Bloed van Srebrenica voor eeuwig aan Mladic' handen

Ratko Mladic was een van de laatste door het Joegoslaviëtribunaal gezochte oorlogsmisdadigers. De voormalige Bosnisch-Servische generaal wordt onder meer beschuldigd van genocide tijdens de Bosnische oorlog van 1992 tot 1995. Zijn naam zal voor altijd verbonden zijn met de slachtpartij in Srebrenica.

Tegen de nu 69-jarige Ratko Mladic loopt al sinds 25 juli 1995 een aanhoudingsbevel, uitgevaardigd door het  Joegoslaviëtribunaal van de Verenigde Naties in Den Haag. Mladic kijkt tegen zware beschuldigingen aan, waaronder genocide en andere schendingen tegen de mensheid. Aanvankelijk werd hij vooral beschuldigd wegens de belegering van Sarajevo. Later werd hij ook aangeklaagd voor de massale slachtpartij in Srebrenica.

Ratko Mladic voerde tijdens de oorlog in Bosnië-Herzegovina de Bosnische Serviërs aan. Als bevelhebber en later generaal van het Bosnisch-Servische leger vocht Mladic voor de aansluiting van het Servische deel van Bosnië bij Servië. Hij slaagde erin om zowat 70 procent van Bosnië onder Servisch bevel te plaatsen.

Samen met de politieke leider van de Bosnische Serviërs, Radovan Karadzic, was hij onder meer verantwoordelijk voor de omsingeling van en aanval op Sarajevo gedurende meer dan drie jaar. Het Westen drong er bij de Bosnische Serviërs op aan om hun zware wapens in te leveren en de belegering van Sarajevo te staken, maar Mladic weigerde, wat tot bombardementen van de NAVO leidde.

Maar het is vooral de massamoord in 1995 in Srebrenica die voor altijd verbonden zal zijn met de naam Mladic. In juli 1995 werden in de moslimenclave Srebrenica naar schatting 7.000 tot 8.000 moslimjongens en -mannen om het leven gebracht door de Bosnische Serviërs. De - Nederlandse - VN-blauwhelmen lieten begaan.

In december 1995 maakte het vredesakkoord van Dayton uiteindelijk een einde aan de Bosnische oorlog. De Bosnische Serviërs zetten hun handtekening onder een akkoord waarin werd bepaald dat er binnen het soevereine Bosnië-Herzegovina plaats was voor een Servische republiek op 49 procent van het grondgebied.

Op de vlucht

Mladic bleef na de oorlog nog een tijd aan het hoofd van het leger, maar werd uiteindelijk in 1996 door Karadzic' opvolger Plavsic afgezet onder druk van het Westen. Sindsdien leefde Mladic al die tijd op de vlucht. Hij kon naar verluidt verschillende keren nipt voorkomen dat hij door NAVO- of andere troepen werd gevat.

Samen met Goran Hadzic was hij sinds enkele jaren de laatste oorlogsmisdadiger die door het Joegoslaviëtribunaal werd gezocht. De voormalige Servische president Slobodan Milosevic werd al in 2001 ingerekend - en stierf in 2006 in een cel in Den Haag. In 2008 werd Karadzic opgepakt, na 11 jaar op de vlucht te zijn geweest.

De arrestatie van Mladic zal wellicht een belangrijke stap zijn in het toetredingsproces van Servië tot de Europese Unie. Vooral Nederland, maar ook ons land, maakte van de arrestatie van Mladic een absolute voorwaarde voor toetreding.