte Echte Democratie Nú, datum: 15 mei, een week voor de lokale verkiezingen, plaats: in alle Spaanse steden. De volksopstanden in de Arabische wereld en het via alternatieve nieuwsblogs binnensijpelende nieuws over de IJslandse revolutie, die nu al zowat een jaar geleden begon maar die in de pers is stilgezwegen, deden de rest en maakten van 15 mei een referentiedatum, eentje die, zoals dat de gewoonte is in Spanje, werd afgekort tot 15M (Quince M).

Duizenden actievoerders trokken die dag, aangemoedigd door percussiegroepen, door de straten van tientallen Spaanse steden. Politici en vakbonden was vooraf gevraagd niet aanwezig te zijn en van in het begin werd de nadruk gelegd op geweldloosheid en een positieve instelling. Diezelfde avond trokken de eerste betogers hun iglotentje op aan de Madrileense Puerta del Sol, vandaag het epicentrum van de Beweging van 15M.

Een ander sleutelmoment was ongetwijfeld toen de manifestanten van de Puerta del Sol na twee dagen ontzet werden door de politie. Als reactie daarop werden marktpleinen in verschillende Spaanse steden bezet door vooral jonge actievoerders, gewapend met slaapzak en piepschuimen matje. Waar de Madrileense politie ’s morgens een 150-tal manifestanten van het plein had verwijderd, verschenen diezelfde avond meer dan duizend betogers, bereid om de nacht in open lucht door te brengen.

Hier bij ons, in Palma, zijn we er ook diezelfde dinsdag aan begonnen. Met een stuk of tweehonderd waren we die eerste avond, gezeten in een grote cirkel op de Plaza de España, debaterend over een manifest, met plaats en tijd voor alle meningen en geregeld applaus. Mijn mededeling dat we in België al een jaar zonder echte regering zitten en dat het zo ook best lukt, werd hier op luid applaus onthaald.

Die eerste dag was best moelijk: er was geen infrastructuur, er mochten geen tenten worden opgezet en er werd geld samengelegd om het avondeten te gaan kopen in een lokale supermarkt. Het bleef bij die ene keer dat we zelf eten zijn moeten gaan kopen. Vanaf woensdag doken de eerste spontane steunbetogingen op: mensen brachten zakken vol sinaasappelen, brood, water in flessen, enz... De eerste gepensioneerden doken op tijdens de dagelijkse vergadering en bedankten ons met tranen in de ogen. “Het werd verdorie tijd”, was zowat de teneur.

Donderdag doopten we de Plaza de España om tot Plaza de Islandia, en het standbeeld van Jaime I (foto links), de christelijke koning die Mallorca van de Moren “bevrijdde”, kreeg een IJslandse vlag in de handen geduwd, een beeld dat de nationale media heeft gehaald. Vanaf vrijdag barstte het plein zowat uit zijn voegen en al een geluk dat we tegen die tijd werkgroepen op poten hadden gezet om de verschillende thema’s aan te pakken en het geheel wat te coördineren. Zelf zit ik in de groep "informatie", waar we ons bezighouden met een steunpetitie en het informeren van alle nieuwsgierigen die langslopen en willen weten waar het allemaal om draait, maar er zijn ook groepen als Infrastructuur, Keuken & Schoonmaak, Communicatie, Inhoud, Coördinatie, Acties. Er is zelfs een heuse crèche op poten gezet en elke dag komen er dingen bij.

De politie heeft ons grotendeels met rust gelaten. Elke dag staan er drie à vier agenten om de boel wat in de gaten te houden maar meer niet. Er werd gevreesd voor vrijdag middernacht, omdat het hier zondag verkiezingen waren en er in principe de dag vóór de verkiezingen geen politieke manifestaties mogen plaatsvinden. De Centrale Verkiezingscommissie had de manifestaties ook uitdrukkelijk verboden, waarop op alle pleinen resoluties werden goedgekeurd die op hun beurt de Verkiezingscommissie illegaal verklaarden. Uiteindelijk zijn we gewoon gebleven, omdat we van mening zijn dat het niet om een politieke manifestatie gaat en niemand heeft ons een strobreed in de weg gelegd.

Op een enkel moment was er wel een korte confrontatie met een agent, toen we een klein zonnescherm optrokken en een van de aanwezige agenten mezelf en mijn drie collega’s om onze identiteitspapieren vroeg. Op datzelfde moment dook er een brave familievader op die de agent spontaan vier identiteitskaarten in de handen duwden: “Hier heb je de mijne, die van mijn vrouw en mijn twee kinderen. Schrijf ze maar op.” Nauwelijks een halve minuut later stonden ze met zijn driehonderd te springen voor de agent, allen zwaaiend met hun identiteitskaart. Uiteindelijk is er niemand opgeschreven.

We zijn nu precies een week later en we blijven waar we zijn. De campagne gaat voort en zelf ben ik van plan om de mensen één voor één te overtuigen van het feit dat de zaken anders kúnnen en moeten worden aangepakt en dat elke verandering begint bij jezelf. Het feit dat de conservatieve Partido Popular gisteren de lokale verkiezingen heeft gewonnen, verandert niets aan de zaak. Het heeft ons enkel duidelijk gemaakt wie de komende tijd onze politieke gesprekspartner zal zijn.

Mogelijke acties die in de nabije toekomst volgen, zijn onder andere een grote demonstratie op 15 juni, precies een maand na de eerste, een nationaal referendum op zijn IJslands om na te gaan of de bevolking bereid is de schuld van de banken af te betalen met belastinggeld, zitacties in bankkantoren, mobilisatie van de kleinere gemeentes en het op poten zetten van sociale coöperatie-netwerken. De volgende paar maanden beloven intens te worden, het echte werk begint nú.

Hans De Coninck